nieuws

Hoge Raad verwerpt claim van Heijmans

bouwbreed Premium

den haag – De civiele kamer van de Hoge Raad vindt dat Heijmans Bouw in Rosmalen ten onrechte een schadevergoeding van 1 miljoen gulden eist van de Staat.

Heijmans stelt dat de Belastingdienst jegens het bouwconcern een onrechtmatige daad heeft begaan, maar de Hoge Raad heeft de claim afgewezen.

De schadeclaim komt voort uit een overeenkomst uit 1980 tussen Heijmans en Sport en Spel Aalsmeer BV, dat behoorde tot het bedrijfsconglomeraat van tennishallenbouwer A. Poot. Sport en Spel had in 1980 van de Belastingdienst in Eindhoven 1 miljoen gulden tegoed op grond van de Wet investeringsrekening (WIR) die toen nog bestond.

Sport en Spel verkocht de WIR-vordering die het had op de Belastingdienst aan Heijmans. Daarmee loste het bedrijf een deel van een schuld van 2,7 miljoen gulden af die het bij Heijmans had uitstaan. In 1981 werd Sport en Spel failliet verklaard.

In de jaren daarna zag Heijmans niets van de investeringsbijdrage die Sport en Spel van de Belastingdienst tegoed had. Pas in 1986 en 1989 werd het geld in twee etappes uitbetaald. Daarvoor moesten wel eerst een bezwaarschriftenprocedure en een rechtszaak bij het Gerechtshof worden gevoerd. In de procedure bij het Gerechtshof werd Sport en Spel bijgestaan door de belastingadviseur van Heijmans.

Heijmans stelt 1 miljoen gulden renteschade te hebben geleden, omdat het geld pas na vele jaren aan het Rosmalense bouwbedrijf werd betaald. Volgens Heijmans is de Staat daar verantwoordelijk voor. De Hoge Raad stelt dat de Belastingdienst met Heijmans op zich niets maken had, omdat het ging om WIR-premies van Sport en Spel.

Reageer op dit artikel