nieuws

Bestaat het woongenot van een carport?

bouwbreed

In het regeerakkoord voor Kok II is een vereenvoudiging van de Woningwet aangekondigd. De verandering van 24 september 1998 mochten we niet als uitvoering van die belofte zien, want die kon nog worden geschreven op het conto van staatssecretaris Tommel. De echte vereenvoudiging en zoveelste wijziging van onze belangrijkste bouwwet komt er nog aan.

Na vijf wijzigingen van de Woningwet in 1992, vier in 1993 en drie in 1994 zijn we onderhand de tel kwijt geraakt. Die van 1 juli 1999, bracht weer eens de nodige veranderingen op het gebied van de bouwvergunningen, maar zal zeker niet de laatste zijn.

Medio volgend jaar kunnen we rekenen op een wetswijziging waarin het hele systeem van de meldingsplicht wordt verlaten. Die ‘uitvinding’ blijkt zo onderhand in de praktijk een volslagen mislukking te zijn.

Er zal na juli 2000 alleen nog sprake zijn van vergunningplichtige en vergunningvrije bouwwerken. Als er gebouwd moet worden op basis van een vergunning kan de procedure daarvoor vier dan wel dertien weken bedragen. Voor alle niet in een uitvoeringsbesluit aangewezen bouwwerken zal binnen die laatste termijn beslist moeten worden op een vergunningaanvraag.

Carport

De voor de bouwregelgeving verantwoordelijke bewindslieden en hun wetgevingsambtenaren hebben ongetwijfeld de beste bedoelingen met het vereenvoudigen van de wetten en besluiten waarmee de bouwwereld moet kunnen werken. Het lijkt er echter soms wel op dat ze daarbij meer proefondervindelijk te werk gaan dan na een gedegen studie, waarbij met name ook de praktische toepasbaarheid van nieuwe probeersels is nagegaan. Aan dit nieuwe wetsontwerp ligt wel de evaluatie Herziene Woningwet en Bouwbesluit ten grondslag, maar ook de studie die is verricht over Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit zal hebben bijgedragen tot het vinden van een nieuwe oplossing van het bouwvergunningen-vraagstuk.

Een van de vele onderdelen waar bij de vernieuwing de belangstelling naar uitgaat is wat er met de regeling voor carports gaat gebeuren. Sinds 1 januari van dit jaar bepaalt de Woningwet dat er geen bouwvergunning nodig is voor een overkapping op het erf van een gebouw of standplaats (van een woonwagen bijvoorbeeld), die strekt tot vergroting van het woongenot van het gebruik daarvan. Wil een carport achter de voorgevel vergunningvrij zijn dan moet hij nog aan een viertal andere eisen voldoen, maar die spelen in dit bestek geen rol. De vraag is, wat we nu toch moeten met de eis, dat de carport (overkapping) moet strekken tot vergroting van het woongenot van het gebruik van het gebouw.

Afgezien van de nogal subjectieve beleving van het woongenot van je huis, kan het toch niet de bedoeling zijn dat er op een perceel waarop geen huis of caravan staat, geen overkapping mag worden geplaatst die aan alle vier de eisen voldoet.

Met dat probleem zat de man uit het Zuid-Limburgse Margraten, die op zijn land bij een stal of schuur een overkapping had gebouwd. Nee, zei de gemeente, een stal is geen bouwwerk dat bestemd is voor woondoeleinden. De overkapping kan dus ook niet dienen voor de verhoging van je woongenot. Dus: afbreken die boel!

Gesloten wanden

Dat vond de man uit Margraten te dol voor woorden en dus richtte hij zich tot de President van de Maastrichtse rechtbank. Maar wat kon die anders dan de gemeente in het gelijk stellen?

De rechter dook in de geschiedenis van de wettelijke regeling en ontdekte, dat ‘woongenot’ er in gekomen was door een amendement van een Kamerlid ter vervanging van het woord genot. Hij wilde met zijn voorstel voorkomen dat in voortuinen vergunningvrij constructies met drie gesloten wanden konden worden opgericht. Ook wilde hij recht doen aan de gewenste verruiming van bouwmogelijkheden.

Als het Kamerlid even verder had gelezen zou hij gezien hebben dat in hetzelfde artikel aan overkappingen voor de voorgevelrooilijn de eis wordt gesteld, dat zij geen tot de constructie zelf behorende wanden hebben. Ook zonder zijn amendement zou er – zonder vergunning – dus geen “constructie met drie gesloten wanden” in de voortuin gebouwd mogen worden.

De President zat natuurlijk wel met deze canard in de wet. Omdat hij uit de uitleg bij het amendement geen wijs kon worden, ging hij maar uit van de taalkundige betekenis van ‘genot’. In ieder geval moet in ‘woongenot’ een beperking worden gelezen van de term ‘genot’. Dus kan moeilijk gezegd worden dat een overkapping aan een stal of schuur een vergroting van het woongenot kan opleveren.

De Maastrichtse President kon dan ook moeilijk anders dan beslissen dat de gebouwde overkapping geen vergunningvrij bouwwerk was. En omdat de gemeente al had laten weten dat zij geen medewerking wilde verlenen aan de legalisering van het bouwwerk, moest de overkapping worden afgebroken.

(BR 1999 p. 875)

Mr. Math Verstegen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels