nieuws

Niet sexy?

bouwbreed

Projectontwikkelaars, overheden en ook mijn collega’s kunnen hoog opgeven over hun imposante en glamour-bedrijfsprojecten in dito bedrijvenparken. Zij vergeten weleens dat naast kantoorgebouwen er in ons land nog vele industriele en ambachtelijke bedrijven zijn die ook behoefte hebben aan goede bedrijfshuisvesting. Misschien niet een chique maar wel een rendabele OG-belegging.

’s Lands economie kan nu eenmaal niet alleen draaien op de dienstverlenende sector; ook landbouw en industrie vormen belangrijke pijlers. Behalve de papierschuivende werkende klasse, schoonmaakbedrijven en dergelijke, willen we land- en tuinbouwproducten eten, kunnen we niet zonder de vleesproducerende industrie, blijft er behoefte aan autoreparatiegarages en fabrieken of werkplaatsen van vele producten. Mede door het gebrek aan goede bedrijfsruimten is de industriele bedrijfstak in het gedrang gekomen en dat is te betreuren.

Overheden hebben al vele vruchteloze pogingen ondernomen om oude bedrijventerreinen te herindelen en op te knappen, het komt maar niet van de grond. Het gaat dan over bedrijventerreinen van meer dan 30 jaar oud, waarbij niet op een meter of meer grond werd gekeken (extensief grondgebruik) en het uiterlijk van de gebouwen niet de hoogste prioriteit is geweest. U kent ze wel, de laagbouw bedrijfsgebouwen van maximaal anderhalve verdieping op dure grond in de periferie van de gemeentelijke centra.

Dit soort bedrijventerreinen bestaan – gelukkig – nog, ze zijn niet allemaal weggejaagd door progressieve gemeentebestuurders. Het is voor regionale economieen belangrijk deze lokale bedrijventerreinen te behouden en te revitaliseren.

Volgens mij kunnen investeerders en ontwikkelaars nu volop aan de slag met de plannen en potten geld van gemeenten en provincies om met bedrijven, die hun pand vaak in eigendom hebben. Bedrijven die hun huisvesting willen verbeteren maar eigenlijk niet willen verkassen, kunnen in een nieuw pand op hetzelfde bedrijventerrein terugkomen, terwijl op de plaats van hun oude pand een nieuw en efficient bedrijfspand met meer verdiepingen verrijst. En passant kan men een eventuele sanering van verontreinigde grond, ondergrondse (olie) opslagtanks en oude kabels aanpakken en krijgt een gemeente de kans de infrastructuur (wegen) en groenstroken aan te passen. Het vereist inderdaad enige creativiteit en inspanning, maar uiteindelijk zal zo’n operatie voor iedereen rendabel zijn.

Op 26 november organiseert de Vereniging van Onroerend Goed Onderzoekers Nederland VOGON samen met ’s werelds grootste makelaar OG Jones Lang Lasalle in Amsterdam een studiemiddag over dit onderwerp en ik verwacht daar goede resultaten van.Zoals aangekondigd lijkt het Industrieel Vastgoed een ‘vergeten marktsegment”, men ziet deze terreinen dikwijls als een soort ‘Jacobsen en Van Es-terrein’, een bijna no-go-area voor de witteboordenbeleggers en ontwikkelaars.

Niets is minder waar, want de grond van deze terreinen is (ook) duur, de huren geven voldoende rendement en de panden zijn gezien hun flexibele bestemming zeker courant te noemen.

Daarbij komt dat nieuwe kantorenbouw op industriele bedrijfsgebouwen niet ongebruikelijk is, twee totaal verschillende gebruikers geven dit soort oude bedrijventerreinen een aardige mix en een bijzondere dynamiek.

Het herinrichten en beter benutten van de bouwgrond (intensief) is een uitdaging voor de dames en heren ontwikkelaars, investeerders en architecten, laat hun creativiteit maar eens op hol slaan, waarbij geld geen rol hoeft te spelen. Met als opdracht: een industrieel bedrijventerrein mag er toch ook wel een beetjes sexy uitzien, toch!

Hans Broeren,

Makelaar en taxateur OG,

Amsterdam

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels