nieuws

Kabels vechten om plekje op zeebodem Robots van Fugro moeten aanleg leidingen steeds strakker regisseren

bouwbreed Premium

laberdeen – Goede routes voor transatlantische kabels en leidingen zijn steeds lastiger te vinden. De Fugro-vestigingen in het Schotse Aberdeen hebben hun handen eraan vol. Deze zomer ontdekten ze bij hun speurtocht tot hun verrassing een hoge berg op de bodem van de oceaan.

De ogen en oren van de kabelleggers. Die leveren de ingenieurs van de vestiging van Fugro in Aberdeen. Hun robots zien met camera’s en sonar of de kabels en leidingen op de juiste plek op de zeebodem terechtkomen.

Maar het leggen zelf laten ze aan een ander over. Kernactiviteit van Fugro is immers het verzamelen van kennis van de bodem en de plaatsbepaling daarop. Daar wil het ingenieursbureau zich graag aan houden. Wat vooraf gaat aan het leggen, het uitstippelen van het geschikte trace over de bodem, hoort daar weer wel bij. De Schotse vestigingen van Fugro halen de laatste jaren een aanzienlijk deel van hun omzet uit deze activiteiten. Het maakt de onderneming wat minder kwetsbaar voor de nukken van de grillige wereldoliemarkt.

Alles begint dus met het bepalen van een goede route over de bodem. Daarvoor doet Fugro in eerste instantie een beroep op bestaande databases. Als dat onvoldoende informatie oplevert, varen eigen onderzoeksschepen uit om met seismische metingen de witte vlekken op de kaart in te kleuren.

Wirwar

Op een kaart in zijn kantoor aan de haven van Aberdeen laat Daniel Robert van Fugro Geoteam zien wat een wirwar aan kabels er inmiddels op de bodem van de wereldzeeen ligt. Druk is het uiteraard op de bodem van de Noordzee, waar de drukke scheepvaartroutes en het verschuivende zandbed extra hindernissen vormen, maar ook onder de Atlantische Oceaan is het inmiddels dringen geblazen.

Vooral het kruisen van de midoceanische ruggen bezorgt de onderzoekers geregeld hoofdbrekens. De makkelijke passages zijn immers al lang bezet. En een internationaal aanvaarde vuistregel schrijft een minimale afstand tussen twee kabels voor van 2,5 maal de waterdiepte. Midden op de oceaan kan dat oplopen tot wel twaalf kilometer. Dat beperkt de mogelijkheden aanzienlijk.

Die internationale norm kan volgens Robert inmiddels wel naar beneden. Maar de nauwkeurigheden waarmee op het continentaal plat buizen op hun plek worden gelegd, zullen midden op de oceaan nooit haalbaar zijn. “Het leggen van transatlantische kabels vindt immers plaats zonder begeleiding van robots. De kabels worden vanaf het kabellegschip overboord gezet en dan is het maar afwachten waar ze vier of vijf kilometer lager uiteindelijk terecht komen. Een royale onderlinge afstand is nodig om de kabels zonodig met grijpers op te kunnen vissen en boven water te repareren.”

Robots of rov’s (remote operated vehicles) worden tot nu toe ingezet tot diepten van 1500 meter. Het schip waarvan Fugro ze lanceert en bestuurt is deze dagen in de haven van Aberdeen aangepast aan dieptes tot 2000 meter. Daarvoor zijn vooral zware lieren nodig, die de robot snel op diepte brengen.

Met de nieuwe lieren is een gemiddelde snelheid van honderd meter per minuut mogelijk. Dat voorkomt schade aan het voertuig en vergroot de kans dat hij daar op de bodem komt waar de mensen van Fugro hem willen hebben: in de buurt van de sonarbakens die eerder zijn afgezonken. Aan de hand van die bakens kan de robot zich orienteren.

Navigatiesysteem

De signalen van het Amerikaanse satellietnavigatiesysteem GPS zijn onder water namelijk niet op te pikken. Bovendien zijn ze te onnauwkeurig bij het leggen van pijpen of het plaatsen van een booreiland. De Amerikanen hebben er immers opzettelijk een fout ingebouwd, zodat de eigen militairen te allen tijde in het voordeel zijn. En tijdens conflicten, zoals de Golfoorlog, wordt de betrouwbaarheid van het systeem voor andere gebruikers nog verder teruggeschroefd. Een aantal bedrijven heeft daarom systemen ontwikkeld om die fout eruit te halen.

Het meest verfijnde daarvan is ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf John E. Chance, sinds vijf jaar een volle dochter van Fugro. Op tachtig vaste referentiepunten over de hele wereld, waarvan de positie nauwkeurig bekend is, worden voortdurend de afwijkingen met het GPS gemeten. Die worden rechtstreeks doorgestuurd naar de abonnementhouders op het differentiele GPS, DGPS, van Fugro.

Waar met GPS een nauwkeurigheid van maximaal vijftig meter haalbaar is, kent DGPS een nauwkeurigheid van minder dan een meter. Daarmee kan Fugro, via de sonarbakens, op de zeebodem goed uit de voeten. Die nauwkeurigheid halen volgens marketingmanager Matt Derry van Fugro UDI de Amerikanen zelf niet eens wanneer ze hun fout elimineren. “Vandaar dat het Pentagon inmiddels ontvangers en signalen bij ons koopt,” zegt Derry, die een lach nauwelijks kan onderdrukken. “Het is alsof we ijs verkopen aan de eskimo’s.”

Charcot-mountain

Hoe gebrekkig de kennis van de oceaanbodem soms nog is, blijkt uit het feit dat Fugro afgelopen zomer bij onderzoek een berg van duizend meter hoogte op de bodem van de Atlantische Oceaan aantrof. Die was tot nog toe door iedereen over het hoofd gezien. Fugro heeft de internationale naamgevingscommissie voorgesteld de berg te vernoemen naar het onderzoeksschip dat hem ontdekte: de Jean Charcot.

Reageer op dit artikel