nieuws

Afval van composieten moet eigenlijk oven in

bouwbreed

houten – Bouw- en sloopafval, zoals composieten die nergens meer voor dienen, komt uiteindelijk op de stort terecht. Bewerkt tot ‘secundaire brandstof’ rendeert het materiaal evenwel aanzienlijk. De Branchevereniging Recycling Bouw- en Sloopafval (BRBS) uit Houten werkt deze optie met de Novem uit. Over zo’n twee jaar moet het plan praktijkgereed zijn. Het project houdt verband met de verhoogde milieuheffingen in het ‘belastingplan 2000’.

De bedrijfstak afval waarschuwde eerder voor de schade die het belastingplan de herverwerking van bouw- en sloopafval berokkent. De minister wil met de voorgenomen verhoging storten ontmoedigen en verbranden bevorderen.

De maatregel schiet op korte termijn het doel voorbij, meent de BRBS. De afvalovens draaien reeds op vollast, bijvoorbeeld omdat door de verschillende stortverboden veel brandbaar afval vrijkomt. Er zal ook meer brandbaar bouw- en sloopafval naar de ovens gaan. De beheerders zijn daar niet blij mee. Het materiaal heeft een hoge calorische waarde. Verstoken geeft een temperatuur af die rond de duizend graden Celsius ligt. Verbranden van huishoudelijk afval beperkt de temperatuur tot zo’n achthonderd graden Celsius.

Afwijzen

De beheerders moeten om die reden hun ovens technisch aanpassen en vaker onderhoud plegen. De BRBS verwacht dat de afvalverbranders bouw- en sloopafval zoveel mogelijk zullen afwijzen. Niet in de laatste plaats omdat ze langlopende contracten hebben met aanbieders van huishoudelijk afval. Brandbaar bouw- en sloopafval komt uiteindelijk op de stortplaats terecht. Aan de poort wordt evenwel de Wbm-heffing berekend. Zolang het gewicht per kubieke meter minder bedraagt dan 1100 kilo beloopt het tarief 141,66 gulden per ton. Sorteerbedrijven krijgen op die manier met een kostenverhoging te maken.

De BRBS bracht het probleem onder andere onder de aandacht van enkele Tweede-Kamerleden en hoopt dat zij zich sterk zullen maken voor een uitzonderingspositie van bouw- en sloopafval dat niet kan worden verbrand. De belangenorganisatie wil met een apart project de hoge energetische waarde van dit specifieke materiaal nuttig aanwenden. Dat kan door het onder certificaat aan te bieden als secundaire brandstof. Deze kan als bijstook in kolencentrales dienen. Een teveel aan materiaal kan bij de Duitse kalk- en cementovens worden afgezet.

Certificeren

Voor het zover is, moet een geaccrediteerde instelling het bouw- en sloopafval als ‘product’ certificeren. De BRBS ontwikkelt dit plan met de Novem. Die gaat momenteel de gemiddelde samenstelling van het materiaal na en op welke manier het als brandstof kan dienen.

In het feit dat de Novem meedoet ziet de BRBS een erkenning van het probleem. De organisatie treedt voorts als uitvoeringsinstelling van VROM en EZ op. Vanaf het voorjaar wordt de certificering voorbereid. Het hele project neemt zo’n twee jaar in beslag. Dit betekent dat voor de tussenliggende periode een aparte oplossing moet komen.

Verbranden blijkt de enige oplossing voor samengesteld bouw- en sloopafval. Vaak gaat het om composieten en om materialen die door middel van kit, spijkers of nieten aan elkaar zitten. Anders dan met PVC, hout, steen(wol) en glas(wol) vallen er nauwelijks monostromen uit te halen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels