nieuws

Koopjesjagers opgelet: bouw-beursfondsen in de aanbieding

bouwbreed

den haag – De waardering voor de Nederlandse bouw-beursfondsen is erg laag: beleggers betalen gemiddeld zo’n zeven keer de koers-winstverhouding, terwijl Duitse beleggers bereid zijn twee keer zoveel op tafel te leggen voor een bouwer. Wie is er nu gek, de Nederlandse of de Duitse belegger?

Volgens analiste Kirsten Rauwerda van FDA (Financiele Diensten Amsterdam) is er een eenvoudige verklaring: “In Nederland is de bouw over de conjuncturele top heen. Terwijl in Duitsland de situatie precies omgedraaid is: daar komt de economie net uit het dal, er zal in de nabije toekomst veel worden geinvesteerd in bouwprojecten, en dat merk je in de koers.”Zij wijst erop dat Duitse bouwbedrijven bovendien veel internationaler georienteerd zijn dan de Nederlandse, wat het voor institutionele beleggers ook interessanter maakt.

De Nederlandse bouwers opereren daarentegen veel lokaler. Daarnaast zijn er risico’s in de Nederlandse bouwmarkt: er is de kans op een rentestijging, er zijn Vinex-afspraken die worden opengebroken en de vertragingen die binnen de Vinex-projecten zijn opgelopen leiden tot winstderving. Ook de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn, die nu veel duurder dreigen te worden dan gepland, houden volgens Rauwerda een groot risico in. Het zou betekenen dat veel (reeds toegezegde) projecten zullen worden afgeblazen, waardoor bedrijven als NBM Amstelland en Heijmans hun investeringen in deze tak van sport misschien zien wegvloeien zonder het gewenste resultaat.

Meer geld

Michel Aupers, analist bij Rabo Securities, is dat niet met haar eens. Als de Betuwelijn en de HSL meer kosten, betekent dat gewoon dat de betrokken aannemers er meer geld voor krijgen en dat is geheel terecht. Ze lopen immers veel meer risico omdat in deze projecten veel meer de design en construct-methode wordt toegepast. Aupers verwacht niet dat het duurder uitvallen van deze projecten negatieve consequenties zal hebben voor de betrokken bedrijven. Dezelfde design en constructformule levert overigens ook hogere marges op dan de traditionele construct-markt, zegt Aupers.

Beide analisten zijn zeer te spreken over de onderliggende situatie bij de bouwers. Bovenaan met stip noteren ze Koninklijke VolkerWesselsStevin. Het bedrijf heeft een (relatief) lage koers-winstverhouding, ondanks de prima prestaties. Het bedrijf is goed in projectontwikkeling, is goed ingevoerd in de Duitse markt en neemt daar met succes kleinere bedrijven over. Beleggers zijn echter bang voor die Duitse markt en rekenen KVWS daarop af.

Ook Heijmans is fundamenteel een prima bedrijf, daar zijn de analisten het over eens. Maar het is te lokaal, het heeft geen internationale allure, dus het wordt niet gekocht.

NBM Amstelland is natuurlijk een heel ander verhaal. Hoewel het op zich een prima bedrijf is, heeft het met zijn teleurstellende winstcijfers de financiele wereld hevig teleurgesteld. Dat heeft ook zijn weerslag op de rest van de bouwers. En Ballast Nedam is weer een heel apart geval. Natuurlijk is het jammer dat de Saoedi’s alsmaar niet betalen, maar dat komt heus wel, zo meent Rauwerda. Maar belangrijker voor Ballast is moeder Hochtief. Die kan natuurlijk altijd nog ingrijpen als de koers verder wegzakt. Helemaal zo gek nog niet, zo’n kapitaalkrachtige kloek, onder wiens beschermende vleugels een ‘bedreigde’ dochter nog altijd kan schuilen.

Acquisitie

Maar terug naar de vraag: wie is er gek? Natuurlijk zijn er trends die in het nadeel werken van de bouw. Beleggers zijn zeer gefocust op hoofdfondsen, pensioenfondsen verleggen hun kapitaal naar buiten de landsgrenzen en over het algemeen worden de meer cyclische fondsen geschuwd. Het gevolg is dat de bouwers in een vicieuze cirkel dreigen te komen. Want doordat de beleggers hun aandacht elders leggen, ontstaat er (zeker in geval van Heijmans en NBM Amstelland) een onterecht lage K-W-verhouding. Daardoor zijn die bedrijven min of meer aangewezen op autonome groei plus het zogeheten ‘kralen rijgen’, het opkopen van kleinere bedrijven. Een grotere acquisitie is door de lage beurskoers niet meer te financieren. En dus blijven de Nederlandse fondsen lokaal, dus kunnen ze niet profiteren van een opwaartse conjunctuurbeweging in het buitenland, dus worden ze door Nederlandse beleggers omzeild.

Zijn die beleggers daarom gek? In ieder geval laten ze in de bouwfondsen een hele hoop groeipotentieel liggen. Want het is niet ondenkbaar dat buitenlandse bouwers in de Nederlandse fondsen het koopje zien dat ze eigenlijk zijn. Volgens Rauwerda wordt daar intern bij Heijmans en BAM wel over gespeculeerd. Buitenlandse bouwers kunnen dankzij hun hogere waardering wel de middelen opbrengen om een grote acquisitie te doen. En met een grote, kapitaalkrachtige moeder om verder te groeien en te investeren, en eventuele zeperds op te vangen, zijn de risico’s bij de Nederlands bouwers afdoende opgevangen. En dan hebben die beleggers die nu veilig voor een Unilever, een Shell en een Philips gaan, wel mooi het nakijken.

Nederlandse fondsen ook voor buitenlandse bouwers een koopje

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels