nieuws

Registratie Belgie benadeelt bouwer

bouwbreed

tilburg – Nederlandse aannemers die in Belgie een bedrijf willen opzetten ondervinden soms forse problemen, die vaak samenhangen met de classificatie-indeling. Een bouwer met een groot eigen vermogen staat hoog op deze ranglijst. De notering geeft aan dat zo’n bedrijf financieel gezien wel wat kan hebben.

Een overheidsdienst doet het liefst zaken met een dergelijk groot bedrijf. Want mocht uit het project een schadeclaim komen, dan zijn de aanspraken immers gedekt.

Een Nederlands bedrijf brengt het eigen vermogen evenwel niet over naar de Belgische vestiging. Dat levert een lage classificatie en vermindering van de kans op grote werken. Om die reden werken Nederlandse aannemers in Belgie liever met een fiscaal vertegenwoordiger, weet administratie- en belastingconsulent H. Hoogstraten uit Turnhout.

In beginsel kan elk accountantsbureau als fiscaal vertegenwoordiger optreden. Belgie stelt geen bijzondere eisen, afgezien van de verplichting dat de vertegenwoordiger in Belgie moet wonen of daar gevestigd moet zijn. De aannemer dient de vertegenwoordiger een bankgarantie voor de btw-afdracht te geven.

Inhouding

Voordat een Nederlandse bouwer in Belgie aan de slag gaat moet hij zich melden bij de Registratiecommissie van Aannemers. Die kent hem een registratienummer toe. Laat de aannemer dat na, dan mag zijn Belgische opdrachtgever dertig procent inhouden op de nota.

Omdat de marges niet zo hoog zijn is de Nederlandse aannemer dus gedwongen registratie aan te vragen. De administratieve hindernissen ten spijt werken nogal wat Nederlandse aannemers in Belgie, stelt Hoogstraten. Naar Nederlands recht dragen zij verhoudingsgewijs minder sociale heffingen af dan hun Belgische collega’s. Belgische aannemers nemen om die reden vaak Nederlands personeel in dienst, dat afwisselend in Nederland en Belgie werkt. De werknemers vallen dan onder de Nederlandse sociale wetgeving zodat de loonkosten beperkt blijven.

Een Nederlandse aannemer die korter dan negen maanden over een Belgische klus doet, hoeft geen Belgische vennootschapsbelasting te betalen. Duurt het langer dan wordt hij inhoudingsplichtige voor de lonen van al het betrokken personeel. Dat gebeurt met terugwerkende kracht, waarschuwt Hoogstraten.

De afdracht voor bouwvakkers die ruim voor het verstrijken van de termijn het project verlieten, veroorzaakt in dat geval forse problemen. Temeer omdat deze werknemers ook geen grensarbeidersverklaring is afgegeven. De bouwer voorkomt dergelijke moeilijkheden alleen wanneer hij van het begin af aan voor iedereen een dergelijke verklaring aanvraagt.

Loonstaat

De grensarbeidersverklaring voorkomt niet dat de Nederlandse aannemer voor elke werknemer in Belgie een individuele loonstaat moet aanleggen; te vergelijken met de Nederlandse individuele loonstaat.

Op het document moeten alle relevante gegevens voorkomen, zoals het aantal Belgische werkdagen en -uren, het uurloon en het brutoloon. Het formulier bewijst dat de werknemer het wettelijke minimum uurloon ontvangt. In Belgie ligt dat hoger dan in Nederland.

De praktijk leert evenwel dat aannemers doorgaans meer betalen. Hoogstraten noemt de waarde van de opgaven beperkt. Controle ervan gebeurt achteraf. Soms vragen Belgische instanties op de locatie Nederlandse bouwvakkers onder meer om hun grensarbeiders- en detacheringsverklaring. Een paar weken nadien bezoeken de controleurs het kantoor om te zien of de eerder getoonde documenten in de administratie zijn verwerkt.

Sinds 1 januari beschikken Belgische staatsburgers over een Sociale Identiteitskaart. Het is nog niet duidelijk of een Nederlandse aannemer of zijn personeel ook dergelijke kaarten moeten hebben. De wet geeft daar nog geen uitsluitsel over. Ook degenen die de wet moeten uitvoeren en controleren zijn daar nog niet uit.

Het Bureau voor Belgische Zaken in Breda is volgens Hoogstraten eveneens nog zoekende. De aannemer moet dus nog heel wat administratieve rompslomp over zich heen laten komen. Belgie en Nederland dienen dergelijke problemen gezamenlijk aan te pakken.

Een groot deel daarvan bestaat al sinds jaar en dag en komt voort uit het huidige Nederlands-Belgische belastingverdrag. Het komende verdrag zal die moeilijkheden niet oplossen.

Dit is het eerste artikel uit een reeks van drie die Cobouw publiceert over de administratieve hindernissen die de Nederlandse aannemer in Belgie tegenkomt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels