nieuws

Zestig graden onvoldoende bescherming tegen legionella

bouwbreed

apeldoorn – Een uittaptemperatuur van 60 graden biedt in bepaalde gevallen onvoldoende bescherming tegen legionella. TNO Apeldoorn concludeert dit na onderzoek van de overlevingskansen van de legionellabacterie in conventionele en geavanceerde warmwatersystemen.

Dat kan verklaren waarom er volgens prof. A. van Bronswijk in Nederland jaarlijks tussen de 700 en 1000 mensen aan de veteranenziekte overlijden, veel meer dan de 45 ziektegevallen die jaarlijks bij de Inspectie voor de Volksgezondheid worden gemeld. De hoogleraar gezondheidstechniek aan de TU Eindhoven waarschuwde in de Volkskrant van vrijdag voor de risico’s die veranderingen in waterleidingsystemen met zich meebrengen.

Hoe meer legionellabacterien er in het water zitten, hoe langer het water op 60 graden moet worden naverwarmd om er zeker van te zijn dat alle ziektekiemen zijn gedood, heeft TNO-onderzoeker Van Wolferen ontdekt. Die afsterftijd kan varieren van een tot tien minuten.

Er zijn situaties waarin de bacterien zo sterk groeien dat niet kan worden volstaan met de toepassing van de Vewin-richtlijn die voorschrijft dat het water bij het uitstroompunt een temperatuur moet hebben van tenminste 60 graden.

Dol

Er gebeuren rare dingen in de waterleiding. De legionellabacterie is dol op de groeisels aan de binnenkant van de leidingen, de zogenoemde biofilm, bestaande uit protozoen. De bacterien laten zich door deze micro-organismen graag opeten. Eenmaal verorberd, draait de bacterie de rollen om en verandert zijn gastheer in een “eet- en drinklokaal”, zoals Van Wolferen het uitdrukt. Mogelijk biedt het verblijf in de protozo de bacterie ook bescherming tegen hogere temperaturen. Van Wolferen is zich er dan ook van bewust nog geen volledige verklaring te hebben voor de hardnekkigheid van het probleem.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels