nieuws

Belastingplan bedreigt hergebruik afval Branche voorziet ongewenste effecten tariefsverhoging

bouwbreed

den haag – De regering wil op 1 januari volgend jaar de milieubelasting op te storten afval verhogen tot 141,66 gulden per ton. Op 1 januari 2001 komt daar nog 25 gulden bij. De zogeheten Wbm-heffing rekende aanvankelijk met 29,81 gulden per ton onbrandbaar en 65,55 per ton brandbaar afval. De verhoging zal in de kostprijs worden verrekend. De afvalsector waarschuwt ervoor dat de maatregel het sorteren van bijvoorbeeld bouw- en sloopafval schaadt.

Met de Wbm-heffing wil de overheid de aanvoer naar de verbrandingsovens zeker stellen en stort ontmoedigen. De verbrandingscapaciteit is vooralsnog te klein, zodat in de komende jaren een aanmerkelijke hoeveelheid afval op het stort terecht komt. Organisaties als de Vereniging van Afvalverwerkers merken op dat de heffing ook geldt voor de stort van onbrandbaar en niet-herbruikbaar residu. In elk geval voor dit afval moet een uitzondering worden gemaakt. Bedrijven die afval sorteren en storten krijgen bovendien te maken met voorfinancieringsproblemen.

De wetgever gaat ervan uit dat stortplaatsen het aangeboden materiaal definitief verwijderen. Moderne stortplaatsen doen echter ook aan verwerking. Te denken valt aan reiniging van grond en het sorteren van bouw- en sloopafval. Het ‘belastingplan 2000’ zet juist die activiteiten onder druk, meent de bedrijfstak. Stortplaatsen die materiaal voor bewerking innemen, moeten daarvoor een heffing betalen. Dat geld komt weer terug wanneer het bewerkte product naar elders gaat.

Duurder

In de praktijk zal deze regeling problemen veroorzaken, verwacht directeur B. Krom van Afvalzorg in Haarlem. Uit een project kunnen honderdduizenden tonnen grond vrijkomen, die in een keer worden opgeslagen en belast. Die hoeveelheid wordt doorgaans beetje bij beetje weer afgezet. De stortplaatsen lijden op die manier renteverlies. Dat veroorzaakt ingrijpende gevolgen op een markt die eerder met dubbeltjes dan guldens werkt.

Uitgesorteerd

Ook bij de bewerking van bouw- en sloopafval ziet Krom problemen ontstaan. Dat komt binnen onder de hoge heffing van 140 gulden per ton. Dit tarief geldt voor afval dat per kubieke meter minder dan 1100 kilo weegt. Uitgesorteerd weegt het meer, omdat het dan vooral zware, puinachtige materialen betreft. In dat geval worden per ton niet meer dan 30 belastingguldens terugbetaald. Vereffening van de meerkosten maakt secundaire bouwstoffen duurder.

De fiscus wil alles wat via de weegbrug de stortplaats opkomt belasten. De bedrijfstak vindt dat de fiscus aan de hand van de stromenboekhouding moet heffen. Daarin staat bijvoorbeeld omschreven wie hoeveel ton grond aflevert, wie hoeveel ton afneemt en hoeveel ton residu op het stort achterblijft. De belasting wil daar vooralsnog niet aan. De bedrijfstak bracht bij de voorbereiding van het belastingplan de eigen visie in, maar zag die tot nog toe niet opgenomen.

Buiten de stortplaatsen

Gaan de plannen ongewijzigd door, dan zullen nogal wat beheerders de bewerkingsactiviteiten buiten de stortplaatsen onderbrengen. Volgens Krom vergt dit zo’n zo’n 1000 hectare industrieterrein. Het blijft een vraag of gemeenten snel vergunning verlenen voor dergelijke bedrijvigheid.

De mate van bewerking neemt naar verwachting ook af, wanneer het ingenomen bouw- en sloopafval meer kost. Alleen de meest interessante restmaterialen worden eruit gehaald. De rest wordt gestort, verbrand of voor ‘nuttige toepassing’ geexporteerd. Momenteel draagt de bedrijfstak jaarlijks om en nabij 200 miljoen gulden af aan belasting op milieugronbdslag. Naar Krom verwacht wordt dat bij een gelijkblijvende afvalstroom 250 miljoen gulden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels