nieuws

Zuidas laboratorium voor nieuwe bouwvormen ‘Levendige menging van functies heeft meeste kans in binnensteden’

bouwbreed

amsterdam – Het wonen wordt steeds belangrijker voor de ontwikkeling van de Amsterdamse Zuidas. Met fiftyfifty woningen en kantoren ontstaat een leefbare locatie en krijgt de exploitatie een constante economische drager. Maar hoe ontwikkel je een gebied waarbij je de investeringen over dertig jaar uitsmeert? Groepen van beleggers, ontwikkelaars en corporaties denken hierover vandaag hardop mee. Bewoners konden eind november de nieuwste gedachten beluisteren.

De bedenkers van de Zuidas verwijzen vaak en graag naar de Berlijnse Potsdamerplatz als een voorbeeldlocatie. Volgens supervisor Pi de Bruijn hebben de Duitsers nu spijt van hun aanpak:

“Daar bestaat maar twintig procent van het gebied uit woningen. Nu zeggen ze: ‘dat is veel te weinig’.” Hij spreekt deskundigen en buurtbewoners toe op de lezingenavond ‘De Godin van de Zuidas’ in het Amsterdamse Hiltonhotel: “Leefbaarheid en planeconomie zijn belangrijke argumenten om een belangrijk deel van de Zuidas, tot wie weet vijftig procent, voor het wonen te reserveren.”

Details

Net als de Zuidas zelf, het gebied rondom de ringweg en de spoorlijn tussen de Amstel en de Schinkel, zijn de twee stadsdelen er- omheen ook ontstaan uit een ontwerp. Het populaire Plan Zuid kwam van de tekentafel van H.P. Berlage, de wijk Buitenveldert van C. van Eesteren.

Een andere parallel is de lange termijnvisie. Beide wijken waren klaar na ongeveer dertig jaar tekenen en bouwen. Zo lang zal het voor de Zuidas ook duren.

In Plan Zuid en in Buitenveldert bleef de hoofdopzet in de uitvoering overeind. Maar veel ideeen van de grootmeesters pakten anders uit. Architectuurhistoricus Vladimir Stissi plaatst kanttekeningen: “Berlage tekende op zijn schetsen veel details”, zegt hij. “Hij was letterlijk bezig allemaal huisjes in de stad te bouwen. Architecten die het later moesten uitwerken, schrokken van zijn monotonie. Woningblokken, postkantoren of verenigingsgebouwen: van buiten leken ze op elkaar.”

Stissi noemt een voorbeeld: “Berlage had de Minervalaan bedacht als een monumentale allee met winkelgalerijen en heel veel verkeer. De uiteinden zouden bekroond worden met aan de ene kant de academie voor beeldende kunsten en aan de andere zijde het Zuiderstation. De realiteit: de bekroningen bleven uit, de Minervalaan werd een rustige woonstraat in een statig Amsterdam-Zuid.”

Buitenveldert, onderdeel van het Algemeen Uitbreidings Plan van 1935, werd aangelegd in de jaren vijftig en zestig. Volgens wetenschapper Vincent van Rossem heeft hier de uiteindelijke bebouwing weinig te maken met het plan: “Stedenbouw loopt altijd dertig jaar achter bij de maatschappij”, vindt hij.

“Van Eesterens aanpak om wonen, werken, recreeren en voorzieningen uit elkaar te houden pakte negatief uit. Maar het ging hem om een ontwerpmethode die alle functies in evenwicht houdt. Hij bedacht een voor zijn tijd efficiente manier van ruimte gebruiken.”

Bouwblokken

In de tekencomputers die nu de Zuidas tastbaar proberen te maken, vormt een vierkantenpatroon van bouwblokken de ontwerpbasis. Van Rossem: “Het gridpatroon van de Zuidas is weinig inspirerend, maar waarschijnlijk wel de meest verstandige keus. Levendige menging van functies heeft de meeste kans in binnensteden. Maar De Resident in het centrum van Den Haag toont aan dat functiemenging toch samen kan gaan met nieuwe, frisse architectonische hoogstandjes.”

De projectgroep die de Zuidas bedenkt is zich bewust van de valkuilen. De Bruijn relativeert het belang van vele schetsen en impressies die nu in de maak zijn: “Het doel van zulke beelden is alleen om de gevoelswaarde op te roepen van waar je het over hebt”, aldus de supervisor op de lezingenavond.

“De opzet is heel flexibel. We denken bijvoorbeeld aan een standaardhoogte per etage van vier meter, zodat een woning een werkplek wordt en andersom.”

De Zuidas krijgt verschillende sferen en nieuwe woningtypen. Er wordt gedacht aan huizen met tuinen voor het hoger kader en hun gezinnen. Voor hen speelt vooral de bereikbaarheid van scholen en vrije tijdsvoorzieningen een rol.

Zakelijke dienstverleners vestigen zich in hun woon-werkpand. Andere concepten zijn er voor bijvoorbeeld oud-Amsterdammers van wie de kinderen het huis uit zijn, tweeverdieners, forensen en (tijdelijk) internationaal personeel. Zij willen vooral compact wonen en de hele Randstad supersnel kunnen bereiken.

Dit voorjaar hebben woningcorporaties en marktpartijen, op verzoek van de Projectgroep Zuidas, vijf consortia gevormd. Binnen een maand produceerden zij in essay-vorm hun toekomstvisies. Vanmiddag presenteren de consortia die nog in de race zijn in het Hiltonhotel hun vervolgstrategie. Onderwerpen zijn onder meer:

* de bouw van veranderbare gebouwen met zulke leidingen en ontsluitingen dat alle mogelijke publieke en private functies erin terecht kunnen;

* de vraag hoe om te gaan met de levensduur van gebouwen, inbouw en gevel wanneer er sprake is van wisselende combinaties van gebruikers, beheerders en exploitanten;

* de voor- en nadelen van het stapelen van functies in een gebouw voor het leven op straat, vergeleken met functies naast elkaar zetten in aparte gebouwen.

De overgebleven samenwerkingsverbanden zijn:

* Royaal Zuid met ERA Bouw, Moes Bouwbedrijf, Rabo Vastgoed en de Amsterdamse corporatiegroep Prospekt.

* City of Desire, de toekomstdroom van corporatie De Key/De Principaal, Blauwhoed/Eurowoningen en MAB

* De Complete Stad met ING Vastgoed Ontwikkeling, SFB Vastgoed, corporatie Het Oosten en Woningbedrijf Amsterdam.

Afgevallen zijn:

* een groep met John Matser, Multivastgoed, corporatie Intermezzo, HBG Vastgoed en Fortis (concept Due South, ofwel: Pal Zuid).

* de combinatie Amstelland Vastgoed, Amvest, Bouwfonds Woningbouw en corporaties De Dageraad/Latei (Zuidschans).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels