nieuws

Sinds ik met molens werk geloof ik in wonderen’

bouwbreed

goidschalxoord – Een vinger is genoeg om hem om te duwen, zo scheef staat de molen van Weeda’ aan het landweggetje in Goidschalxoord. ”Levensgevaarlijk”, huivert molenmaker W. Herrewijnen. ”Ze zouden er een waarschuwingsbord naast moeten zetten.” Toch hoeft de ruone geen hopeloos geval te zijn. Na een opknapbeurt van een miljoen gulden kunnen zijn wieken weer draaien.

L. Endedijk, directeur van Vereniging de Hollandsche Molen, duwt de struik opzij die het pad naar de maalderij verspert. Half vergane molenwieken liggen op de grond. Het interieur is verworden tot een vuilstortplaats. ”Dit is gelukkig een uitzondering. Van de ruim duizend molens die we in Nederland hebben, zijn er nog een of twee zo slecht aan toe.”

Niettemin zijn 120 molens toe aan een grote tot zeer grote opknapbeurt en komen er nog eens 580 in aanmerking voor een kleinere restauratie, zo blijkt uit een onderzoek van de Rijks Dienst Monumentenzorg. Veelal gaat het om achterstallig onderhoud.

Verdubbelen

Gemiddeld wordt 7500 gulden per molen per jaar verspijkerd. Zo op het eerste gezicht een fors bedrag, maar eigenlijk zou het moeten worden verdubbeld, zeggen Endedijk en Herrewijnen eensgezind. ”We hebben de komende tien jaar 140 miljoen gulden nodig. Molens vergen enorm veel onderhoud. Nog afgezien van de kosten om ze in bedrijf te houden.”

De Nederlandse Vereniging van Molenmakers (NVVM) heeft onlangs staatssecretaris Van de Ploeg (cultuur) in een brief op de hoogte gesteld van het geld dat nodig is voor het behoud van de molens. ”Ons inziens is het probleem dat er landelijk wel geld is voor monumentenherstel maar dat er te weinig wordt gereserveerd voor de molens”, aldus de brief. De molenmakers zijn niet alleen bezorgd over het onderhoud van de maalderijen, maar ook over de werkgelegenheid in hun branche. ”Als er niets verandert zullen er helaas meer ontslagen vallen in de molenmakerijen en dus, zoals in de scheepsbouw is gebeurd, gaat de vakkennis verloren.”

In Nederland werken circa 120 molenmakers, zegt Herrewijnen, die behalve molenmaker ook secretaris is van de NVVM. ”Ze hebben een opleiding van acht e tien jaar gevolgd en verdienen nu een redelijke boterham.”

Woonhuis

Indien de regering besluit 140 miljoen gulden te investeren in de maalderijen, dan kunnen zij het werk gemakkelijk aan. Mits het bedrag wordt uitgesmeerd over een periode van tien jaar. ”Als we alle molens tegelijkertijd zouden moeten opknappen, komen we natuurlijk handen te kort.”

Achter de molen van Weeda, zo genoemd naar een vroegere eigenaar, ligt de ruone van wat eens een bedrijfsruimte was. Twintig meter verder staat een vervallen woonhuis. Endedijk wijst op een roestig autoportier dat hier ooit is gedropt. ”Zo’n bouwval trekt vandalen en vervuilers aan. Zonde, want deze molen is echt uniek met die twee gebouwtjes ernaast.”

Herrewijnen: ”Ik zou niet graag in de schoenen van de eigenaar staan als hier kinderen gaan spelen. Ik moet er echt niet aan denken. Hij kan zo instorten.”

De molen van Weeda dateert uit de 19de eeuw en werd tot in het begin van de jaren zeventig gebruikt. Toen de onderhoudskosten hoger opliepen dan de baten, werd hij aan zijn lot overgelaten en zette het verval in.

Een molen is meer een apparaat dan een gebouw, vertelt Endedijk. ”Daarom is het zo belangrijk dat hij wordt gebruikt. Een werkende molen gaat langer mee en kost naar verhouding minder aan onderhoud dan een stilstaande.”

De meeste moleneigenaren ontvangen subsidie om hun bezit te onderhouden. Alleen tot woonhuis verbouwde molens komen niet voor subsidie in aanmerking, omdergelijke panden hun oorspronkelijke functie hebben verloren.

”De meeste molens zijn overigens totaal niet geschikt om in te wonen. Je kunt er bijvoorbeeld geen boekenkast in kwijt en als het

’s nachts stormt staat je bed te trillen en te schudden. Daarnaast moet je rekening houden met brandgevaar vanwege het rieten dak” zegt Endedijk.

”En ten slotte”, zo vervolgt hij, ”moet je er op rekenen dat je per jaar zo’n vijftien tot twintigduizend gulden kwijt bent alleen al aan onderhoud. Bovendien zijn wij er principieel op tegen om molens een andere bestemming te geven.”

Wonderen

Ook al zou de regering met miljoenen over de brug komen, voor de molen in Goidschalxoord is het waarschijnlijk te laat. ”Ik heb er een hard hoofd in dat het nog wat wordt in dit geval. De molen is nog steeds in particuliere handen en de eigenaren willen hem niet verkopen, omdat er ook nog commercieel onroerend goed op het terrein van de molen staat. Als de eigenaren zouden meewerken, was daar overigens wel een mouw aan te passen”, zegt Endedijk enigszins teleurgesteld.

Molenmaker Herrewijnen is echter optimistischer. ”Ik heb wel eens eerder zoiets meegemaakt en dat is toch nog goed afgelopen. Die molen draait weer.”

Endedijk haalt de schouders op. ”Mijn voorganger zei altijd: Sinds ik in molens doe ben ik in wonderen gaan geloven’. Dus misschien heb je wel gelijk. Ik hoop het.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels