nieuws

De baggerwerken van staatssecretaris De Vries

bouwbreed Premium

Wie is staatssecretaris De Vries van Verkeer en Waterstaat eigenlijk? Is zij een vrouw met kennis en kunde, die zij verborgen weet te houden achter haar innemende glimlach, of mist ze politieke bedrevenheid om het tekort aan parate kennis te camoufleren? Hoe het ook zij: het gaat niet goed met de baggerwerken, die onder haar verantwoordelijkheid vallen.

Jarenlang vormden de baggerwerken een sluitpost op de rijksbegroting. Nu het besef doordringt dat we zo niet kunnen blijven aanmodderen, is er te weinig geld om vervuild baggerslib op een goede manier kwijt te raken. Van de 12 miljard gulden die nodig is voor sanering en verwerking, beschikt de staatssecretaris maar over 1,8 miljard.

Het is dientengevolge verklaarbaar waarom De Vries kiest voor het storten van vervuilde bagger in plaats van de veel duurdere verwerking, waarbij zand- en grindwinning de belangrijkste procedes zijn.

Maar op dit punt ziet de staatssecretaris de Tweede Kamer tegenover zich. De leden van de vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat willen eensgezind dat De Vries grootschalige proeven steunt voor baggerverwerking en een forse afvalstoffenheffing oplegt op het storten van bagger in depots. Eerst moeten de grondstoffen uit de specie worden gehaald, de restfractie kan in depots. “En komt u niet aan met het excuus dat dat te duur is, want als het bedrijfsleven zulk pardon aanvoert, zegt u ook dat u daar niets mee te maken heeft”, doceerden de leden afgelopen week streng.

Tweestrijd

Politiek gezien zou je van de staatssecretaris een breedvoerig relaas verwachten, waarin zij niets belooft maar wel de suggestie wekt als wil ze aan de wens van de politiek tegemoetkomen. Begrijpend, maar ongrijpbaar.

Dat gebeurde niet. Ze lachte de Kamerleden vriendelijk toe en zei bezwerend dat zij ook veel liever de bagger zou willen verwerken dan haar te storten. Het refrein is verder bekend: te duur.

Opmerkelijk zijn ook de reacties van de grondverwerkingsbedrijven op De Vries. Vele hebben voor miljoenen guldens geinvesteerd in verwerkingsinstallaties, waarvan de meeste werkeloos staan. De bagger gaat rechtstreeks naar de depots. Je zou denken dat de baggerbedrijven op hun achterste benen staan over het beleid van De Vries.

Maar Boskalis Dolman BV (een werkmaatschappij van Koninklijke Boskalis) is zeer te spreken over de staatssecretaris. “Ze is de eerste sinds lange tijd die met ons komt praten over het baggerprobleem. Of ze kennis op dit gebied heeft, weet ik niet, maar ze bezit de wil en de moed het bespreekbaar te maken”, zegt directeur J.A. Dolman.

Het grondverwerkingsbedrijf had op verzoek van Rijkswaterstaat bij wijze van proef tweeenhalf jaar een verwerkingsinstallatie op de Slufter (Maasvlakte) staan. De grootschalige proef moest bewijzen dat zandrijke baggerspecie goed te scheiden is, mits de natuurlijke methode wordt gekoppeld aan de mechanische methode. Dan zou het scheidingsrendement het hoogst zijn.

Schokkend

Niettemin reden de transportwagens in de meeste gevallen de verwerkingsinstallatie voorbij om de ellende in het depot Slufter te dumpen. Er zou te weinig zand in de specie zitten. De werkelijke reden is even simpel als schokkend: Rijkswaterstaat was bang dat de Slufter te weinig rendabel zou zijn als er te veel slib zou worden verwerkt.

Boskalis Dolman BV heeft naar het lijkt redenen de staatssecretaris te kritiseren, maar in plaats daarvan draagt directeur Dolman haar op handen.

De Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondwerkbedrijven (NVPG) wijst De Vries goedgeluimd terecht dat haar rekensommetje niet klopt. Haar veronderstelling dat een bedrijf in Limburg het slib voor 35 gulden per ton kan verwerken (even duur als storten dus), is bezijden de waarheid. Er is immers altijd een restfractie en die mag niet in goedkope slibdepots, maar moet voor 85 gulden per ton naar de normale stortplaatsen, zo corrigeerde de NVPG haar onlangs.

“Als de restfractie goedkoop voor 8 gulden per ton naar slibdepots mag, zijn op dit moment ten minste tien bestaande verwerkers in staat binnen de financiele randvoorwaarde bagger te verwerken”, schrijft de NVPG.

Maar De Vries houdt vol dat storten vooralsnog het enige haalbare is. Voor de technische verklaring wuift ze hoffelijk naar haar ambtenaren, die veel woorden gebruiken en weinig zeggen.

“Weet u wat het is?”, vertrouwt directeur Dolman toe. “Er is onwil bij Rijkswaterstaat, ongeinteresseerdheid ook. De staatssecretaris is niet zwak, ze daagt de Kamer uit straks gefundeerd voor meer geld bij het kabinet aan te kloppen.”

Elsemiek de Jong,

Parlementair redacteur

Markt stabiel

De markt voor de natte waterbouw blijft de komende jaren stabiel op bijna 1,1 miljard gulden. In de totale gww-sector is de natte waterbouw vanaf 1995 teruggelopen. Het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) verwacht dat de productie van kust- en oeverwerken verder daalt van 620 miljoen in 1998 tot 550 miljoen in 2004.

De conclusies van EIB staan haaks op de roep van het ministerie van Verkeer en Waterstaat dat veel meer geld nodig is voor waterbouw, bodemsaneringen en oeverbescherming. De cijfers tonen tevens aan dat het nog steeds droevig is gesteld met deze gww-poot, die het ondergeschoven kind blijft.

Reageer op dit artikel