nieuws

Centraal Museum Utrecht licht en open Ondergrondse gangen verbinden afdelingen

bouwbreed Premium

utrecht – Stoffig en muf was het er. Rommelig en donker. Maar een vijf jaar durende verbouwing veranderde het karakter van het Utrechtse Centraal Museum compleet. Voor een kleine veertig miljoen gulden kreeg de Domstad een licht, open en modern museumcomplex.

Zondag opent het verbouwde Centraal Museum na anderhalf jaar de deuren voor het publiek. Met nog drie dagen te gaan tot de opening, zetten museummedewerkers in het gedeeltelijk middeleeuwse gebouwencomplex koortsachtig de puntjes op de i. Hier staat iemand historische kleding te strijken, daar leggen medewerkers de laatste hand aan de inrichting van een stijlkamer. “Er moet nog best veel gebeuren, maar we zijn op tijd klaar,” stelt directeur Sjarel Ex zijn bezoekers gerust.

Overzichtelijk

Tijdens de rondleiding door Ex wordt duidelijk welk een zegenrijk werk de Belgische architecten Stephane Beel en Lieven Achtergael hebben verricht. Zij braken storende muren, plafonds en vloeren weg en brachten balustrades, trappen, glazen liftkokers en (mat)glazen doorgangen aan. Daglicht stroomt vrijwel ongehinderd het museum binnen. Een verrassende openheid en een plezierige overzichtelijkheid zijn het resultaat. “Geen steen is op de andere gebleven”, aldus Ex.

Dat is wel een beetje overdreven, want de buitenzijde en de structuur van het museum zijn vrijwel ongewijzigd gebleven. Alleen het glazen entreegebouw – een ontwerp van Mart van Schijndel uit de jaren zeventig – onderging een ingrijpende facelift, waarover overigens nog steeds een rechtszaak loopt. De onlangs overleden architect beschouwde de verbouwing van zijn creatie als een inbreuk op zijn auteursrecht.

Nieuw zijn de ondergrondse gangen, die de verschillende afdelingen van het museum met elkaar verbinden. Nieuw is ook de Rietveldvleugel aan de overzijde van de smalle Agnietenstraat. In dit voormalige, negentiende-eeuwse onderkomen van een psychiatrische inrichting heeft het museum zijn Rietveldcollectie ondergebracht. De Utrechtse architect Peter Versseput richtte het gebouw opnieuw in en het resultaat is eveneens openheid en toegankelijkheid. “Alleen al uit dit gebouw hebben we zestig grote containers puin afgevoerd”, zegt directeur Ex.

De technische infrastructuur van het museum is totaal vernieuwd. De gebouwen kregen een geavanceerd systeem voor klimaatbeheersing, waardoor het museum nu aan alle Europese richtlijnen voldoet. Dat is van belang voor het beheer van de collectie historische schilderijen.

Sanitair

Zoals het hoort bij een museum drukten kunstenaars hun stempel op de inrichting. Neem het opvallende, gifgroene sanitair; een ontwerp van Joep van Lieshout. Of het sobere, middeleeuws aandoende restaurant. De ontwerper Richard Hutten herstelt een oude functie in ere. Op de plaats van het restaurant was in vroeger tijden de refter gevestigd, waar de nonnen van het Agnietenklooster de maaltijd nuttigden.

De nieuwe openheid en toegankelijkheid van het museum komen niet alleen tot uiting in de inrichting, maar ook in de activiteiten die de komende jaren op het programma staan.

Exposities met werk van onder andere Jan van Scorel, Pieter Saenredam en – jawel – Dick Bruna worden publiekstrekkers, is de verwachting. En de kinderen kunnen gewoon met hun ouders mee: voor hen is er op de zolder van het museum een aparte afdeling met computers en al: Kids Centraal.

Werk van de Utrechtse kunstenaar Rietveld neemt een prominente plaats in de naar hem genoemde vleugel van het Centraal Museum.

Kunst in Rietveldstijl van Krijn de Koning in de Rietveldveugel. Foto’s: Vincent Boon

Reageer op dit artikel