nieuws

PPS werkt wel degelijk, bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk

bouwbreed

Publiek-private samenwerking (pps) wordt naar alle waarschijnlijkheid nooit een succesformule, schreven de directeuren Regterschot en Menheere van IPMMC Vastgoed in Cobouw (25 oktober). Dat succes is wel degelijk mogelijk, stelt Frans Oremus, mits de overheid zich anders opstelt.

Een reisje naar het Verenigd Koninkrijk zou de vastgoeddirecteuren Jan Regterschot en Bas Menheere wellicht kunnen overtuigen van de potenties van pps. Sinds de jaren tachtig wordt hier (op basis van het nog door premier Major ingezette Private Finance Initiative) op grote schaal samengewerkt tussen marktpartijen en overheid bij de bouw van scholen, gevangenissen, ziekenhuizen en infrastructuur. En met succes. In een kleine twintig jaar is hier voor collectieve doeleinden zo’n 20 miljard gulden uit de markt gehaald, die door de vragende overheden in termijnen wordt terugbetaald.

Rolverdeling

Dat in het Verenigd Koninkrijk private financiering en samenwerking wel lukt, is te danken aan een duidelijke rolverdeling.

De gemeente die een nieuw schoolgebouw wil, maar daar zelf geen geld voor heeft, klopt aan bij marktpartijen. De gemeente verleent de concessie en laat de private partij (veelal een consortium van banken en bouwers) vervolgens ontwikkelen, bouwen, onderhouden en faciliteren. Hiervoor betaalt die gemeente jaarlijks een bedrag. De risico’s zijn goed verdeeld: de private partijen moeten voor dit bedrag een gebouw neerzetten waar gedurende een periode van twintig jaar 1500 leerlingen onder goede omstandigheden les krijgen. Bouw, onderhoud, facilitering (soms tot en met catering en leermiddelen) en exploitatie komen voor rekening van de private partij gedurende de contractperiode.

Het risico voor de marktpartij zit in de vaste aanbieding die hij vooraf doet (er is uiteraard geen post meerkosten). Door zijn proces te optimaliseren wordt zijn winst groter. De overheidspartij heeft als verplichting jaarlijks het af te lossen bedrag op tafel te leggen. Het risico voor deze partij zit in de demografische ontwikkeling (als er te weinig leerlingen zijn komt er minder schoolgeld binnen).

Beide partijen worden gedwongen hun creativiteit tot het uiterste in te zetten. Bij tanende leerlingaantallen kan de overheid bijvoorbeeld delen van het schoolgebouw een andere bestemming geven, de private partij kan winst halen door innovatie in proces en product.

Regeltjes

Menheere en Regterschot hebben gelijk dat in Nederland pps niet van grond komt. Maar het is te kort door de bocht om te zeggen dat er maar naar andere alternatieven moet worden gekeken. Pps kan heel goed werken, zoals blijkt uit talloze voorbeelden in het Verenigd Koninkrijk en – in minder mate – Frankrijk en Spanje. Pps wordt hier met te veel zorg en regeltjes omgeven, waardoor de rollen onduidelijk worden.

Maar dat pps kan werken wordt ook in Nederland – soms onbedoeld – bewezen. Zoals in project Sijtwende in Voorburg, waar overheden elkaar decennia lang hebben dwarsgezeten over de aanleg van de N44. Ze kwamen er niet uit. Tot het moment dat marktpartijen een plan indienden (de N44 gedeeltelijk aanleggen in een ‘holle dijk’ waarlangs hoogwaardige woningbouw) en alle overheden ineens enthousiast werden. De overheid heeft Sijtwende inmiddels uitgeroepen tot voorbeeldproject meervoudig ruimtegebruik en wordt alom geprezen door zijn innovatieve kracht.

Er kan meer innovatie (en geld) uit de markt gehaald worden. De overheid moet haar eigen rol dan terugbrengen naar die van vrager van functionele voorzieningen. En daar zit het probleem. Bij het in de markt zetten van een infrastructurele voorziening wordt niet gevraagd naar ‘een oplossing voor een verkeersprobleem’, maar naar een tunnel met zoveel meter damwand en beton en een gespecificeerd aantal moertjes en boutjes. Dat noopt de markt niet tot creativiteit. Hoewel de overheid beterschap belooft via ‘innovatief aanbesteden’ en een projectbureau pps, zit de oplossing niet in het optuigen van meer overheidsinstanties, maar in het geloof in de markt en de wil de overheidsrol terug te brengen tot die van regisseur. Misschien moet het projectbureau ook een reisje over zee maken.

Frans Oremus, Freelance journalist over bouwzaken, Den Haag

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels