nieuws

‘Handen af van Komo-keur’ VROM en Stichting Bouwkwaliteit bakkeleien over kosten kwaliteitsverklaringen

bouwbreed Premium

rijswijk – “Stop!”, trapt Cas Richter op de rem. “Er zijn te veel van die boterbriefje-achtige situaties gecreeerd door de overheid. We zijn wakker geworden. De overheid krijgt een eigen merk, een NL-merk, dat uitsluitend de wettelijke eisen waarborgt. Komo is voortaan voorbehouden aan kwaliteitsproducten.”

Aanleiding is het recente Bouwstoffenbesluit. De minister heeft het Komo-merk aangewezen als bewijs dat aan de eisen van dit besluit is voldaan. De directeur van de Stichting Bouwkwaliteit, die het Komo-merk beheert, vindt dit een heel slechte zaak. Komo verandert daardoor in een vergunningensysteem, in een handhavingsinstrument. Dat is een degeneratie van deze integrale, bouwbrede kwaliteitsstandaard, stelt Richter. Bovendien: “Als je het over ophoogzand hebt, praat je over een categorie leveranciers die van zijn levensdagen niet aan Komo denkt. ’t Zand komt uit de haven en is bestemd voor de aanleg van een fietspad, that’s it. Nu zijn ze verplicht aan te tonen dat het zand niet uitloogt. En dat kost geld.”

Je kunt de maatregel van de minister ook anders zien. In plaats van wetgeving opgedrongen te krijgen, mogen producenten hun eigen regels bepalen. Dat is zo’n succes dat VROM zegt ‘dank je wel markt voor die goeie regels’, en dan is het ook weer niet goed.

“Ja, daar zit een spanningsveld in. Daarover praten we nu met de marktpartijen, hoe we dat kunnen tackelen.”

Marktwerking staat per definitie op gespannen voet met het algemeen belang. Wat producenten willen, is de eigen positie versterken en anderen uitsluiten.

“Ja, dat is het individuele streven van een producent.”

Er zitten dus grenzen aan marktwerking.

“Ja, zeker in de bouw merk je dat. Per project vraagt de inkoop van elk onderdeel vier of vijf offertes. Bij elkaar gemiddeld veertig maal vijf offertes. Waar de bouw dus behoefte aan heeft, is een onafhankelijk oordeel van een derde.”

“Komo is een collectief merk. Wij beheren dat, maar het is van de hele bouw. Gebruikers, vragers en aanbieders hebben met elkaar de inhoud vastgesteld. De tweeentwintig licentiehouders die de uitvoering doen, concurreren niet op inhoud – de bodem is vast – , maar op kosten, service, extra advies, specifieke deskundigheid, nabijheid. Individuele onderscheiding van een merk is mogelijk door een bepaalde aantekening in het certificaat, een sterretje dat zijn baksteen niet tien jaar meegaat, maar twintig jaar, bijvoorbeeld. Het Komo-certificaat is het eerste waar een aannemer naar kijkt. Als het papiertje zegt ‘het is in orde’, hoeft hij het niet meer te controleren.”

Willen jullie niet gewoon een rekening naar VROM sturen?

“Ja, dat is een ander spanningsveld. Wij zeggen tegen Remkes: ‘het is een privaat merk, een private structuur; jij gebruikt het als een handhavingsinstrument’. ‘Nee’, zegt hij op zijn beurt, ‘het is voor mij service’.”

Service?

“Door in het bouwbesluit te zetten: ‘als je een Komo-certificaat hebt, voldoe je aan het bouwbesluit’, is een extra aanbeveling. Zo verkoopt hij het. Hij zegt: ‘wees blij dat ik het gedaan heb. Jullie moeten mij betalen. Ik kan het er ook niet inzetten’. Zo gaat de discussie op het ogenblik.”

“Wij zitten hier met twee, drie man alles te controleren. Bouw- en woningtoezicht hoeft er niet meer naar te kijken. In vijfhonderd gemeenten wordt een man weggestuurd. Scheelt minstens vijftig miljoen gulden bij de gemeenten. ‘Dat spaar je uit’, zeggen wij tegen Remkes. ‘Wil jij dit allemaal voor niks hebben? Dat kan niet’.”

Remkes is nog niet om, begrijp ik?

“We hebben de opdracht gekregen om met een ambtenaar van VROM de taken en verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden in kaart te brengen, en daar wil hij financiele consequenties aan verbinden. Moet eind van het jaar klaar.”

Heeft de bouw met de CE-markering al niet een waarborg voor minimumkwaliteit in handen?

“Ten dele. Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen veel eisen op het gebied van duurzaamheid, milieu, energiezuinigheid. Spanje, Italie, Griekenland zijn meer gericht op aardbevingsgevoeligheid.

In Griekenland is asbest toegestaan. CE-markeringen zijn het grauwe gemiddelde. Er bestaat een gat tussen CE en landelijke regelgeving.”

Zij er producten met CE-markering die niet in Nederlandse bouwprojecten mogen worden toegepast?

“Ja. In Spanje is het bijvoorbeeld niet zo koud als hier. Een Spaanse steenwolproducent maakt dus veel dunnere glas- of steenwolplaten, of dekens. Die platen gaan naar Nederland, Denemarken, Zweden. Er staat CE op, dus die producten zijn in alle lidstaten vrij verhandelbaar. Liggen bij wijze van spreken gewoon te koop bij de Gamma. Maar ze mogen hier niet toegepast worden. Veel te dun.”

“SBK krijgt dat straks voor z’n kiezen om dat aan de markt te communiceren. Welke extra eisen stelt Nederland? Daar moeten wij een zogenoemd aansluitdocument voor maken.”

U kunt communiceren wat u wilt, maar de Gamma’s gaan er dwars doorheen met hun krantjes. Tegen ‘wij zijn het goedkoopst’ valt niet op te bieden.

“De CE-markering is een instapversie van de Europese certificering. Staat nog zozeer in de kinderschoenen dat het eigenlijk nog helemaal niks voorstelt. Of het zal op den duur een natuurlijke dood sterven, of het ontwikkelt zich tot zoiets als ‘NL-CE’, ‘D-CE’, ‘B-CE’.”

Is dat niet hetzelfde als de nieuwe conformverklaring NL BSB?

“Ja, NL BSB is alleen geent op het Bouwstoffenbesluit, het minimum van de Nederlandse regelgeving. Maar als zodanig is het sowieso aanvullend op de Europese regelgeving. CE zegt niets over het uitlogen van steenachtige stoffen naar het bodemwater, want daar hebben Italie, Frankrijk en Spanje geen behoefte aan. In Nederland staat het grondwater een halve meter onder de grond. Wij doen daar moeilijk over. Het wordt er allemaal niet helderder door, maar ik kan niet anders.”

Wordt het ooit wat met de Europese bouwregelgeving?

“De politieke druk is zo groot dat het hoe dan ook doorgaat. Er worden heel veel bouwproducten over de grens gesjouwd. Ze moeten wel.”

Wat vindt Remkes van het nieuwe merk NL BSB?

“Ik heb het hem toegestuurd. Hij heeft mij nog niet teruggeschreven. Afgezien daarvan hebben we dit besproken met de DGM-Directie Bodem. Die had een positieve grondhouding.”

Een positieve grondhouding hebben we allemaal.

“Als hij er mordicus tegen was geweest, had hij het ook gezegd. Ik help ze, want het ministerie van EZ heeft gesteld dat de exclusieve handhaving van het bouwstoffenbesluit door Komo monopolistisch is. Dat mag niet. Dat is marktafscherming.”

Volgens het Bouwstoffenbesluit moeten alle leveranciers een Komo-kwaliteitsverklaring kunnen overleggen. Ook in marktniches waar geen behoefte bestaat aan onderscheidende certificaten, zoals bijvoorbeeld bij ophoogzand. Foto: Ton Borsboom

Reageer op dit artikel