nieuws

V en G-plan ontwerpfase meestal slechts gebakken lucht

bouwbreed

Gaat het nu om het opstellen van een V en G-plan ontwerpfase of om het daadwerkelijk elimineren van arbo-risico’s in de bouw? Signalen vanuit het veld, uit kringen van opdrachtgevers en ontwerpers, duiden erop dat het vooral om het V en G-plan gaat. Menig opdrachtgever wordt nerveus als hij bij aanbesteding van een werk daar niet over beschikt. Aan ons bureau wordt nogal eens gevraagd even snel een V en G-plan op te stellen; dan kan het nog mee met de aanbestedingsstukken.

Het V en G-plan ontwerpfase lijkt een (papieren) doel op zich te zijn geworden, terwijl zo’n plan voor de verbetering van arbeidsomstandigheden meestal weinig of niets voorstelt. Zelfs de wet gaat hiervan uit, want die zegt: risico’s, die in het ontwerp niet kunnen worden weggenomen, moeten in een V en G-plan worden opgenomen, al dan niet vergezeld van suggesties voor oplossingen voor de aannemer. Het V en G-plan van de ontwerpfase wordt kennelijk slechts als restproduct gezien, waarin risico’s worden beschreven die de ontwerper redelijkerwijs niet kon elimineren. Maar wat te doen met risico’s die hij in de ontwerpfase wel kan aanpakken?

Arbobesluit bouwplaatsen

De status van restproduct, die ik het V en G-plan ontwerpfase toeken, is terecht, want het fundament van het besluit schuilt in een ander artikel, dat zegt dat gevaarlijke en ongezonde werksituaties al in de ontwerpfase van een bouwwerk onder ogen moeten worden gezien, en zo mogelijk aan de bron moeten worden voorkomen of bestreden (ook wel risico-inventarisatie en -evaluatie, of RI en E, van het ontwerp genoemd). Met aan de bron bestrijden wordt niet bedoeld het opnemen in het V en G-plan. Wat wordt er dan wel mee bedoeld?

De bedoeling is dat arbobewuste oplossingen concreet worden verwerkt in tekeningen, bestek en zo nodig bijbehorende contractbepalingen voor de uitvoerende partijen. Opdrachtgever (de uiteindelijk verantwoordelijke) en ontwerper moeten vanaf de start van het ontwerptraject veelvuldig kiezen. Het gaat hierbij onder andere om gewichten en toxiciteit van materialen, mogelijke bodemverontreiniging, de draagkracht van de bodem (in verband met zwaar materieel) en risico’s die verband houden met de omgeving van de bouwlocatie, zoals complexe verkeerssituaties, belendingen en bestaande boven- of ondergrondse leidingen. En niet te vergeten een reele planning. Vaak voelt een aannemer zich gedwongen het werk met een (te) krappe planning te maken.

Wat je de wetgever overigens mag aanrekenen is dat de wetstekst op dit punt niet stringenter is geformuleerd.

De wetgeving is nu bijna vijf jaar van kracht en desondanks is naleving in de ontwerpfase meer uitzondering dan regel. Dit komt voor een belangrijk deel door de onterechte status van het V en G-plan in de ontwerpfase. In bijna iedere publicatie staat het opstellen van een V en G-plan centraal, terwijl zelden wordt gewezen op de verplichting om tijdens het ontwerptraject een risico-inventarisatie en -evaluatie uit te voeren.

Het gevolg is dat goedwillende opdrachtgevers en ontwerpers op het verkeerde been worden gezet. Veel kwalijker is, dat niet-goedwillenden volop de kans wordt geboden om op min of meer legale wijze de wet te ontduiken. Het V en G-plan ontwerpfase wordt hierbij ingezet als excuus-Truus.

Vage suggesties

Het modale V en G-plan is bij veel opdrachtgevers en ontwerpers een standaardschapdocument, dat met wat kleine aanpassingen op ieder project schijnt te passen. Maar sla er een open en het demasque is een feit: je wordt geconfronteerd met een verzameling uiterst vage suggesties, bijvoorbeeld: “Wees attent op de gevaren van de drukke verkeerswegen rondom de bouwlocatie” of “de gevaren van eventueel aanwezige gas- en elektraleidingen”. Eigenlijk zegt de opdrachtgever hiermee, dat hij verzuimd heeft deze risico’s te onderzoeken en waar mogelijk aan te pakken. En dat klopt ook wel, want negen van de tien V en G-plannen worden pas opgesteld als het werk besteksklaar is. In feite zegt de opdrachtgever hiermee: beste aannemer, je zoekt het maar uit.

Arbodeskundigen die over dit onderwerp publiceren of tijdens seminars optreden, zouden hieraan meer aandacht moeten besteden.

Het voorgaande brengt mij tot de boude stelling: Het niet opstellen van een V en G-plan voor de ontwerpfase zou de veiligheid van de bouwvakker ten goede komen.

De logica hiervan is simpel: ontneem het V en G-plan zijn onterechte status en dwing de opdrachtgever/ontwerper daarmee de arbo-risico’s tijdens het gehele ontwerpproces te analyseren en waar redelijkerwijs mogelijk te koppelen aan concrete oplossingen (voor de insiders: verplicht volgens art. 2.29 van het Arbobesluit). Inspecteurs van de Arbeidsinspectie zouden opdrachtgevers niet meer moeten vragen naar een V en G-plan, maar naar de resultaten van de uitgevoerde ontwerp-RI en E. Diverse branche-organisaties in de bouw, onder andere Arbouw, VGBouw, Stichting Bouwresearch (en ook Aboma+Keboma), geven handleidingen en checklijsten uit om opdrachtgevers dan wel ontwerpers daarbij te helpen.

Uitvoeringsfase

Het V en G-plan voor de uitvoeringsfase moet er, dat moge duidelijk zijn, gewoon blijven. Dit plan heeft een heldere doelstelling. Het dient een toetsbaar werkdocument te zijn voor planning, samenwerking en overleg tussen de uitvoerende partijen tijdens de realisatie van het project, met als regisseur de V en G-coordinator uitvoeringsfase. Ook op dit punt is er, maar nu voor de uitvoerende partijen, nog veel werk aan de winkel, maar de lijnen en verantwoordelijkheden zijn in ieder geval helder.

Han Knegt, Aboma+Keboma, telefoon (0318) 631481, fax, 0318 632013, Postbus 141, 6710 BC Ede, e-mail info0329aboma.nl.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels