nieuws

‘Meer aandacht voor kwalitatieve aspecten bij levenscyclus-analyse’

bouwbreed

delft – Bij het maken van een levenscyclus-anayse (lca) van een product of proces moet ruimte komen voor een kwalitatieve beschrijving van het probleem en mogelijke oplossingen. Volgens een Delftse promovenda kan zo’n aangepast lca de basis zijn voor een nieuwe, constructievere discussie over de milieu-implicaties van bijvoorbeeld pvc als bouwmateriaal.

Het lijkt mooi: een objectieve, kwantitatieve methode voor het bepalen van de milieubelasting van producten en processen. Niet voor niets staat de ‘life cycle assessment’ sinds het eind van de jaren tachtig sterk in de belangstelling van beleidsmakers.

Een lca moet systematisch de milieu-effecten in kaart brengen van producten, processen of milieumaatregelen. Je zou kunnen denken dat deze rationele aanpak onafwendbaar leidt tot een objectief resultaat, maar dat is niet zonder meer het geval. In elke fase van een lca moeten de opstellers namelijk subjectieve keuzes maken, waardoor de uiteindelijk opgestelde milieurangorde van de onderzochte producten sterk kan verschillen.

Tegenstrijdig

Door die subjectiviteit is het zelfs mogelijk naar een bepaald resultaat toe te werken. Bij discussies – bijvoorbeeld over PVC – verwijzen tegenstanders vaak naar verschillende lca’s, waarbij ze studies met ongewenste uitkomsten van tafel vegen.

Volgende week promoveert in Delft R. Bras-Klapwijk op een proefschrift over deze problematiek (‘Adjusting life cycle assessment methodology for use in public discourse’). Ze onderzocht de afgelopen jaren hoe lca’s functioneren bij besluitvormingsprocessen. Klapwijk: “Een levenscyclus-analyse is meestal opgedeeld in vijf fasen: doelbepaling, inventarisatie, classificatie, evaluatie en tot slot een verbeteranalyse. Ik pleit voor het standaard tussenvoegen van een extra fase, waarin problemen en oplossingen kwalitatief worden beschreven. Een onderdeel waarin de visies aan bod komen die in de maatschappij leven. Zo’n open aanpak aan het begin van een studie moet voorkomen dat waardevolle inzichten, relevante onderwerpen en bepaalde opvattingen bij voorbaat worden buitengesloten. Ook vind ik dat de analisten expliciet moeten aangeven welke keuzen ze hebben gemaakt.”

Dakgoten

Een bekend voorbeeld waarbij lca’s een belangrijke rol spelen is pvc. Klapwijk haalde uit de periode 1990-’96 dertien lca’s van pvc-producten boven water (kozijnen, pijpen, dakgoten), meestal uitgevoerd door redelijk onafhankelijke instanties. Ze gaat er van uit dat er nog vele, niet officieel gepubliceerde lca’s zijn uitgevoerd. “Die eerste analyses waren wel nuttig, maar de latere voegen niet veel toe aan het inzicht of de kwaliteit van de discussie.”

De invloed van allerlei subjectieve keuzen valt af te lezen aan twee lca’s uit 1995: volgens de ene studie zijn pvc-buizen het meest natuurvriendelijke alternatief, volgens de andere juist niet.

Bouwbiologie

De in Nederland gebruikte levenscyclusanalyse is begin jaren negentig ontwikkeld door het Centrum voor Milieukunde van de Universiteit Leiden, in opdracht van Vrom. Het ministerie heeft deze methode in 1992 aangewezen als de methode om milieu-effecten te bepalen.

Het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (Nibe) hanteert sinds 1997 het op de lca-methode gebaseerde Twin-model voor de milieuclassificatie van grondstoffen, materialen en producten in de bouw. Dit model bepaalt de milieu- en gezondheidsbelasting aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. Vergeleken met het standaard lca heeft het Twin-model meer aandacht voor de aspecten gezondheid en arbeidsomstandigheden. Opvallend is de omgekeerde bewijslast: als een producent geen informatie heeft (of geeft) over de schade van een product voor milieu of gezondheid, gaat het model uit van het ergste. De producent moet vervolgens maar laten zien dat de belasting in werkelijkheid minder is dan de inschatting van het Nibe.

Discussie

Klapwijk kent het model niet, maar na het lezen van een korte beschrijving moet ze onder voorbehoud toegeven dat het al meer in de richting gaat van haar voorstellen, vooral waar het om debetekenis van kwalitatieve aspecten gaat. Ze is vol vertrouwen over de invloed van haar onderzoek: “Onze eerdere publicaties hebben wat losgemaakt in de LCA-gemeenschap. Er wordt meer gepraat over welke kant we op moeten; er is weer discussie.”

De discussie over pvc zit inmiddels muurvast. Vrom heeft twee jaar geleden de knoop doorgehakt en besloten dat pvc onder bepaalde voorwaarden mag blijven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels