nieuws

Ontwikkeling van ecologisch bouwen stagneert

bouwbreed Premium

holten – De ontwikkeling van het mens- en milieuvriendelijk bouwen stagneert. “Er wordt nog wel onderzoek gepresenteerd, maar het voegt niets meer toe aan het bestaande. Het ecologisch bouwen blijft hangen op het behaalde niveau”, stellen de ontwerper en projectontwikkelaar van onder andere het inbreidingsplan ‘Libelle’ in Nijmegen.

Terwijl het toch veel en veel beter kan, vinden dr.ir. John Olie en Michel Boersma, respectievelijk architect bij Van der Linde en Associates in Warnsveld en directeur van Esprit Planontwikkeling in Holten. Ze zijn niet ontevreden over wat is bereikt, maar een verdere ontwikkeling blijft uit en dat is zorgelijk.

“Een jaar of zes geleden leverde Van Campen Bouw haar eerste milieuvriendelijke project op, Plaza Mediterra in Doetinchem. Daarbij zijn we heel ver gegaan, onder andere met de toepassing van lemen wanden en afgeschermde elektriciteitskabels”, vertelt Boersma, die toen nog bij Van Campen Bouw in Zelhem werkzaam was. “Het leverde geen winst op, maar wel heel veel kennis en een voorsprong op andere aannemers. Het was een commerciele beslissing om dat project aan te nemen. We zagen het aankomen dat gemeenten veel meer duurzaamheid zouden gaan eisen. Zo heeft het ook uitgepakt. Onze ervaring heeft ons veel werk opgeleverd. Inmiddels zijn de meeste andere aannemers ook wel in staat om milieuvriendelijk te bouwen.”

Herhaling van zetten

John Olie bezocht onlangs het symposium ‘Onderweg naar de ecologische stad’ in Vlaardingen. Het werd gehouden door het Delfts Interfacultair Onderzoeks Centrum ‘Duurzaam Gebouwde Omgeving’ (Dioc-Dgo) van de Technische Universiteit Delft. “Er namen veel promovendi aan het symposium deel. Het meeste onderzoek is echter een herhaling van zetten, het voegt niets nieuws toe aan de bestaande wetenschap. Iedereen komt tot de conclusie dat integratie nodig is binnen de bouw, om de vakjes te doorbreken. Dat moet vooral in het allereerste begin van een project gebeuren”, aldus Olie. Het valt hem op dat nog steeds wordt gewerkt met ‘checklisten’ voor duurzaam bouwen. “Daar moeten we vanaf. Marktpartijen gebruiken ze op een manier van ‘aankruisen en dan ben ik klaar’. Jaren geleden was de checklist een bruikbaar instrument, bijna kinderlijk eenvoudig. Daarna moet er een ander sturingsmechanisme komen. Helaas heeft de Stichting Bouwresearch de checklist alleen maar verder uitgewerkt.”

Hoge kwaliteit

Boersma ervaart ecologisch bouwen vooral als het leveren van kwaliteit. Volgens Olie kan kwaliteit met minder worden bereikt. Hij is bezig met een project in Babberich, waarbij een particuliere opdrachtgever een minimale woning wil met een hoge kwaliteit. “Het ontwerp van die woning wordt vooral gekenmerkt door bufferruimtes. Ik splits lijnen op in twee lijnen. Dat principe zit ook in de spouwmuur en in dubbel glas. Daar zit veel winst in voor de bouw. Ik ontwerp een serre rond een kern, waarin de bewoners zich ’s avonds terug kunnen trekken bij een warmtewand. Bouwkundig kost het iets meer, maar dat is een eenmalige investering, die daarna alleen maar profijt oplevert”, aldus Olie. Hij is daarom voorstander van dubbele ramen in plaats van dubbel glas.

De huidige praktijk van het milieuvriendelijk bouwen is door nogal wat poeha omgeven, vinden Olie en Boersma. “Fotovoltaische zonne-energie bijvoorbeeld is een verloren strijd. Het biedt gewoon geen rendement. Je moet de kosten en de baten eerlijk afwegen. Het is niet juist om ecologische maatregelen alleen maar voor het imago toe te passen. Je moet elkaar niet voor de gek houden.”

Warmtewanden

Twee zaken leveren in ieder geval wel rendement op, zowel financieel als qua comfort. Dat zijn wand- en vloerverwarming met een lage temperatuur en verkorting van de afstand tussen de verwarmingsbron en de gebruiker, bijvoorbeeld met close-in boilers. De woningen van het project ‘Libelle’ in Nijmegen krijgen dan ook warmtewanden met combinatieboilers, die tegelijk voor de verwarming van het tapwater zorgen. Op het dak liggen zonnecollectoren en voor het bijverwarmen wordt gebruik gemaakt van gas.

Een tweede maatregel is dat de woningen uitstekend worden geisoleerd, op veel plaatsen met twee lagen minerale wol. Het resultaat is een Energie Prestatie Coefficient (EPC) van 0,9. Dat is al beter dan de 1,0 die de overheid vanaf 1 januari 2000 eist. Als derde milieuvriendelijke maatregel noemt Olie de regenwaterinfiltratie in de bodem, via een tank met sleuven, omwikkeld met filterdoek.

Tenslotte is er de detaillering. De kozijnen van de verdieping worden geprefabriceerd en pas na het metselen gemonteerd. Boven de kozijnen van de begane grond bevindt zich een betonnen rand, die enige bescherming tegen weer en wind moet bieden. Deze details leiden tot minder onderhoud en bij het slopen zijn de bouwdelen gemakkelijk te scheiden. Dat alles maakt het project milieuvriendelijk volgens de huidige stand van zaken.

Voorlichting nodig

Maar er is veel en veel meer mogelijk in een ecologisch project, daar zijn Boersma en Olie het over eens. Wat moet er gebeuren om het mens- en milieuvriendelijk bouwen een slag verder te ontwikkelen? Boersma: “Er zou eigenlijk meer overdracht van kennis moeten komen van de bouwer naar de gebruiker. Via de verkopende makelaar gebeurt dat nauwelijks. Hij is niet geinteresseerd in het product, maar wil alleen maar kopen en verkopen. Toch is voorlichting wel nodig, want je moet de gebruiker vertellen wat beter is en waarom. Daarom gaan we de woningen van het project ‘Libelle’ zelf verkopen, zonder makelaar. Steeds meer projectontwikkelaars doen dat.”

Ook de overheid besteedt te weinig aandacht aan voorlichting over kwaliteit. “De overheid wil alleen maar de belasting verhogen en verwacht dat bewoners dan beter met hun woning zullen omgaan. Maar je moet ze wel vertellen wat beter is en waarom”, aldus Boersma. Zonder voorlichting zal van een verdere ontwikkeling van het ecologisch bouwen weinig terechtkomen.”

Het project ‘Libelle’ in Nijmegen is een voorbeeld van de huidige stand van ecologisch bouwen. Foto: Esprit Planontwikkeling

Reageer op dit artikel