nieuws

Schouwburg: vloeibeton niet alleen in buitengevel

bouwbreed

den haag – Bij de restauratie en uitbreiding van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag is niet alleen de gevel van het toneelhuis in zelfverdichtend beton uitgevoerd. Ook voor de vloeren van de trappenhuizen is vloeibeton toegepast. Dat leverde een bijzonder effect op. Het beton ziet er hard, glad en schoon uit.

“Normaal is een betonoppervlak van deze kwaliteit alleen maar mogelijk in prefab”, stelt prof.ir. Frans van Herwijnen van ABT Adviesbureau voor Bouwtechniek BV in Arnhem. Hij heeft het behalve over de gevels ook over het beton in het interieur. De combinatie van ovalen stalen trappen met glazen treden, aan weerszijden van de grote zaal, en ter plekke gestorte betonnen vloeren ziet er inderdaad bijzonder uit. Geschaafde houten bekistingsdelen hebben het beton een subtiele tekening meegegeven. De randen van het trapgat lopen vlak tegen het staal aan, zonder dat de overgang van het ene op het andere materiaal stoort. “Voor het timmeren van de bekisting in deze gebogen vormen was een meubelmaker nodig”, aldus Van Herwijnen.

De hoogte van de trappenhuizen was een gegeven. De dikte van de betonnen vloeren is daarvan afgeleid. Ze zijn slechts twintig centimeter dik, met vier centimeter afwerking. Van Herwijnen: “Daar moest alles in.” Geen eenvoudige opgave, vooral gezien de overspanningen aan de noordzijde.

Gelijk is gelijk

Het lijkt alsof de vloeren van de trappenhuizen uitsluitend in beton zijn geconstrueerd. Dat is niet helemaal waar. Om een vide met een gebogen rand te creeren, moest een stalen kolom worden gebruikt, die onzichtbaar is verwerkt in de wand van een pantry. De vormgeving suggereert dus een mogelijkheid, die het beton in werkelijkheid niet biedt.

Opvallend in het hele ontwerp is de toepassing van het architectonische principe ‘gelijk is gelijk’. De onderzijde van het beton is bijvoorbeeld gelijk aan de onderzijde van de stalen trappen. De buitenzijde van de gevel is gelijk aan de buitenzijde van de vierkante roestvaststalen kozijnen. Doordat dit principe consequent is doorgevoerd heeft de architectuur een heel eigen karakter. Niet alleen het beton heeft een grote dichtheid, ook het gebouw heeft een compacte vorm. Binnen de contouren van het oude toneelhuis vonden alle functies een plaats, zonder dat het gebouw een massale indruk maakt.

Luchtbelgaatjes

Wil een project voor de Betonprijs in aanmerking komen, dan moet het beton op voorbeeldige wijze zijn toegepast. Dat is bij de Koninklijke Schouwburg beslist het geval. Iedereen in de betonbouw wil natuurlijk weten of het voorbeeld navolging verdient.

Wat zal er in de loop van de tijd met het oppervlak van de gevel gebeuren? Als er water in de kleine luchtbelgaatjes (het zijn er weinig, maar ze zijn er wel) komt en het gaat vriezen, springen de stukjes beton dan van het oppervlak af? Hoe zullen de minimale scheurtjes bij de hoeken van de kozijnen zich ontwikkelen? Zal het druipwater van het koperen dak en de koperen goten sporen nalaten op de gevel? Hoe zal de messcherpe naar buiten uitstekende profilering zich houden? Blijft het uiterlijk van het beton in de trappenhuizen schoon?

Hier en daar moest het beton worden bijgewerkt door een restaurateur, omdat de fijne fractie in het beton een te donker oppervlak opleverde. Op die plekken lijkt het beton nu bijna op natuursteen.

Gewoon B25

De toepassing van vloeibeton is een idee van ABT Adviesbureau voor Bouwtechniek. De Waalse architect Charles Vandenhove uit Luik had al een scherpe profilering ontworpen, waarvan de kwaliteit tenminste die moest zijn van de gevel van een bepaald woonhuis in Belgie. ABT wist dat leveranciers een project zochten voor de promotie van zelfverdichtend vloeibeton. Het gaat om gewoon B25 beton, want de elasticiteitsmodulus moest laag blijven in verband met de constructieve eigenschappen. Het grote verschil met traditioneel beton is, dat het vloeit als water, ook onder kozijnen door en in lastige hoeken en gaten. In het begin werd een slang onder de kubel gehangen en stonden vier mannen op de steigers, maar later bleken twee mannen en een gewone kubel ook voldoende. Dat leverde een anekdote op: een truckmixerchauffeur belde zijn centrale om te melden dat hij het beton niet kon afleveren. “Er staan hier maar twee kerels, allebei met hun handen in de zak.” De chauffeur moest ervan worden overtuigd, dat die twee man het storten gemakkelijk aankonden.

Losgezaagd

De Koninklijke Schouwburg bestaat uit een in 1766 gebouwd paleisje, een zaal die in 1863 zijn huidige vorm heeft gekregen en een toneelhuis uit 1929. Nog steeds zijn de drie delen duidelijk te onderscheiden. Voor de brandveiligheid is het paleisje bij de verbouwing helemaal losgezaagd van de zaal. In de dilatatie zijn branddeuren aangebracht.

Grote delen van het toneelhuis zijn gesloopt. De vier hoeken hebben een nieuwe fundering gekregen. Aan de straatzijde is een portaal gebouwd, waarin vrachtwagens hun goederen kunnen afleveren. Ter weerszijden van de toneelopening zijn noodtrappenhuizen geplaatst. Boven de zijbeuken van het toneelhuis hangen nieuwe kantoren. De dienstruimten aan de kop van het gebouw, achter het toneel, zijn gerenoveerd. Alles bij elkaar heeft de renovatie en nieuwbouw zo’n 32 miljoen gulden gekost. Daar zal nog wel iets bijkomen voor het herstel van de akoestiek (het toneelhuis blijkt te hol) en het wegwerken van kleine gebreken zoals vochtdoorslag door een oude buitenwand en de afwerking van de noodtrappen. Maar een grote renovatie hoeft de Koninklijke Schouwburg voorlopig niet meer te ondergaan.

Het toneelhuis van de Koninklijke Schouwburg.

Het betonplafond in het trappenhuis. Foto’s: Peter van Mulken

Opdrachtgever: Gemeente Den Haag / Dienst Onderwijs,

Cultuur en Welzijn.

Architect:Charles Vandenhove, Luik (Belgie), vertegenwoordigd door HTV Architecten in Den Haag.

Adviseur: ABT Adviesbureau voor Bouwtechniek BV, Velp / Delft.

Aannemer: H.J. Jurriens BV, Utrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels