nieuws

Een uitgelezen kans voor het Noorden

bouwbreed

De ontwikkelingsvisie van het Noorden, waarin de keuze voor een duidelijk onderscheid tussen stedelijke en groene ontwikkeling voorop staat, sluit naadloos aan op een aantal uitgangspunten in de startnota ‘De Ruimte van Nederland’. Mirjam de Meijer ziet hierin een goede kans voor de noordelijke provincies om hun doelen nog beter gerealiseerd te krijgen.

De noordelijke provincies hebben een vooruitziende blik gehad toen ze in het Kompas voor het Noorden de ontwikkelingsvisie presenteerden ten behoeve van de zogenaamde Langmancommissie. In dat Kompas immers hebben we nadrukkelijk gekozen voor het uitbuiten van de kwaliteiten die we – gelukkig – in het Noorden nog bezitten. Een duidelijk onderscheid tussen stedelijke en ‘groene’ ontwikkeling, met behoud en versterking van de karakteristieke kenmerken. Dat heeft geleid tot een keuze voor concentratie van wonen en werken, versterking van de steden in de belangrijkste economische kernzones en het ontwikkelen van de bijzondere kwaliteiten van het landelijk gebied.

Die visie sluit naadloos aan bij een aantal uitgangspunten die ook in de startnota ‘De Ruimte van Nederland’ zijn verwoord. In de nota wordt gekozen voor het zogenaamde Stedenland-plus-scenario. Sterke steden, een vitaal platteland en wat genoemd wordt een beperkte corridorontwikkeling. Dat laatste begrip heeft overigens voor enige verwarring gezorgd.

Als het een aanduiding is van een vervoersas dan wil elke regio daar graag over beschikken. Vandaar dat sommige reacties uit het Noorden in eerste instantie nogal teleurgesteld klonken, omdat men er van uitging dat de door het Noorden zo belangrijk gevonden verbindingszone langs onder andere de A7 in de nota vergeten was.

Bij nadere beschouwing blijkt het begrip corridor de ene keer gereserveerd voor internationale verbindingen, de andere keer voor regionale en uiteindelijk ook nog eens als uitbreiding van stedelijke bebouwing langs verbindingsassen tussen steden. Ook de minister heeft inmiddels al duidelijk laten weten dat het begrip te multi-interpretabel is, en zeker niet inhoudt dat het Noorden op dit punt kansen gaat missen.

De beide andere keuzerichtingen, namelijk concentratie van bedrijvigheid en versterking van het landelijk gebied, passen zoals gezegd uitstekend bij onze visie op de toekomst van het Noorden. En ook de Regiovisie Groningen-Assen 2030 valt heel goed in te passen. Ook daar is immers gekozen voor behoud van de verschillen tussen stedelijke en plattelandsontwikkeling.

Op de zogenaamde POP-avonden, waarop de bevolking van Groningen ideeen kon aanleveren voor het nieuwe Omgevingsplan voor de provincie Groningen, was opvallend dat ook de inwoners van onze provincie zeer hechten aan het behoud van de eigen karakteristieken van het gebied. Niemand wil gaan lijken op de Randstad, en zelfs provincies buiten de Randstad waar het onderscheid tussen stedelijke bebouwing en platteland gaandeweg verdwijnt, worden als voorbeelden aangehaald van hoe het vooral niet moet worden in het Noorden.

Ik vind het een goed teken dat ook in de startnota niet meer wordt uitgegaan van een benadering van het platteland als een probleemgebied, maar als iets waar je heel zuinig mee moet omgaan. De typisch Nederlandse verscheidenheid aan cultuurlandschappen wordt nu aangeduid als iets wat je duurzaam moet willen behouden. En waar vind je die verscheidenheid nog het meest? Juist, in het Noorden!

Ook om andere redenen is er eerder aanleiding voor optimisme dan voor scepsis. De minister heeft er namelijk niet voor gekozen een blauwdruk voor heel Nederland te maken. Hij wil nadrukkelijk per regio maatwerk ontwikkelen met een duidelijke inbreng van die regio zelf. Ook de provincie krijgt daarbij een belangrijke rol. Dat biedt goede kansen om de plannen die wij al hebben ontwikkeld, zodanig aan te laten sluiten bij de uitwerking van ‘De Ruimte van Nederland’, dat onze doelen nog beter gerealiseerd kunnen worden. In feite zouden we moeten profiteren van het feit dat wij al een aantal programma’s hebben ontwikkeld.

Tenslotte wil ik erop wijzen, dat het nooit eerder in een Rijksnota over de ruimtelijke ordening is voorgekomen dat het Noorden als zodanig zo nadrukkelijk wordt genoemd.

Er zijn wel eens nota’s verschenen – en nog niet zo lang geleden – waarin ten noorden van de grote rivieren een soort niemandsland werd geprojecteerd. Ik ben, kortom, om het op z’n Gronings te zeggen, niet ontevreden over de startnota.

En hoe het uitpakt? Daar zijn we zelf bij!

Mirjam de Meijer is gedeputeerde Ruimtelijke Ordening Groningen

Niemand wil gaan lijken op de Randstad

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels