nieuws

Meetbout startsein funderingsactie

bouwbreed

amsterdam – Meetbouten en schuimbeton. Met die wapens gaat de gemeente Amsterdam de verzakking te lijf van vooroorlogse woningen. Wethouder Duco Stadig plaatste gisteren de eerste meetbout van een nieuw fijnmazig netwerk om zettingen te registreren.

Wat geldt voor palen en bakstenen, geldt blijkbaar ook voor bouten. Want de meetbout die gisteren werd aangebracht in een met verzakking bedreigd pand in de Amsterdamse rivierenbuurt was natuurlijk niet de eerste, maar het formele startschot van een grote operatie die al even aan de gang is. Net zo goed als de spreekwoordelijke eerste paal van een nieuw gebouw nooit als eerste de grond in gaat en een eerste steen meestal bovenop nog eerder gemetselde stenen terecht komt.

De handeling van wethouder Duco Stadig betekende niettemin een belangrijk gebaar dat het de gemeente Amsterdam ernst is met het tegengaan van verzakkingen in de zogenaamde gordel 20-40. Dat is een serie stadsuitbreidingen buiten de singel die tussen de twee wereldoorlogen tot stand kwam. De architectonische kwaliteit van deze woningen, opgetrokken in de stijl van de Amsterdamse School, wordt alom geroemd.

Negatieve kleef

De fundering van de panden in de gordel 20-40 kampt met het verschijnsel negatieve kleef. De bodem die indertijd is verhoogd met een dikzandpakket, klinkt sneller in dan de funderingspalen zakken. Die steunen immers op een dieper liggende zandlaag. De schuifkrachten die daardoor ontstaan betekenen een extra belasting voor de palen.

Een voor de hand liggende oplossing is het plaatsen van extra heipalen, die de bestaande palen ontlasten. Niet alleen is dat een dure oplossing, het is ook een ingrijpende. Tijdens de operatie moeten de bewoners hun huis uit en bovendien bestaat het gevaar op scheurvorming tussen de al onderheide woningen en de panden die nog aan de beurt komen.

In de Amsterdamse rivierenbuurt is daarom vier jaar geleden een experiment gestart met het vervangen van het zware zandpakket, door schuimbeton.

Omdat dat veel lichter is, wordt het inklinken van de bodem afgeremd. Het zand vervangen door schelpen of geexpandeerde kleikorrels is ook overwogen, maar deze materialen kunnen niet de dwarskrachten opvangen die ontstaan.

De funderingspalen zijn namelijk indertijd uitgerust met betonopleggers. Die gaan tijdens het verzakken werken als scharnieren. Tijdens een symposium voorafgaand aan het plaatsen van de eerste meetbout presenteerde Rinus Oversteegen van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam de resultaten van dit experiment. Tijdens de werkzaamheden werd zelfs een kleine ophoging geregistreerd. In de twee jaar daarna ging het zakken weer verder, maar wel minder snel dan voorheen; 1,4 in plaats van 2,2 millimeter per jaar.

Hoogtekaart

Om alles goed in de gaten te houden waren de zes experimentwoningen uitgerust met vierentwintig meetbouten. Van deze stalen staven in het metselwerk was van tevoren de hoogte nauwkeurig bepaald. Dat netwerk wordt nu gestaag uitgebreid.

De hoogte van de meetbouten wordt bepaald ten opzichte van eerder gebruikte stabiele markeringspunten; ondergronds, op kunstwerken of op goed onderheide gebouwen die niet zullen verzakken. Deze punten worden op hun beurt ‘gelinkt’ aan referentiepunten van het landelijke NAP hoogtenet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels