nieuws

Uitvinding brengt drainage langs snelweg en spoorlijn dichterbij Geen gehannes meer dankzij ‘trein’ aannemer Schepers

bouwbreed

oud gastel – Een uitvinding van aannemer van drainagewerken Wim Scheepers (53) in Oud Gastel brengt de aanleg van drainage langs verdiepte snelwegen, spoorlijnen en dergelijke een stuk dichterbij. Scheepers heeft aangetoond dat snel een effectieve drainage kan worden aangelegd. Op de vinding is patent aangevraagd.

“Het probleem”, zegt Wim Scheepers, “is dat je bij de aanleg van drainage – en zeker bij verdiepte aanleg – last hebt van het grondwater en verder dat het moeilijk is het doek fatsoenlijk in de sleuf te krijgen. Als je een sleuf graaft van 1,80 meter diep, is het lastig om het doek, dat vijf meter breed is, strak tegen de wanden en op de bodem te krijgen. Bovendien waaien bij een beetje wind de flappen op.”

“De oplossing die daarom vaak wordt gekozen is om geen drainage aan te leggen, maar een sloot te graven. Dat geeft veel meer ruimtebeslag en, zeker met de aanleg van de hogesnelheidslijn en de Betuwelijn in het verschiet, ben ik daarom op zoek gegaan naar goede oplossingen en ik denk dat ik die heb gevonden.”

Scheepers ging diverse keren naar Frankrijk om te kijken hoe men het daar dacht op te lossen, deed zo wel ideeen op, maar vond niet het ei van Columbus. Samen met Interdrain te Tiel, de fabrikant van de graafmachine die Scheepers gebruikt voor het graven van drainagesleuven, ontwikkelde hij hulpstukken die aan de machine kunnen worden bevestigd.

Sloffen

“In feite zijn het twee sloffen, zoals die in het vak heten, die in elkaar passen”, zegt Scheepers. “De een past precies in de sleuf en is iets ingekort. Ernaast wordt de rol dubbelgevouwen doek opgehangen. In de slof is een diagonale spiraal gemonteerd. Deze trekt het doek naar beneden, door een punt in de slof wordt het doek opengevouwen en tegen bodem en wanden vastgedrukt.”

“De tweede slof past in de eerste en wordt er gedeeltelijk achter gemonteerd. Het bovenste deel is in de vorm van een trechter gemaakt en daarin zit een gat, waardoor de drainagebuis van rond 355 mm wordt gevoerd. Zo ontstaat een trein, die vooraan de sleuf maakt en achteraan de drain heeft gedicht.”

Geleiding

De graafketting, die dicht tegen de machine zit, maakt een sleuf van 1,50 tot 1,80 meter diep, geheel lasergestuurd. De breedte is slechts 53 cm. Enkele decimeters daarachter zit de eerste slof, die het doek op z’n plaats brengt. Weer vlak daarachter wordt via de tweede slof een laag van 15 centimeter grind gestort en door de doorvoer komt de drain. De zes meter lang delen zijn tevoren aan elkaar gemaakt met een mof. Een lengte van een paar honderd meter wordt tevoren langs het parkoers gelegd.

Via een geleiding wordt de buis van achter naar voren omhoog gebracht en in de doorvoer geleid. Meteen als de buis op z’n plaats is, wordt de sleuf verder met grind gevuld en kunnen de slabben van het doek worden dichtgevouwen.

“Grond erover en het is klaar”, zegt Scheepers. “Als je vanuit het diepste punt werkt, dan doet de drain het al en loopt tijdens het werk de sleuf minder snel vol. Doordat de sleuf in feite binnen een paar minuten weer dicht is, krijgt het grondwater weinig kans. En zelfs als dat gebeurt, kan het doek toch nauwkeurig op zijn plaats worden gedrukt.”

Snelheid

Tussen graafketting en de man die de slabben dichtvouwt, zit maximaal een meter of zes. Inclusief de machine is de trein een meter of tien. De trein beweegt zich in normale omstandigheden vooruit – of eigenlijk achteruit – met een snelheid van zo’n meter of vijftig per uur. Scheepers: “Maar dat kan per omstandigheid verschillen. Er waren dagen bij dat we negenhonderd meter deden en er waren dagen bij dat we tweehonderd meter deden. Voor de zes kilometer A58 hebben we drie weken nodig gehad.”

Risico

Wim Scheepers beseft dat opdrachtgever Rijkswaterstaat en aannemer Vermeer een risico hebben genomen door in te stemmen met de nieuwe werkwijze: “We hadden natuurlijk wel proeven gedaan en berekeningen gemaakt, de vraag was of het in de praktijk ook over langere afstanden zou werken. Ik was er tevoren vrij zeker van, maar je weet het nooit.”

“Tijdens het werk hebben we wel wat kleine aanpassingen gedaan. Zo hebben we besloten het uiteinde van het doek – een rol is tweehonderd meter – vast te naaien aan het begin van de nieuwe rol. Want in de praktijk bleek de slof nogal aan het doek te trekken en we wilden geen gaten.”

De Oud Gastelse aannemer heeft tijdens het werk bedrijven als Grontmij en Heidemij en waterschappen en dergelijke uitgenodigd om een kijkje te nemen. En volgens zijn zeggen waren zij enthousiast. Dat geldt in elk geval voor uitvoerder Van Seters van hoofdaannemer Vermeer van het werk aan de A58: “Wat Scheepers heeft bedacht, is heel bijzonder. Dit systeem geeft nieuwe mogelijkheden.”

En Scheepers: “Behalve dat het werk goed en snel klaar was, hebben we – omdat de sleuf niet groter werd dan de voorgeschreven maten van 1,80 meter diep en 53 cm breed – voor de hoofdaannemer zeker een scheepslading grind uitgespaard.”

Het doek zakt van de rol in de slof en draait een kwartslag.

Als de drain in de sleuf is

gevoerd, wordt de sleuf met grind

gevuld en met de slabben van het doek afgedekt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels