nieuws

Strak keurslijf beperkt bouw in Zuid-Holland

bouwbreed

Zuid-Holland valt feitelijk in twee delen uiteen. Enerzijds is er het stedelijk gebied waar sprake is van een forse bouwopgave, anderzijds het landelijk gebied in de vorm van het Groene Hart waar bouwen zo’n beetje uit den boze is. Bouwbedrijven die actief zijn in deze provincie, zitten in de visie van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) dan ook in een te strak keurslijf.

Een beeld schetsen van een typisch Zuid-Hollandse bouwer blijkt een schier onmogelijke opgave. Immers, een typisch Zuid-Hollands bedrijf bestaat niet. In tegenstelling tot provincies als Brabant, Limburg en Friesland bestaat er ook geen Zuid-Hollander.

Bedrijven in deze provincie zijn, zeker als het gaat om het midden- en kleinbedrijf, plaats- of in de meeste gevallen gebiedsgebonden. Enkele, maar dan zijn het over het algemeen de wat grotere ondernemingen, zoeken het verderop in de provincie of maken zelfs een uitstapje naar het omliggende Noord-Holland, Utrecht of Brabant. Drs. T. van Steenderen, gewestelijk secretaris van het NVOB: “Degene die in de stedelijke agglomeraties zijn gevestigd, richten zich uiteraard meer op nieuwbouw dan hun collega’s in en rond het Groene Hart. Deze bedrijven verdienen hun boterham met het bouwen van bijvoorbeeld schuren voor de agrarische sector en de opdrachten uit de particuliere markt.”

Bouwbeleid

De tweedeling stedelijk en Groene Hart is ook zichtbaar in het bouwbeleid zoals de overheid dat heeft vastgelegd.

In en rond de steden kan bij wijze van spreken alles, terwijl bouwen in de Groene Hart-gemeenten flink aan banden is gelegd. Van Steenderen ziet het liefst dat de provincie dit restrictieve beleid minder stringent uitvoert. In de visie van het NVOB zouden de woningcontingenten moeten worden vervangen door een contourenbeleid.

“In het Groene Hart moeten de steden en dorpen leefbaar blijven. Dat betekent dat moet kunnen worden gebouwd voor de eigen bevolkingsaanwas. Contingentvrij bouwen maakt dit mogelijk. Een contour trekken rond kernen waarbinnen de gemeente vrij is te bouwen voorkomt migratie, leegstand, verpaupering en gettovorming. En”, zo voegt hij er aan toe, “wat niet onbelangrijk is, het schept werkgelegenheid voor het plaatselijke en regionale bouwbedrijfsleven.”

Vertragingen

Overigens doen de bedrijven het zonder uitzondering goed. De cijfers in het Economisch Regionaal Bedrijfs Onderzoek (ERBO-enquete) over 1998 laten hierover geen twijfel bestaan.

Vooral in de Haagse agglomeratie is sprake van een gunstige omzetontwikkeling. Als reden kan hiervoor worden aangevoerd dat in Haaglanden maar liefst vier grote bouwlocaties (Leidschenveen, Ypenburg, Wateringse Veld en Delfgauw) op stoom liggen. Daar komt binnenkort nog de vijfde bouwlocatie bij, Oosterheem bij Zoetermeer.

In tegenstelling tot Haaglanden doet de Rotterdamse regio het minder goed. Deze achterstand kan worden teruggevoerd op de vertragingen die de Vinex-locaties hier parten hebben gespeeld.

Met een huidig bestand van 1.447.348 woningen en 3.376138 inwoners is Zuid-Holland, in vergelijking met Noord-Holland en Utrecht, het meest verstedelijkt. Aan het gigantische woningaantal worden de komen jaren nog zo’n slordige 350.000 huizen toegevoegd.

Telefoon

Profiteert het bouwbedrijfsleven in de provincie hier nu van? Antwoord, nauwelijks. Immers, op wat uitzonderingen na zijn het overwegend de landelijke bouwbedrijven die de

Vinex-opgave realiseren.

“In tegenstelling tot bijvoorbeeld Brabant zijn de bedrijven hier nog niet zo ver met het vormen van combinaties om zo een hapje van de Vinex-koek mee te eten. Er zijn wel verkenningen geweest, maar die zijn niet echt van de grond gekomen”, verklaart Van Steenderen de positie van de Zuid-Hollandse bedrijven.

Oorzaak hiervoor kan volgens de NVOB-secretaris zijn dat de bedrijven het over het algemeen druk genoeg hebben. “Met een gemiddelde werkvoorraad van zo’n drie maanden is de orderportefeuille goed gevuld. Zolang de telefoon blijft rinkelen, is er niets aan de hand en denken veel ondernemingen niet aan de toekomst. Pas als het stiller wordt, ondervinden zij daarvan weer de noodzaak.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels