nieuws

De mislukte overval van Zoetermeer

bouwbreed Premium

Dat projectontwikkelaars gebruik maken van de kans een gemeentelijk bestemmingsplan te realiseren door met de betrokken grondeigenaren een overeenkomst te sluiten, wisten we al. De wetgever biedt hen die kans. Dit kwam vorige week aan de orde in het verhaal over projectontwikkelaar Delta en grondeigenaar HBM. Het feest gaat niet door omdat het Hof Amsterdam hun overeenkomst nietig verklaarde: het vond dat zij met hun overeenkomst de wet hadden ontdoken. Datzelfde lot trof enige weken eerder de overeenkomst tussen zes grondeigenaren en Zoetermeer.

Waarom die gemeente het bestemmingsplan van haar buurvrouw Bleiswijk wilde gaan uitvoeren op de manier waarop echte projectontwikkelaars dat proberen, is niet helemaal duidelijk. Mogelijk vond de slaapstad van Den Haag dat zij dat beter kon dan het plattelandse Bleiswijk.

Die gemeente betoogde in het beroep dat zij tegen de weigering van de Rotterdamse rechtbank instelde, dat die een te groot gewicht had toegekend aan het planologische instrumentarium waarover Bleiswijk beschikt. Daarmee zal bedoeld zijn dat het dorpse gemeentelijk apparaat niet geschikt is om een regionaal bedrijventerrein te realiseren.

In het streekplan Rijnmond uit 1996 staat namelijk dat er zo’n terrein moet komen voor zowel de Haagse als de Rotterdamse regio. Bleiswijk had dit vertaald in de structuurvisie Bleiswijk-Noord en verder uitgewerkt in het concept-bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Hoefweg-Zuid’. Dat terrein moet komen ten zuiden van de A 12 en zal niet minder dan 83 hectaren beslaan. Met hantering van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG) wees de gemeenteraad van Bleiswijk op 17 oktober 1996 de voor dit bedrijventerrein benodigde grond aan als percelen waarop zij haar voorkeursrecht wenste uit te oefenen.

Omzeilen

De zes eigenaren van die percelen konden die op grond van artikel 10 van de WVG niet aan een ander verkopen dan nadat zij Bleiswijk in de gelegenheid hadden gesteld hun gronden aan te kopen.

Die wet omzeilden zij samen met Zoetermeer op dezelfde manier als projectontwikkelaars met grondeigenaren doen. In de zomer van 1998 werden tussen hen overeenkomsten gesloten, waardoor Zoetermeer de beschikking kreeg over de voor de, conform het Bleiswijkse bestemmingsplan, te ontwikkelen gronden. Daarvoor kregen de zes eigenaren een bepaald bedrag; voor een negatief resultaat van het project hoefden zij niet op te draaien, want dat zou Zoetermeer geheel voor zijn rekening nemen. Precies zoals in de overeenkomst tussen Delta en HBM was bepaald !

Nadat Bleiswijk tevergeefs bij de Rotterdamse rechtbank tegen deze overval bezwaar had gemaakt, kwam zij bij het Haagse Hof met twee bezwaren tegen de afwijzende beschikking van de rechtbank.

Het eerste verwijt, dat door de overeenkomst van haar buurgemeente afbreuk werd gedaan aan haar eigen voorkeursrecht, trof echter geen doel. De Haagse rechters vonden namelijk dat het geen gebruik kunnen maken van haar voorkeursrecht op zichzelf nog niet voldoende was om de overeenkomst tussen Zoetermeer en de grondeigenaren te vernietigen. Uit de manier waarop de WVG tot stand is gekomen blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest alleen die overeenkomsten te vernietigen die het doel frustreren, waarvoor het voorkeursrecht aan gemeenten is gegeven.

Dat doel is de voor een bestemmingsplan benodigde gronden in eigendom te verkrijgen.

Dit wordt door een overeenkomst als de onderhavige niet verhinderd, want – zo constateerden de Haagse raadsheren – Bleiswijk kan die gronden verkrijgen door ze te onteigenen.

Ook het tweede bezwaar van Bleiswijk leek niet op te gaan. Dat richtte zich tegen de opvatting van de Rotterdamse rechtbank dat de wens van Bleiswijk om zelf de regie te voeren bij de ontwikkeling van het op zijn gebied gelegen bedrijfsterrein, niet betekende dat Zoetermeer de bedoeling had gehad het voorkeursrecht van zijn buurgemeente te ontgaan. Toch bereikte Bleiswijk zijn doel met het standpunt dat het zelf de regie wilde voeren bij de ontwikkeling van dit terrein.

Regie

Bij de laatste wijziging van de WVG heeft de regering duidelijk gemaakt dat het voor gemeenten noodzakelijk is de regie bij de samenwerking met de particuliere sector vlot te laten verlopen.

Omdat het lastig is een garantie te verkrijgen dat de uitvoering van een bestemmingsplan door derden goed en tijdig zal plaatsvinden, heeft de gemeente belang bij het voeren van de regie.

Zo werd er een belang, dat een gemeente moet hebben bij het uitoefenen van het voorkeursrecht, toegevoegd. Niet alleen dat zij de gronden in eigendom moet kunnen verwerven, ook het regie-belang bij de realisatie van haar eigen bestemmingsplan wordt door de WVG gediend, zo besliste het Hof Den Haag.

De mogelijkheid die gronden in eigendom te verwerven, werd Bleiswijk weliswaar niet ontnomen, maar wel de mogelijkheid zelf de regie te voeren bij het ontwikkelen ervan. Dat gaf de doorslag voor de nietigverklaring van de door Zoetermeer opgezette plannen voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein.

Erkenning

Wat opvalt in deze uitspraak is dat het Hof uitdrukkelijk erkent dat Bleiswijk het voor lief had moeten nemen als de grondeigenaren de aan hun percelen gegeven bestemming zelf, althans voor eigen risico, hadden willen realiseren. Maar dat daarvan hier geen sprake was.

Dat het risico volledig bij Zoetermeer zou liggen was inderdaad overeengekomen. Bij de wijziging van de WVG in 1996 heeft de regering echter gezegd dat er niets op tegen is dat de particuliere eigenaar de nieuwe bestemming van zijn grond zelf realiseert, eventueel met behulp van een derde, maar dat die derde niet alleen het risico mag dragen, zoals het Hof vindt, is nooit aan de orde geweest.

Het is daarom maar de vraag of het Hof die uitbreiding aan tekst en bedoeling van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten mocht geven. Als dat niet zo is zou de Rotterdamse rechtbank toch gelijk hebben gehad, dat het belang van Rijswijk alleen gelegen was in de tijdige realisering van de voorgenomen bestemming. En ik zie niet in wat mis zou zijn geweest aan een garantie van Zoetermeer aan zijn buurgemeente dat hij haar bestemmingsplan zou eerbiedigen.

Nee, ik denk dat Pronk er goed aan doet de WVG zo te wijzigen dat gemeenten niet worden verhinderd zelf de regie te voeren bij de realisering van hun bestemmingsplannen. Maar dan zal hij toch wel moeten terugkomen op de uitspraak van zijn voorganger dat de grondeigenaren die zelf mogen realiseren.

Mr. Math Verstegen

Reageer op dit artikel