nieuws

Derde hoektoren Amstelslot blootgelegd

bouwbreed

amsterdam – Bij opgravingen onder winkels aan de Nieuwendijk zijn de resten blootgelegd van een derde hoektoren. Daarmee wordt opnieuw een deel ontraadseld van het oudste stenen gebouw van Amsterdam. De al eeuwenoude vraag of het kasteelvormig bouwsel ooit het slot van de Heeren van Amstel was blijft vooralsnog onbeantwoord.

Bij de jongste opgravingen werd vanaf een put op de Nieuwe Zijdskolk een mijnschacht gegraven langs eerder gevonden muurresten. “Terwijl boven ons hoofd de verkoop van broeken gewoon doorging, hebben wij de noordmuur van het Amstelslot zichtbaar gemaakt. Een hoektoren met een diameter van drie meter doorsnede blijkt de noord-oosthoek van het slot te formeren. Deze toren is zwaarder uitgevoerd dan de twee torens die eerder zijn ontdekt. Vanuit deze toren was het niet alleen mogelijk het IJ, maar ook de Amstel te beheersen,” aldus stadsarcheoloog Jan Baart.

In kaart

De afdeling archeologie van de dienst Amsterdam Beheer heeft thans 36 meter van het complex in kaart gebracht. De noordmuur met weergang blijkt in zijn geheel te bestaan uit twee hoektorens met ertussen, niet geheel in het midden, een kleine toren. Ook zijn gedeelten van de oost- en de westmuur zichtbaar geworden. Het gehele complex lijkt opgebouwd uit saffraan-gele kloostermoppen. Dergelijke stenen zijn vervaardigd uit jonge zeeklei. Romaanse kerken in Friesland zijn soms uit hetzelfde materiaal opgetrokken. Baart heeft becijferd dat voor het bouwsel in Amsterdam zo’n 200.000 stenen moeten zijn gebruikt. Kloostermoppen die per schip – een paar honderd ladingen – vanuit Staveren naar Amsterdam zijn gebracht.

Informatieavond

Tijdens een afgelopen week gehouden informatieavond voor aanwonenden werd ook nader nieuws bekend over de leeftijd van het gebruikte funderingsmateriaal. De opgegraven weermuur blijkt voor een groot deel te zijn gefundeerd op de onderdelen van een schip. Dendrochronologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het eikenhout afkomstig is van twintig jaar oude bomen, die zijn gekapt in de winter van 1276 en 1277.

“De unieke structuur van de jaarringen in het hout – ontstaan bij de groei van de boom – is nader bekeken. Met behulp van computerberekeningen is die structuur vergeleken met de structuur van ons bekende houtmonsters. Die vergelijkingen wijzen resoluut naar het jaar 1277”, aldus onderzoeker E. Hanraets.

Het eikenhout vertoont volgens haar sterke overeenkomsten met bomen uit Zuid-Duitsland. Voor het onderzoek kon zij beschikken over ‘jaarringkalenders’ die teruggaan tot 3200 v. Chr.

Zekerheid over het bouwjaar en het gebruik van het slot blijft ontbreken.

Wel acht historicus J.M. Verkaik het mogelijk dat Gijsbrecht van Amstel de versterkingen liet bouwen rond 1285. Vervolgens zou het slot nog geen twintig jaar later tot maaiveldniveau weer zijn afgebroken.

Stadsarcheoloog Baart hoopt op niet al te lange termijn onderzoek te kunnen beginnen naar de mogelijke zuidmuur van het complex. Daarvoor moet onderzoek worden gedaan onder woningen aan de Dirk van Hasseltsteeg.

Toestemming

Baart hoopt toestemming te krijgen voor het graven van een schacht onder de bestaande bebouwing. Ook verwacht de stadarcheoloog binnen het kasteelterrein onderzoek te kunnen doen naar resten van eventuele bewoning uit die tijd. Dat zou moeten geschieden bij de voorgenomen verbouw van het vorig jaar mislukte winkelcentrum De Kolk.

De gemeente Amsterdam start binnenkort overleg met de particuliere eigenaren van het gebied over de mogelijkheden de nu bekende muurresten zichtbaar te maken voor het publiek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels