nieuws

Hulpstof regelt vloeikracht en taaiheid van beton

bouwbreed

breda – “Wij laten de klant het beton zelf zien en voelen. Zo wordt hij over de streep gehaald.” Henriette Dikmans-Duenk van de afdeling Ontwikkeling en Kwaliteitszorg van Cugla Bouwstoffen is razend enthousiast over de derde generatie hulpstoffen voor beton. Zij regelen de vloeikracht en taaiheid van het materiaal beter dan ooit tevoren.

“We hebben vorig jaar een betonlaboratorium gebouwd, om de klant te ondersteunen. Wij moeten het beton laten zien. De mensen komen met de nodige reserve binnen, maar gaan enthousiast de deur uit. Je ziet ze gaandeweg ontdooien”, aldus Dikmans.

Het laboratorium wordt bezocht door betontechnologen van mortelbedrijven en prefab fabrieken, maar ook door hun klanten. “Laatst bracht een delegatie van Rijkswaterstaat hier een bezoek. Ook zij zijn bijzonder geinteresseerd.”

Verkoopt Cugla dan beton? “Nee, wij leveren hulpstoffen aan de betonmortel- en betonproductenindustrie”, haast ing. Toine Leijten te zeggen. Hij is nu nog Hoofd Verkoop, maar wordt binnenkort adjunct-directeur. Ing. Bart Neppelenbroek neemt zijn huidige functie over.

Het is duidelijk, het gaat goed met Cugla Bouwstoffen. Al meer dan twintig jaar levert het bedrijf cementgebonden krimparme mortels. Daar zijn allerlei hulpstoffen, zoals plastificeerders en luchtbelvormers, aan toegevoegd. De plastificeerders zijn nu aan de derde generatie toe, de poly-carboxylaten. Zij helpen bij de productie van verdichtingsvrije en verdichtingsarme betonsoorten.

Elektrische afstoting

Vroeger werd de verwerkbaarheid van beton geregeld door het toevoegen van water, meer dan nodig voor de chemische reactie met het cement. Het is beter om de verwerkbaarheid te regelen met een plastificeerder.

Dat gebeurt in Nederland al op grote schaal. Ongeveer 85 procent van al het beton bevat een plastificeerder, een ligno-sulfonaat (de eerste generatie), een naphtaleen- of melamine-sulfonaat (de tweede generatie) of een poly-carboxylaat (de derde, nieuwe generatie). De werking berust op beweging en elektromagnetische afstoting. De spanning in het water wordt beinvloed door sulfongroepen aan de molecuulketens. De vorm van die ketens bevordert de soepele beweging van het mengsel. Beide mechanismen dragen bij aan de vloeibaarheid, maar ook aan de taaiheid van het beton.

Op het moment worden superplastificeerders van de derde generatie nog maar sporadisch toegepast. “Ze zijn met name geschikt bij moeilijke details. De aannemer wil ook af van de trilnaald op het werk. Je moet de nieuwe superplastificeerders niet vergelijken met de eerste twee generaties. Ze bieden een extra toegevoegde waarde, daar moet je voor kiezen”, aldus Leijten.

Regelgeving

Dikmans-Duenk ziet wel een probleem rond de derde generatie superplastificeerders. “De regelgeving voorziet er nog niet in. Zonder regels is het voor de klant onduidelijk, wat hij moet afroepen. Daarom bestaat er dringend behoefte aan nieuwe regelgeving.”

Gelukkig zijn er Europese normen. Zij gaan uit van reductie van het water in de mortel en een eis voor de sterkte-ontwikkeling van het beton. Op basis daarvan is NEN 934 deel 2 opgesteld. “Die norm is al wel aanvaard, maar vervangt NEN 3532 nog niet. Die stelt eisen aan de verwerkbaarheid en maakt onderscheid tussen vier soorten beton: aardvochtig, half plastisch, plastisch en vloeibaar. Wij stellen voor om daar de consistentiegebieden verdichtingsarm en zelfverdichtend aan toe te voegen”, aldus Dikmans.

Belgie heeft haar regelgeving al wel aangepast aan de Europese norm.

Duitsland heeft nog steeds eigen regels, ook op basis van de verwerkbaarheid. “Dat is lastig bij het leveren in grensgebieden. Het kost extra werk, dus extra kosten. Dat leidt tot concurrentie-vervalsing.”

Wil de invoering van de derde generatie plastificeerders een succes worden, dan moet de Nederlandse regelgeving worden uitgebreid en aangepast aan de Europese. Als het aan Cugla ligt, zal dat zo snel mogelijk gebeuren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels