nieuws

‘Philips praat ons kunstlicht aan’ Martien Duineveld ziet aandacht voor energiebesparing verslappen

bouwbreed

Vervolg van pagina 1 zevenhuizen – Stralend helder weer of winterse regenbuien, het licht brandt altijd. We vinden dat normaal. “We hebben ons door Philips een kunstlichtcultuur laten aanpraten”, zegt Martien Duineveld. Over kronkels in het milieubeleid.

Eerst eens zien of het principe van het regelbare daglicht inderdaad werkt. Hij doet er een beetje geheimzinnig over. Zegt “in huis wat gefabriekt te hebben”, maar wil aanvankelijk niet in de krant hebben hoe het werkt. Uiteraard een onhoudbaar standpunt bij productdemonstraties. We gaan naar boven, naar de badkamer. Automatisch richt de blik zich naar het licht dat van bovenaf door een lichtkoepel naar binnen valt. Tussen de koepel en de badkamer zit een matglazen plaat. Daardoor is niet goed te zien wat er precies gebeurt als de koepel langzaam zwart wordt. In een ander vertrek is aan de hand van een proefopstelling duidelijker te zien hoe een rolgordijn reageert op de intensiteit van het daglicht.

Patenten

Voor de eindversie gaat Duineveld uit van een luchtdicht gesloten systeem van dubbelglas, waarin een rol- of een plissegordijn kan bewegen.

Binnen maximaal vijftien jaar is de meerinvestering terugverdiend, schat de uitvinder, die nog twee andere patenten op zijn naam heeft staan: de Verwiklep, die aansluiting van een afzuigkap op de luchtkoker in de keuken mogelijk maakt zonder de normale ventilatiefunctie te blokkeren, en een bodemhygrolatiesysteem van zakken gevuld met polystyreenkorrels.

Een terugverdientijd van minimaal twee en maximaal vijf jaar steekt gunstig af bij de honderd jaar die het duurt voordat de investering in PV-cellen netto is terugverdiend. Duineveld gelooft niet in een substantiele bijdrage van PV-cellen aan de oplossing van het CO2-probleem. “Door de hoge kosten zal maar een kleine groep mensen hierin geinteresseerd zijn.”

Windowdressing

De politiek laat haar oren te veel hangen naar commerciele bedrijven, meent de uitvinder van het regelbare daglicht. Hij noemt het energieprestatieadvies (EPA), een taak die de energiebedrijven maar al te graag naar zich toe willen trekken. Producenten die een beperkte afname van hun product aanbevelen? Duineveld lacht: “Dat is de vos die de passie preekt. Energiebedrijven hebben geen belang bij energiebesparing. Miljoenen die naar deze bedrijven zijn gegaan voor consumentenvoorlichting zijn opgegaan aan windowdressing.”

“Energievoorlichters hebben nog voor anderhalf miljard gulden aan jaarlijkse besparingen onder de toonbank liggen. Die laten ze niet zien”, beweert Duineveld met grote stelligheid. Als voorbeeld van een mogelijke besparing noemt hij de naisolatie van de bestaande voorraad. “Een Rc van 1,3 voor daken is een waarde uit de tijd van Van Agt. Twintig gulden subsidie per vierkante meter krijgen opdrachtgevers als ze aan deze norm voldoen. Geldverspilling”, vindt Duineveld. “De ambitie moet zijn een Rc van 4 a 5 en een terugverdientijd van ongeveer vijftien jaar. Dat is nu nog niet overal haalbaar, maar als VROM daar beleid voor maakt, hierover met de dakdekkers gaat praten, dan komen ze vroeg of laat ongetwijfeld met een oplossing. Dan praat je over een reductie van megatonnen CO2.”

Algemeen gesteld, is de uitvinder van mening dat door de voorlichtingscampagnes over duurzaam bouwen de aandacht voor energiebesparing is verslapt. Dat is des te betreurenswaardiger, vindt Duineveld, omdat van de totale milieubelasting van een gebouw – gerekend over de volledige levensduur – de CO2-uitstoot verreweg het grootste probleem is.

Nee, Duineveld voelt zich geen roepende in de woestijn. “Voor elke uitvinding is er een moment waarop de tijd rijp is”, zegt hij. Dat moment is nu, gelooft hij. De oprichting van een daglichtinstituut en een startsubsidie van ongeveer tien miljoen zou een goed begin zijn.

Duineveld heeft berekend dat met zeven procent glas in het dak tachtig procent van de totale lichtbehoefte kan worden gedekt met daglicht. Duurzaam daglicht, in de vorm van een daklicht waarmee de optimale lichttoetreding kan worden geregeld, betekent een aanmerkelijke energiebesparing op kunstlicht, verwarming en koeling. In zes verschillende situaties laat Duineveld zien wat de invloed is van duurzaam daglicht in een bedrijfsgebouw, gedurende de winter en de zomer. In het stookseizoen wordt bij fel daglicht het daklicht aan de onderkant van het plafond afgesloten door een licht transparant materiaal dat de optische lichthinder wegneemt, maar wel de warmte doorlaat.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels