nieuws

Fiscus verrekent werk in buitenland

bouwbreed

den haag – Werken in Nederland en wonen in het buitenland kan financiele voordelen opleveren. De spelregels die de fiscus hanteert, blijken echter nog immer verwarrend.

Wie in Nederland werkt maar in het buitenland woont is slechts beperkt belastingplichtig in Nederland. Een werkgever die in het buitenland woont is slechts beperkt inhoudingsplichtig wanneer zijn personeel in Nederland werkt.

De loonbelasting maakt geen onderverdeling in binnenlandse- en buitenlandse belastingplicht. Wel wordt er een vergelijkbaar onderscheid gemaakt tussen werknemers en werkgevers die in Nederland wonen en werknemers die in het buitenland wonen.

Werknemers die in Nederland wonen en werken voor een Nederlands bedrijf vallen onder de Nederlandse loonbelasting. Het maakt geen verschil of dat werk binnen of buiten Nederland wordt gedaan. Internationale regels ter voorkoming van dubbele belasting bepalen mede de hoogte van de afdracht.

Een werknemer die niet in Nederland woont betaalt alleen loonbelasting wanneer hij en in Nederland werkt en zijn loon ontvangt van een in Nederland gevestigd bedrijf. Is de werkgever in Nederland gevestigd en de werknemer voor een deel in het buitenland actief, dan wordt zijn loon gesplitst. De loonbelasting geldt alleen voor het werk dat hij in Nederland doet.

Rechtspersoon

Bij onder andere bestuurders of commissarissen van een Nederlandse rechtspersoon maakt het voor de belasting niet uit waar ze hun werk doen. Ook wanneer ze uitsluitend in het buitenland werken, vallen ze onder de Nederlandse loonbelasting. Het maakt evenmin uit of hun bevoegdheden al of niet beperkt blijven tot buiten Nederland gelegen delen van de onderneming. Sociale verzekeringsuitkeringen zijn doorgaans belast in het woonland van de ontvanger.

Deze hoofdregel kent enkele uitzonderingen. Zo legt het belastingverdrag met Duitsland de heffingsbevoegdheid over de aow voor ontvangers die in de bondsrepubliek wonen bij Nederland.

De fiscus noemt een werkgever inhoudingsplichtig wanneer hij in Nederland een vaste inrichting als een filiaal of een kantoor heeft. Hetzelfde gebeurt als een vertegenwoordiger van de onderneming in Nederland woont of er is gevestigd. Inhoudingsplicht ontstaat verder wanneer bij het bedrijf een of meer personen werken en bij de inspecteur een Nederlandse loonadministratie meldt. Belastingplicht geldt in deze gevallen alleen wanneer het personeel in Nederland werkt. Voor buitenlandse uitzendbureaus neemt de fiscus sinds 1997 een fictieve vaste inrichting aan. De regeling stelt de bureaus aansprakelijk voor niet-betaalde loonbelasting en premies volksverzekeringen. De feitelijke omstandigheden waaronder wordt gewerkt bepalen of er sprake is van inlening of van onderaanneming.

Afdragen

Een Nederlandse werknemer die korter dan dertig dagen in het buitenland werkt moet aan de Nederlandse fiscus afdragen. Tenzij hij kan aantonen dat over de beloning voor het werk over de grens in het buitenland belasting is betaald.

De Hoge Raad wees in 1997 een arrest over het voorkomen van dubbele belasting. De berekening gaat uit van een breuk, gevormd door het daadwerkelijk aantal dagen waarop wordt gewerkt ten opzichte van het normale aantal werkdagen. Als de teller van weekeinden en werkdagen uitgaat, moeten die ook in de noemer staan.

Loon en andere inkomsten uit onzelfstandige arbeid vallen in beginsel onder de heffingen van het werkland. Onder bepaalde voorwaarden heft de fiscus van het woonland. Dat gebeurt wanneer de werknemer niet meer dan 183 dagen in het werkland verblijft. De beloning wordt door of namens een werkgever betaald die niet in het werkland woont. Verder mag de beloning niet ten laste komen van een vaste inrichting of een vast middelpunt van de werkgever in het werkland. De termijn van 183 dagen is meestal gekoppeld aan het kalenderjaar of aan een periode van twaalf maanden. Bij deze dagen gaat het in beginsel om kalenderdagen, inclusief de normale werkonderbrekingen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels