nieuws

Woningcorporaties eisen meer invloed ‘Kansen gemist met grotestedenbeleid’

bouwbreed

apeldoorn – De integrale aanpak van het grotestedenbeleid wordt door gemeenten vooral met de mond beleden, maar nog te weinig in praktijk gebracht. Er zijn kansen gemist. Dat zei mr. W.D. van Leeuwen, algemeen directeur van Aedes, vereniging van woningcorporaties, gisteren tijdens een symposium in Apeldoorn.

Van Leeuwen overhandigde aan topambtenaar L. van Halder van Grotesteden- en Integratiebeleid de resultaten van het Aedes-onderzoek ‘Partners in de wijkaanpak’.

Volgens Van Leeuwen is het sterkste punt van het grotestedenbeleid de benadering van onderop. Die vraagt wel om een strategische samenwerking tussen tal van partijen, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Gemeenten maken naar zijn mening essentiele keuzes zonder overleg met hun maatschappelijke partners.

Van Leeuwen maakte duidelijk dat de ambities van de Nederlandse woningcorporaties (2,4 miljoen woningen) verder reiken dan alleen ‘op de voorraad passen’. Het gaat Nederland in veel opzichten voor de wind, maar degenen die daar niet van meeprofiteren wonen bijna allemaal in de grote steden. De leefomstandigheden van deze groepen dreigen te worden aangetast door verschijnselen als een toenemende overlast, groeiende gewelddadigheid en rondhangende jongeren.

Ook de woningen en voorzieningen in de oude wijken staan onder druk. Ze zijn toe aan een kwaliteitsverbetering en vernieuwing. Corporaties investeren de komende jaren tientallen miljarden guldens in wijkvernieuwingen. Afstemming tussen alle partijen is daarom van groot belang.

Buitenspel

In de praktijk ontbreekt het daaraan, blijkt uit het Aedes-onderzoek. Zo waren er corporaties die graag in het grotestedenbeleid wilden participeren, maar buitenspel stonden omdat de gemeente een speerpuntwijk koos waarin de betrokken corporaties helemaal geen woningen hadden. Uit het onderzoek blijkt tevens dat gemeenten vaak tevredener zijn over de samenwerking dan woningcorporaties.

Volgens Van Leeuwen komt dit door het hokjesdenken van veel gemeenten. De corporaties worden door gemeenten aan de bouw- en beheerkant geplaatst en komen alleen in beeld bij de aanpak van leefbaarheid en veiligheid. Veel corporaties daarentegen willen ook graag meepraten over de aanpak van de jeugdproblematiek en het stimuleren van werkgelegenheid in de wijk.

Bezit

Van Halder beaamde dat woningcorporaties in de steden zeer veel woningen bezitten en uit dien hoofde een van de belangrijkste partijen zijn om mee samen te werken. Al in het vroegste stadium. “We hebben uw hulp even hard nodig als u de onze. Het grotestedenbeleid zal alleen slagen als alle partners samenwerken”, antwoordde Van Halder.

De woningbouwcorporatie neemt volgens hem een unieke positie in. Ze is geen uitvoerende gemeentelijke dienst, maar ook geen particulier bedrijf. De corporatie is naar zijn mening bij uitstek in staat winsten opnieuw in te zaaien. Ze kunnen bovendien een belangrijke ‘makelaarsrol’ vervullen in het combineren van wonen en zorg.

Partijen zijn vooral tot de conclusie gekomen dat willen samenwerken en het ook doen twee verschillende grootheden zijn. Daaraan moet de komende periode vooral worden gewerkt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels