nieuws

Goed belegde boterham op Vlieland Dijkstra enige grote bouwer op dunbevolkt eiland

bouwbreed Premium

oost-vlieland – Het Waddeneiland Vlieland herbergt slechts een dorp met ruim 1100 inwoners. Tjerk Dijkstra, afkomstig van het vasteland, durfde het in de jaren tachtig aan in deze kleine gemeenschap een bouwbedrijf te beginnen. Het was een gok die goed blijkt te zijn uitgepakt. Met een gemiddelde jaaromzet van tussen de 2,5 en 4,5 miljoen gulden houdt Dijkstra zich prima staande op het eiland.

Dijkstra stamt uit een echte bouwvakkersfamilie. Zijn opa Tjerk richtte in de jaren twintig een bouwbedrijf op in het Friese Damwoude. Diens vier zoons zetten deze onderneming later voort. Na verloop van jaren bleef alleen Rintje Dijkstra over als directeur. Zijn zoons Jan, Tjerk en Bjinse kwamen later ook in het bedrijf te werken.

Omdat Dijkstra senior wilde voorkomen dat er in de toekomst drie ‘kapiteins op het schip’ zouden zitten, kregen zijn kinderen ieder een eigen bouwonderneming onder hun hoede. Oudste zoon Jan heeft de leiding over het familiebedrijf in Damwoude, Tjerk is zelfstandig ondernemer op Vlieland en Bjinse is sinds kort algemeen directeur van bouwbedrijf Draisma BV in Makkum.

Avontuur

Min of meer bij toeval is Tjerk Dijkstra op Vlieland terecht gekomen. “Op het bedrijf in Damwoude kwam een architect langs. Hij moest op Vlieland een hotel en twaalf woningen ontwerpen. Maar de man was nog op zoek naar een geschikte bouwer en vroeg of dat werk niks voor ons was. Ik had wel zin in een nieuw avontuur. Zo is besloten dat ik voor een jaar naar Vlieland zou verhuizen. Dat was in 1986. Tot dan toe was ik nog nooit op Vlieland geweest”, zegt Dijkstra lachend.

Met acht bouwvakkers en enkele onderaannemers reisde hij naar het Waddeneiland. Een jaar lang overnachtten ze daar door de week gezamenlijk op een grote zaal

Kiezen

Het lag in de planning dat Dijkstra hierna weer zou terugkeren naar het vasteland. Hij werd echter benaderd door diverse ondernemers van het eiland met de vraag of hij ook voor hen bouwklussen wilde uitvoeren. “Ik kon er volop aan de slag. Op een gegeven moment had mijn vrouw er genoeg van. Ze zei dat ik moest kiezen. ‘Of he komt definitief weer bij je gezin op het vasteland, of wij komen naar Vlieland.”

Het werd Vlieland, waar ondanks de kleine markt aan opdrachten geen gebrek bleek. “De orders bleven en blijven maar binnenkomen.”

Defensie

Zo besteedt het ministerie van Defensie alle (ver)bouwwerkzaamheden op zijn basis aan het bedrijf uit. Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer zijn twee andere regelmatige opdrachtgevers. De gemeente Vlieland schakelt Dijkstra regelmatig in voor nieuw- of verbouw of voor onderhoud van huizen. Maar Dijkstra krijgt zijn werk niet alleen van overheidswege.

Momenteel werkt het bedrijf aan de bouw van veertien dubbele woningen voor de stichting Recreatie Vlieland. “Als ik al onze opdrachten bekijk dan zijn we gemiddeld voor 30 procent bij particulieren aan de slag, 10 procent bij Defensie en 60 procent in de recreatieve sector”, zegt Dijkstra. “Wij varen wel bij het toerisme. In het hoogseizoen zitten alle overnachtingsaccommodaties propvol en hebben wij het als bouwbedrijf relatief rustig. Maar direct na de herfstvakantie breekt de drukte voor ons weer volop los. Dat duurt dan tot aan het nieuwe zomerseizoen. In die periode willen alle recreatie- en horecaondernemers nieuw- of verbouw of onderhoud laten verrichten.

“Op dit moment heb ik twaalf mensen in dienst, vijf komen van het eiland. De andere zeven bouwvakkers, van het vasteland, heb ik door de week in een hotel-pension ondergebracht. Ik neem het liefst vrijgezellen of jonge bouwvakkers van het vasteland aan, omdat zij het meest ongebonden zijn en er geen problemen mee hebben eventueel langere tijd op het eiland te werken.”

“Een bouwvakker van het eiland is natuurlijk veel goedkoper voor mij”, vervolgt Dijkstra. “Aan iemand van het vasteland ben ik wekelijks toch zo’n vierhonderd gulden aan extra kosten kwijt.”

Monopolie

Dijkstra heeft een monopoliepositie op Vlieland opgebouwd. Het is nog het enige grote bouwbedrijf op het eiland. “Toen ik me hier in 1986 vestigde, waren hier vier bouwbedrijven actief. De meeste daarvan waren vestigingen van bouwondernemingen van het vasteland. Maar ze hebben stuk voor stuk het loodje gelegd. De meeste hebben zich verkeken op de enorme planning die nodig is om bouwmaterialen en vakkundig personeel wekelijks tijdig op het eiland te krijgen. Bovendien had de bedrijfsleiding, die op het vasteland gevestigd was, vaak geen toezicht op haar bouwprojecten op het eiland. Er zijn nu nog maar weinig bouwbedrijven van het vasteland die op Vlieland willen werken, want vele hebben vanwege dergelijke problemen flink verlies geleden op projecten.”

Omdat Dijkstra in 1986 meteen zelf op het eiland kwam wonen, heeft hij alle logistieke problemen waarmee een bouwbedrijf hier te maken krijgt, meteen onderkend en is hij daar door de jaren heen volledig op ingesteld geraakt. “Je moet enorm goed kunnen plannen. Als er bijvoorbeeld een betonmixer van de veerboot komt, zorg ik ervoor dat die onmiddellijk kan storten en meteen weer op dezelfde boot teruggaat naar het vasteland. Als de betonwagen namelijk een boot later mee teruggaat, kost me dat enkele honderden guldens aan huur. Als ik in tijdnood kom, sein ik de kapitein van de veerboot in dat hij nog even vijf minuten moet wachten voor de afvaart. Dat is dan geen enkel probleem.”

Vasteland

Dijkstra gaat meestal eenmaal per week een dag naar het vasteland om zaken te regelen zoals de aanvoer van bouwmaterialen en het contracteren van onderaannemers (metselaars, stukadoors, tegelzetters). Vooral dat laatste valt volgens Dijkstra soms niet mee. “Voor kleine bouwprojecten op het eiland staan onderaannemers echt niet te springen. Daarom ben ik nu bezig enkele eilanders te laten opleiden tot stukadoor, metselaar of tegelzetter.”

Inhuren

Het inhuren van onderaannemers heeft in elk geval een aardige anekdote opgeleverd. Dijkstra: “Ik had ooit twee stukadoors ingehuurd, belde het duo vanuit Harlingen dat het net de veerboot had gemist. Ze wilden maar weer naar huis gaan. ‘Heren, neem een kopje koffie in de haven, want ik kom eraan’, zei ik. Ik heb namelijk een heel snelle motorboot. Daarmee ben ik in 32 minuten naar Harlingen gevaren. Beide mannen moesten op het eiland een paar uur bijkomen van die snelle reis over zee, zo misselijk waren ze”, schatert hij.”

Reageer op dit artikel