nieuws

Duitse opdrachtgever houdt vinger op de knip

bouwbreed

den haag – ‘Grundlich’ zijn de Duitse opdrachtgevers in de bouw; zodra de rekening ter sprake komt, houden ze de portemonnee ‘grundlich’ dicht. In elk geval een Nederlands bedrijf zal ‘Grundlichkeit’ blijven vertalen als ‘halsstarrigheid’.

Een aantal Nederlandse bedrijven moest naar verluidt het faillissement aanvragen, omdat Duitse betalingen uitbleven. De berichten over de Duitse betalingsmoraal zijn opvallend eensluidend: opdrachtgevers vergeven werk met de bedoeling dat niet af te rekenen. (Overheids)instanties bevestigen deze berichten.

Grof

Het gaat er soms grof aan toe op Duitse bouwplaatsen, leerde directeur A. Kleijngeld van Asbest en Bouwkundige Sloop A.A.K. uit Nijmegen. Hij voerde voor een opdrachtgever uit Duisburg* een werk in Munster uit. Het Duitse bedrijf gaf schriftelijke instructies voor de realisatie, maar herriep deze echter later. De opdrachtgever nam er geen genoegen mee dat A.A.K. – overigens conform de opdracht – bepaalde taken niet had uitgevoerd. De contractuele termijn was zo kort dat het Nederlandse bedrijf die alleen kon halen als het gelijktijdig meerdere taken deed. De opdrachtgever verbood dat evenwel.

Inmiddels stond een vervangende uitvoerder klaar. De kosten van diens inzet kwamen voor rekening van A.A.K.

In een daaropvolgende arbitragezaak kreeg de opdrachtgever een schadevergoeding toegewezen. De uiteindelijke som viel met 40.000 Duitse mark lager uit dan de geeiste 75.000.

Versloffen

Voor een dochteronderneming van een aannemersconcern uit Stuttgart*, voerde A.A.K. een werk in Neurenberg uit. Dit project nam twee jaar in beslag. In die periode liet de opdrachtgever de deelbetalingen flink versloffen en verruimde eenzijdig de termijnen.

Het Duitse bedrijf bracht bovendien de werken die niet werden uitgevoerd in mindering en stelde later de rest van de nota ter discussie.

Brandweer

Op dat moment had het Nederlandse bedrijf nog een week te gaan op het project. De opdrachtgever sommeerde Kleijngeld de locatie te verlaten. Die weigerde waarna het Duitse bedrijf brandweer en politie te hulp riep. Onder toezicht van een advocaat werden over en weer documenten getekend; papier dat in de latere afhandeling van de kwestie weinig waard bleek. In een arbitragezaak kreeg de opdrachtgever een schadevergoeding toegewezen. De uiteindelijke som viel 40.000 Duitse mark lager uit dan de geeiste 75.000.

In die tijd sprak de opdrachtgever directeur Kleijngeld ook aan over de premies voor de Urlaubs- und Lohnausgleichskasse (Ulak) in Wiesbaden. Hij wilde die niet betalen omdat hij reeds in eigen land afdraagt. Zolang het Nijmeegse bedrijf de premies niet voldoet betaalt het Duitse bedrijf de eindfactuur niet. A.A.K. vroeg diverse ministeries en instanties om advies. Deze lieten uiteindelijk weten dat ze weinig voor hem konden betekenen. Over de Ulak diende hij een klacht in bij de Europese Commissie. De laatste vroeg de Bondsrepubliek voor 12 januari te reageren op de beschuldigingen dat wet en regel van de Bondsrepubliek de markt afschermen voor buitenlandse bedrijven. Duitsland beraadt zich intussen nog op een reactie. In het land is enige consternatie ontstaan, omdat het gerechtshof van Wiesbaden de gang van zaken rond de Ulak voorlegde aan het Europese Hof in Luxemburg.

Terugvorderen

De Ulak blijft intussen op premieplicht wijzen. Die beloopt 14,25 procent van het brutoloon en gaat op aan vakantietoeslag en snipperdagen. De wet verbiedt dat Kleijngeld de bijdrage aan ‘Wiesbaden’ op het loon inhoudt. Hij moet dus de bedragen terugvorderen die de Ulak aan de werknemers betaalt. Juridisch is dat echter nauwelijks mogelijk.

Daar komt bij dat het desbetreffende personeel niet meer bij het bedrijf werkt. Op de bijdragen aan het personeel worden loonbelasting en premies sociale verzekeringen ingehouden. Het bedrag dat A.A.K. van de werknemers terugvordert, valt daarmee beduidend lager uit dan het bedrag dat hij betaalt.

Failliet

De Nijmeegse onderneming ving tot nog toe zes keer bot in Duitsland. Zo gingen twee opdrachtgevers failliet en rekende er een af met ongedekte cheques.

Beslaglegging levert weinig op want een debiteur die in gebreke blijft krijgt maximaal vier jaar uitstel van betaling. Kleijngeld slaat de waarde van Duitse contracten niet hoog aan. De overeenkomst verwijst niet zelden naar de bepalingen van de VOB-B en haalt daarmee de inhoud van de clausules onderuit.

Een opdrachtnemer heeft het recht een bankgarantie te vragen. In de praktijk staat dit doorgaans gelijk aan het mislopen van een project.

*Namen van opdrachtgevers zijn bij de redactie bekend.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels