nieuws

TNO vindt met sonar buizen in zeebodem

bouwbreed

den haag – TNO fysisch en elektronisch laboratorium onderzoekt een methode om pijpleidingen, gifvaten en andere voorwerpen in de zeebodem op te sporen. De methode maakt gebruik van een zeer smalle bundel van laagfrequent geluid die tot twee meter diepte in de bodem doordringt.

Sonar wordt tot nu toe wel ingezet om voorwerpen onder water of op de bodem op te sporen, maar voorwerpen die zich in de bodem hebben genesteld zijn daarmee niet te lokaliseren. Daarvoor dringen de geluidsgolven niet diep genoeg in de bodem door en worden ze teveel verstrooid.

Dat is anders met laagfrequent geluid, maar dat is doorgaans alleen in brede bundels te genereren. En daarmee is het weer lastig aan te geven waar exact zich een voorwerp bevindt.

Volgens onderzoeker ir. Jan Cees Sabel van TNO is het effect vergelijkbaar met een auto in dichte mist. Wie groot licht opzet ziet alleen een wit waas, maar wie een schijnwerper gebruikt kan een heel eind kijken.

Classificatie

Voor het Europese onderzoeks- project genaamd DEO is het gelukt zo’n smalle bundel te generen. TNO is binnen het onderzoek vooral belast met de gegevensverwerking via geavanceerde software.

Door de opgevangen signalen goed te analyseren moet het mogelijk zijn niet alleen vast te stellen waar zich iets onder het zand bevindt, maar ook wat zich er bevindt. De onderzoekers zijn van plan daarvoor een classificatie op te stellen.

Proefnemingen in Loch Duich, een zee-inham aan de Schotse westkust hebben laten zien dat het principe werkt. Maar er is nog veel meer onderzoek nodig, volgens Sabel. Voordat er een commercieel systeem verkrijgbaar is dat bijvoorbeeld door baggeraars kan worden toegepast, zullen er nog heel wat onderzeese leidingen bedolven zijn onder zich verplaatsende zandbanken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels