nieuws

Speciaal contract neemt in VS grote vlucht

bouwbreed Premium

boston – HBG Constructors Inc. gaat in Amerika een goede toekomst tegemoet. De federale overheid geeft in de komende vijf jaar veel dollars uit aan infrastructurele werken. De afzonderlijke staten moeten dat geld uitgeven, anders krijgen ze het niet. Ze kiezen daarom voor ‘design-and-construct’-contracten. En dat komt HBG Constructors goed uit, want het bedrijf wil niet uitsluitend bouwen, maar ook in een vroeg stadium al bij de plannen betrokken zijn.

President-directeur Scott Lynn van HBG Constructors liet er op een persbijeenkomst voor de Nederlandse pers op het Central Artery/Tunnel Project in Boston geen twijfel over bestaan. “De opdrachtgevers hier willen het sneller, goedkoper en veiliger, en ze willen het meteen.”

Het programma voor uitvoeren van infrastructurele werken (TEA 21) van de federale overheid betekent dat in relatief korte tijd veel werk op de markt komt. Dat worden vrijwel zeker design-and-construct-contracten, waarbij de aannemer zowel het ontwerp als de uitvoering verzorgt voor een vaste prijs. Het is namelijk een contractvorm waarbij werk snel tot uitvoering kan komen. Bij dergelijke contracten is het in Amerika gebruikelijk dat de opdrachtgever een ontwerp levert dat voor 15 tot 20 procent gereed is. De D+B-aannemer maakt dat dan af.

Risico’s

Het grootste nadeel van design-and-construct-contracten is volgens Lynn meteen een groot voordeel. Dat betreft dan de verdeling van de risico’s tussen de bouwpartijen. Wordt gevraagd het risico te lopen van vertragingen vanwege zeldzame diersoorten dan is dat een nadeel voor de aannemer. Voor een dergelijk risico wordt een prijs opgenomen en de werkmethode is gericht op beperken van de gevolgen van een besluit dat het werk moet worden stilgelegd. Maar het werk moet wel in concurrentie worden verkregen. Voordeel is echter dat het risico door de aannemer zelf is vast te stellen.

De marges voor design-and-construct-contracten worden de komende tijd hoger. Momenteel liggen die rond de 2,5 tot 5 procent. Volgens Lynn zal dat in vijf jaar oplopen tot 4 tot 5 procent. Dit is mede mogelijk gezien de marktwerking op de Amerikaanse bouwmarkt. Wordt in Europa veel gewerkt met bankgaranties, in Amerika gaat het om ‘surities’. Dat zijn borgstellingen die gegeven worden door grote verzekeringsmaatschappijen. Zij stellen zich garant voor het uitvoeren van het werk. De aannemer moet daarvoor premie betalen. De verzekeringsmaatschappijen beoordelen het werk en het uitvoerend bouwbedrijf. Vervolgens stellen ze vast of ze borg willen staan en wat dat aan premie moet kosten.

Graantje

De dollars die met de Transport Efficiency Act (TEA 21) zijn gemoeid, zullen voor veel bedrijven reden zijn een graantje mee te willen pikken. Dat kan volgens Lynn in het begin best tot problemen leiden als de surity-gevers wellicht ook garant willen staan voor wat mindergekwalificeerde bedrijven. “Maar als het een paar keer mis gaat dan zal dat gauw zijn afgelopen”, denkt Lynn. De gedachte dat de verzekeringsmaatschappijen de macht hebben de markt te sturen met hun surities wordt door Lynn als slechts een gedachte afgedaan. Dat geldt ook voor de mogelijkheid dat aannemers de verzekeraars zouden kunnen beinvloeden. “Over verlenen van surities bestaan geen contacten tussen aannemers en verzekeringsmaatschappijen. Zij zijn volkomen onafhankelijk en bovendien onkreukbaar.”

De activiteiten van de Hollandsche Beton Groep op de Amerikaanse markt zijn sinds juli dit jaar ondergebracht in HBG Constructors Inc, momenteel onder meer betrokken bij het Central Artery/ Tunnel Project. Met de overname van het Duitse Wayss en Freytag door HBG eind ’96 zijn die sterk toegenomen. Vorig jaar realiseerde HBG met civiele activiteiten in Amerika een omzet van ongeveer 800 miljoen gulden. De totale omzet van de groep bedroeg ruim 10 miljard gulden.

Reageer op dit artikel