nieuws

Groeikernen oorzaak van regelrechte ramp

bouwbreed

Jarenlang is er veel op geketterd. Groeikernen boden weliswaar inwoners van de grote steden nieuwe perspectieven, ze betekenden echter ook een regelrechte ramp voor gemeenten als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht. Deze grote steden raakten veel kapitaalkrachtige burgers kwijt. Het is om die reden opmerkelijk dat minister Pronk van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu nu opnieuw overweegt nieuwe steden te bouwen als Zoetermeer en Almere.

De groeikernen zijn ontwikkeld in de jaren zestig en zeventig en waren gedoemd slaapsteden te worden. Met duizenden tegelijk werden de huizen er neergeplempt. Voorzieningen bleven aanvankelijk achter. Zo kreeg Nieuwegein pas zijn stadscentrum toen de stad al nagenoeg was voltooid. Hetzelfde geldt voor de werkgelegenheid. Die kwam in de meeste groeikernen ook pas jaren later.

Bewoners van de nieuwe steden waren pioniers. Maar dat was niet het grootste probleem dat kleefde aan de planologische keuze voor de bouw van de nieuwe steden. De werkelijke ramp openbaarde zich pas toen de trek naar de nieuwe eengezinswoningen goed op gang was gekomen. In de grote steden waren al jaren nauwelijks koopwoningen of duurdere huurwoningen gebouwd. Ze werden volgezet met sociale woningbouw, vooral flats. Toen de mogelijkheid zich aandiende eindelijk iets fatsoenlijks te kopen of huren hapten natuurlijk vooral de mensen toe, die daarvoor het geld hadden

In de grote steden bleven de armen achter. Complete wijken verpauperden en moesten later met miljoeneninjecties (stadsvernieuwing) weer worden opgeknapt.

Dit mocht nooit meer gebeuren, riepen wethouders van grote steden en planologen in koor. Dus werd het groeikernenbeleid om zeep geholpen en kwam daarvoor in de plaats het compacte stadbeleid. Bewust werden Vinexlocaties gekoppeld aan bestaande steden. Niet alleen om bewoners te behouden. Het was ook goedkoper omdat geen kostbare centrumvoorzieningen nodig waren. Die zijn er immers al in de bestaande stad.

Tegelijkertijd gingen kiene wethouders aan de slag in na-oorlogse wijken, die als gevolg van de Vinexbouw dreigden leeg te lopen. Door die op hetzelfde moment aan te pakken moest een herhaling van de groeikernengeschiedenis worden voorkomen.

Het is curieus dat in de eerste proeve voor de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening de groeikernen Zoetermeer en Almere worden genoemd als voorbeelden voor in de toekomst nieuw te ontwikkelen steden. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, al moet worden gezegd dat minister Pronk ook wil bouwen in de bestaande steden.

De compacte stadgedachte en het groeikernenbeleid zijn in een soort cocktailmixer gegooid. Dat alles onder het motto dat de steden stedelijker moeten worden en het groen groener.

Voorkomen

Het streven van Pronk om af te stappen van een beleid van gemiddelden is op zich niet zo gek. Het is alleen wel te hopen dat hij heeft geleerd van het verleden. Want op dit moment wordt duidelijk dat na-oorlogse stadswijken lijden onder het wegtrekken van bewoners naar Vinexwijken. Op die verhuisbeweging is in veel gemeenten toch te traag gereageerd. De stedelijke vernieuwing – die oude wijken weer aantrekkelijk moet maken en dus bewoners moet vasthouden – is te laat op gang gekomen. Een miljardenoperatie is nodig om de leefbaarheid van de betreffende wijken op een aanvaardbaar niveau te brengen. De kans is echter groot dat veel mensen voor die tijd al zijn weggetrokken naar een nieuw droompaleisje. Het is de vraag of het de rijksoverheid in de toekomst eindelijk lukt een dergelijk proces te voorkomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels