nieuws

Drammer Kleyn strijdt tegen ‘leugens’ Betuwelijn

bouwbreed

Een drammer noemt hij zichzelf. Secretaris Ton Kleyn van de Stichting Duurzame Mobiliteit kan er niet tegen als hij het gevoel heeft dat dingen niet kloppen. “Wanneer minister Maij (oud-minister van Verkeer) beweert dat de Betuwelijn niet over Venlo kan omdat de Duitsers daartegen bezwaar hebben en ik eerder van deskundigen heb vernomen dat de Duitsers dat juist wel wensen, dan wil ik weten wat de waarheid is”.

Hij spreekt van de leugen van Venlo, de leugen van het milieu en de leugen van de geluidsbelasting. Fel en gedreven is Ton Kleyn, de spreekbuis van de Stichting Duurzame Mobiliteit. Deze week baarde zijn organisatie opzien omdat het haar is gelukt de Raad van State zich alsnog te laten buigen over een beroep tegen de Planologische Kernbeslissing en het Tracebesluit van de Betuweroute. Eerder dit jaar haalde de stichting ook al landelijk de publiciteit toen ze een briefwisseling openbaar maakte met hoogleraar Van Wee, onderzoeker bij het RIVM, waarin het door de politiek altijd zo bejubelde milieuvoordeel van de 9,45 miljard gulden kostende goederenspoorlijn ernstig in twijfel werd getrokken.

Als het aan de Stichting Duurzame Mobiliteit ligt komt een groot deel van de Betuwelijn er niet en verdwijnen stukken die er toch moeten komen zoveel mogelijk onder de grond. Want de politiek mag van Kleyn beweren dat het mee zal vallen met de geluidsbelasting van de Betuwelijn, proeven tonen volgens hem het tegendeel aan. “De democratie is met verkeerde informatie en door het achterhouden van gegevens op het verkeerde been gezet. Daarom is het goed dat de Raad van State een aantal zaken opnieuw bekijkt.”

Vrachtwagens

Ton Kleyn, 58 jaar en woonachtig in Asperen, is ondernemer in hart en nieren. Tientallen jaren verkocht hij vrachtwagens met zijn bedrijf Kleyn Trucks. “En als je in vrachtwagens handelt ben je geinteresseerd in infrastructuur en in milieu. Dan wil je weten hoe de andere vervoersmodaliteiten zich ontwikkelen. Dus ben je ook geinteresseerd in de binnenvaart, het spoor en luchtvaart”.

In 1991 werd de argwaan van Kleyn en enkele andere ondernemers uit het rivierengebied ten aanzien van de Betuwelijn gewekt toen NS’ers lezingen gaven bij de Rotary van Geldermalsen. Kleyn, lid van die Rotary, vormde samen met een makelaar, een landschapsfotograaf, een standbouwer en een ingenieur bedrijfskunde een studiegroep, die de onderbouwing voor de Betuwelijn kritisch ging onderzoeken en steeds meer tot de conclusie kwam dat behalve een paar grote bedrijven, niemand gediend zou zijn met de peperdure goederenspoorlijn naar Duitsland. Dat onverantwoord werd omgegaan met gemeenschapsgeld en met de schaarse ruimte.

Prijsvraag

Maar de Betuwelijn is niet het enige onderwerp dat de vijf ondernemers bezighield en bezighoudt. Ze zijn geinteresseerd in mobiliteit in de breedste zin van het woord. De HSL-Zuid, Schiphol en natuurlijk de fileproblematiek hebben eveneens hun aandacht. Dus wilde de studiegroep ook meedoen, toen in 1995 Volkswagenimporteur Pon in Leusden een mobiliteitsprijsvraag uitschreef. Ton Kleyn: “Maar er was een probleem. In de jury zat Portheine, de directeur van NS Vastgoed. Als lastige strijders tegen de Betuwelijn konden we natuurlijk niet meedoen onder onze eigen naam. Dan zouden we die vijftig mille nooit winnen. Dus hebben we toen de Stichting Duurzame Mobiliteit opgericht. We dienden een plan in voor rekening-meerijden. Tegen betaling konden mensen meeliften met anderen. Bestuurders die minimaal drie personen aan boord hadden, mochten op hun beurt gebruik maken van snelle betaalstroken. We vielen helaas toch niet in de prijzen.”

De Stichting Duurzame Mobiliteit wordt nog steeds gedragen door de vijf ondernemers die elkaar in de Rotary van Geldermalsen ontmoetten. “Maar we worden gesponsord en krijgen steun van tal van deskundigen op alle terreinen uit het hele land. Per geval kunnen we een beroep doen op mensen. Om niet helpen ze ons dan. Af en toe huren we professionele mensen in, zoals nu met de advocaat die de zaak bij de Raad van State doet. Maar in het algemeen werken we low budget. Veel mensen in het land zijn ervan overtuigd dat de Betuwelijn weggegooid geld is. Zij helpen ons maar wat graag”.

Werk zat

De aannemerij heeft volgens Kleyn werk zat en zit niet direct op de aanleg van de goederenspoorlijn te wachten. “Bovendien”, zegt hij, “Wij willen ook niet dat het project helemaal wordt afgeblazen. De Havenspoorlijn tot rangeerterrein Kijfhoek is onomstreden. Daar zit tot nu toe het meeste geld in. De Sophiaspoortunnel, waaraan volop wordt gebouwd, mag er ook komen. Die kan worden gebruikt als schakel in een Randstad Rail Ring. Personentreinen kunnen snel de hele Randstad bedienen en zorgen dat de files afnemen”.

Roer een mobiliteitsonderwerp aan en Ton Kleyn loopt als het ware leeg. Hij weet van de hoed en de rand, heeft zelfs opvallend veel detailkennis en laat zich niets wijsmaken. “Ach ja, ik heb veel tijd om me overal in te verdiepen. In 1990 heb ik de directie van mijn bedrijf overgedragen en een jaar later heb ik de aandelen verkocht. Het is ook de reden waarom ik de spreekbuis van de stichting ben geworden”.

Een goederenspoorlijn parallel aan de Waal. Ton Kleyn weigert te geloven dat dat ooit wat kan worden. En er zijn teveel deskundigen die hem in die mening sterken. “Dat was al zo toen het nog ging om het opwaarderen van de oude Betuwelijn, een plan van slechts 2,5 miljard gulden”.

Hij weigert ook aan te nemen dat de Rotterdamse haven er iets minder op zou worden zonder Betuwelijn. “Die haven is groot geworden dank zij de binnenvaart en niets anders.”

Ron Kragten

Redacteur Cobouw

Secretaris Ton Kleyn van de Stichting Duurzame Mobiliteit bij de oude Betuwelijn. In 1989 bracht Rijkswaterstaat hier duikers aan die een eerste aanzet vormden voor de plannen om de lijn om te bouwen. Foto Ton Borsboom

Stichting Duurzame Mobiliteit vindt oorsprong in Rotary

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels