nieuws

‘Huisaannemer al jaren geleden vertrokken’

bouwbreed

den haag – Een vaste huisaannemer kent A. Bats, directeur van de Haagse woningcorporatie Haag Wonen “al zeker tien jaar” niet meer. Tegenwoordig zet de corporatie projecten uit op de markt. Selectie heeft plaats op criteria als kwaliteit, solvabiliteit van de onderneming en, niet geheel onbelangrijk, de prijs. “We zijn gewoon zakelijker geworden.”

Zijn kantoor huist op de vijfde verdieping in een voormalige snoepfabriek aan de rand van de Haagse stadsvernieuwingswijken Transvaal en Schilderswijk. Bats heeft hier veel werk verricht, eerst als directeur van corporatie VZOS, nu, een paar maanden na de fusie met Woningstichting ‘s-Gravenhage, met Haag Wonen. “Onze grootste opgave ligt de komende jaren natuurlijk in de na-oorlogse wijken”, benadrukt Bats.

Het gesprek gaat over de verhouding corporatie en bouw, een onderwerp waarover Bats zichtbaar met genoegen praat. “Per slot van rekening”, legt hij uit, “ben ik ooit in de bouw begonnen. Maar inmiddels zit ik al weer heel wat jaren als opdrachtgever aan de andere kant van de tafel.”

Het fenomeen huisaannemer heeft hij goed gekend, maar hij is er niet rouwig om dat hij die meer dan een decennium geleden de deur uit heeft zien gaan. “Vaak zat ik met kromme tegen in zo’n gesprek, praten over koetjes en kalfjes. Die een op een relatie bestaat niet meer.”

Verhouding

Verzakelijkt, noemt Bats de verhouding tussen de corporatie als opdrachtgever en het uitvoerende bouwbedrijf. Zijn corporatie is in het bezit van het Kwaliteitszorg Woondiensten Huursector-label (KWH) en in het kader daarvan moeten de bouwbedrijven aan nogal wat kwaliteitscriteria voldoen. Projecten worden in de markt gezet via een openbare aanbesteding of een meervoudige aanbesteding. Overigens schuwt Haag Wonen het middel van uitvoering in een bouwteamconstructie niet. “Zeker niet als een project ingewikkeld is en een dergelijke aanpak vereist.”

Veelal kiest Bats echter voor meervoudige aanbesteding waarbij vier of vijf bedrijven worden uitgenodigd. “We kennen het werk van die bedrijven, weten we wat ze kunnen en of ze geschikt zijn om het project uit te voeren. De klus moet bij het bedrijf passen. Het heeft ook geen zin een onderneming die daar feitelijk niet voor geschikt is, de van Brienenoordbrug te laten bouwen. Nog afgezien van het feit dat, als het tot een arbitrage komt, je altijd in het ongelijk wordt gesteld. Dan zegt die arbiter ook ‘dat hadden jullie van te voren kunnen weten’.”

Bats benadrukt dat nieuwe bedrijven wel degelijk kans maken door zijn organisatie te worden uitgenodigd. “Maar onduidelijk bedrijfjes sluiten we uit. Ze moeten gewoon aan onze kwaliteitscriteria voldoen.”

Ten aanzien van het bouwbedrijfsleven zegt hij een open houding te hebben. “Dan ontstaan vanzelf relaties. In het kader van ons kwaliteitslabel wordt elk jaar een analyse gemaakt van de werkzaamheden die een bouwbedrijf heeft verricht. In een gesprek nemen we de uitkomsten door, wat is wel en niet goed gegaan en waar moet op worden gelet. Aannemers ervaren zulke bijeenkomsten als zeer prettig.”

Bats geeft toe dat ook wel eens bedrijven afhaken. “Zulke bedrijven onderschrijven kennelijk niet onze kwaliteitseisen.” De corporatiedirecteur is er echter van overtuigd dat deze bedrijven zichzelf op zeker moment tegenkomen. “Dat kan kort of lang duren maar plotseling rinkelt de telefoon minder vaak en blijven opdrachten uit.”

Uitdaging

Innovatiever, meer kwaliteitsbewust en een betere presentatie. Het zijn zaken die Bats bij veel bedrijven in de bouw mist. “De bouw is behoorlijk vastgeroest in traditionele bouwmethoden. De industrialisatie is nog ver weg. Daardoor is het imago slecht met als gevolg nauwelijks instroom van nieuwe arbeidskrachten. Die kijken wel beter uit dan in een bedrijfstak aan het werk te gaan waar de omstandigheden vaak minimaal zijn. Wat mij betreft ligt daar de grootste opgave. Er moet meer gebeuren dan alleen opdrachten binnenslepen.” Na een korte stilte wordt Bats bijna filosofisch: “Juist nu moeten de bedrijven de vette tijd gebruiken om het dak te repareren.”

A. Bats, directeur Haag Wonen: “Aannemers moeten aan onze kwaliteitscriteria voldoen. Goede kans dat die dan vanzelf afhaken.” Foto: Peter van Mulken

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels