nieuws

Sloop Bijlmer biedt kans aan verdichting

bouwbreed

Het besluit om nog meer flats in de Bijlmermeer te slopen bewijst volgens stedenbouwer Donald Lambert het succes van de huidige vernieuwingsoperatie. Het zal leiden tot een stadsdeel met een ruime sortering aan woonmogelijkheden. Gezien de fantastische ligging en ontsluiting moet daarbij de kans gegrepen worden om de woningdichtheid nog veel verder op te voeren.

Het voorstel om het percentage te slopen flats in de Bijlmermeer substantieel te verhogen is eigenlijk een amendement op de ‘juli besluiten’ van 1992. Daarin vormde een kwart sloop, een kwart herpositionering (dat wil zeggen, grondige renovatie) en vijftig procent renovatie uitgangspunt voor de Vernieuwingsoperatie Bijlmermeer. De nieuwe besluiten gaan uit van in totaal ongeveer vijfenvijftig procent sloop. Wilde men aanvankelijk 2.800 van de 12.500 flatwoningen slopen; nu gaat het stadsdeelbestuur uit van sloop van totaal 7.100 woningen.

Deze beslissing is op te vatten als erkenning van het succes van de Vernieuwingsoperatie, zoals deze gestalte kreeg. Het resultaat ervan is momenteel vooral in Ganzenhoef goed te aanschouwen.

Gelaagde stad

Sinds 1993 wordt in Ganzenhoef gewerkt aan partiele sloop en herbouw van ongeveer 110 procent van het gesloopte aantal woningen. Die herbouw geschiedt in een rijke gevarieerde typologische en ruimtelijke opbouw.

In eerste instantie leek de vernieuwing een primitieve reactie op de mislukking van het concept van “de stad van morgen” met haar elf verdiepingen hoge honingraatvormige flats. De reactie bestond uit de wens om vooral eengezinswoningen terug te bouwen. Laagbouw als reactie op hoogbouw, privatisering als reactie op collectiviteit.

Het masterplan voor Ganzenhoef (1994) ging echter uit van een veel genuanceerder beeld. De vernieuwingsoperatie is daarin opgevat als een stap in het groeiproces naar een gelaagde, gedifferentieerde stad in Zuidoost. De monocultuur van flats zou worden genuanceerd door een rijk en gevarieerd aanbod van woningen in diverse vormen: eengezinshuizen, boven- benedenwoningen, patiowoningen en appartementsgebouwen in verschillende hoogtes. Het ging hier om laagbouw, middelhoogbouw en hoogbouw, eventueel zelfs hoger dan de bestaande flats.

In deze nieuwe cultuur zouden vooral ook de te renoveren flats (toen nog vijfenzeventig procent) goed kunnen worden ingepast. Deze bouwwerken zullen het collectieve geheugen van de Bijlmermeer vormen en een verwijzing bieden naar het pioniersconcept van “de stad van morgen”.

Kritiek

Voor critici van de vernieuwing was het slooppercentage te hoog, voor anderen juist te laag. De critici bleken vasthoudend ten aanzien van het verstarde en achterhaalde concept. Ze weten de teloorgang van de Bijlmer vooral aan een onzorgvuldig woningtoewijzingsbeleid. Veel van die critici waren afkomstig uit theoretisch-architectonische kringen. Bij wijze van protest tegen de vernieuwing werd vorig jaar de oorspronkelijk hoofdontwerper van de Bijlmer, ir Nassuth, zelfs nog gelauwerd met een prijs.

De voorvechters van de vernieuwing kwamen echter uit de buurt zelf of hadden in hun dagelijkse praktijk een of andere verbintenis met de Bijlmer. Het concept van “de stad van morgen” was interessant, maar helaas pasten de gewone mensen er niet in.

Perspectief

Het nieuwe sloopbesluit biedt fantastische perspectieven op een gelaagde, gedifferentieerde stad in Zuidoost. Door verhoging van het slooppercentage zal de monocultuur van honingraatflats verdwijnen. De hoeveelheid nieuwbouw is nu voldoende groot om op te wegen tegen de te renoveren flats en deze in een totaalensemble op te nemen. Deze nieuwe ‘bebouwingslaag’ is voldoende groot om de te renoveren flats op te nemen. Je kunt je echter afvragen of het terugbouwpercentage (uitgangspunt is om 110 procent van het aantal gesloopte woningen in andere vormen terug te bouwen) wel voldoende kansen benut. Amsterdam Zuidoost is een van de best ontsloten gebieden in de Noordvleugel van de Randstad; goede autoontsluitingen en een fantastisch trein- en metrosysteem snijden het gebied.

Terwijl momenteel overal geweldige bedragen worden uitgetrokken om nieuwe wijken te ontsluiten met infrastructurele bouwwerken ligt hier een gouden netwerk met een relatief dun bebouwd stedelijk gebied. De capaciteit van de Bijlmer zou zeker kunnen worden verhoogd zonder de kwaliteit van het toekomstig gebied geweld aan te doen. Het zou zelfs een gezonde, grotere instroom van buitenaf kunnen bewerkstelligen.

Flats

Binnen het nieuwe sloopbesluit bestaan voldoende mogelijkheden om de bestaande flats een nieuwe toekomst te geven. Er is de laatste jaren intensief gestudeerd op fundamentele kwaliteitsverbetering. Na Hoogoord als voorbeeld van vernieuwing van de rechte flats zijn nu de eerste experimenten van vernieuwde honingraatflats, Groenoord en Gravestein te bezichtigen.

Vooral Gravestein geldt als een goed voorbeeld van een flat die opnieuw toekomst heeft gekregen. Het is intelligent verbouwd, de plint en de ontsluitingen zijn grondig aangepakt. De flat heeft een entree op maaiveld gekregen en het gebouw is opgenomen in de nieuwe stedenbouwkundige structuur van Ganzenhoef.

Vanuit deze positie kan verder gestudeerd worden op de andere renovaties, waarin het zogenaamde Bijlmermuseum-gebied een centrale positie inneemt. Midden in de Bijlmermeer, tussen de G- en K-buurt, gedomineerd door het grote aaneengeschakelde groen met de zo markante waterpartijen, ligt een stelsel van honingraatensembles dat bij uitstek geschikt is om als collectief geheugen van de Bijlmer te dienen, het Bijlmermuseum. Deze flats zullen in herziene en verbeterde vorm de toekomst tegemoet gaan. Ze zullen een belangrijk aandeel in de te behouden voorraad gaan vormen en onlosmakelijk aan de nieuwe stedenbouwkundige structuren moeten worden aangetakt.

Zo kan er rond 2010 – 2015 een turbulente gedifferentieerde stad in Zuidoost liggen, waar een ruime sortering aan woonvormen en woonmogelijkheden het beeld bepaalt. Waarin ook de vernieuwde honingraten van het Bijlmermuseum zeker niet zullen misstaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels