nieuws

‘Gipsmijn’ in de Botlek wacht op exploitatie Industrie aarzelt door trauma fosforproduct uit jaren tachtig

bouwbreed

sittard – Anhydrietvloeren, gipskartonplaten en gipsblokken. Je kunt het allemaal maken van het gips dat vrijkomt bij de fabricage van kunstmest en dat nu nog bij Pernis op de Nieuwe Waterweg wordt geloosd. Maar het materiaal heeft een beladen historie en de gipsindustrie kijkt de kat uit de boom. Onderwijl dreigt het doek te vallen voor kunstmestfabrikant Kemira.

In een grote hal van onderzoeksinstelling Intron in Sittard staan twee woningen, grotendeels opgetrokken uit gips. De houten skeletten van de identieke bouwsels zijn aan de binnenkant betimmerd met gipskartonplaten. De scheidingswanden zijn opgebouwd uit gipsblokken die, net als de plafonds, zijn gestuukt met gipspleister. Het gips van de ene woning is in de handel verkrijgbaar en is een bijproduct van de rookgasontzwaveling van kolengestookte elektriciteitscentrales en afkomstig uit gipsmijnen. Voor de andere woning is gebruikgemaakt van gips dat vrij is gekomen bij de fabricage van kunstmest. De luchtkwaliteit van de twee woningen wordt al geruime tijd zorgvuldig gemeten en levert geen belangrijke verschillen op.

Wapen

De proefhuisjes vormen het laatste wapen in de strijd om het bestaan van kunstmestfabrikant Kemira. Bij Pernis heeft het Finse bedrijf een fabriek die binnenkort wellicht de poorten moet sluiten. Negenhonderdduizend ton gips loost het bedrijf jaarlijks op de Nieuwe Waterweg. Daar kan heel wat van gebouwd worden, maar de gipsindustrie wil er niet aan. Die is kopschuw geworden na het drama met fosforgips begin jaren tachtig. Toen moesten verscheidene producenten van de ene op de andere dag fabrieken sluiten waar stralend gips werd verwerkt.

“Er is echter een wereld van verschil tussen dat gips en het gips dat de proefopstelling in Pernis produceert”, laat adjunct-directeur Rico van Selst van Intron weten. Hij tovert vuistdikke rapporten op tafel van binnen- en buitenlandse onderzoeksinstituten, waarin de eigenschappen van het goedje, dat inmiddels luistert naar de naam Progips, staan vermeld. De afgelopen jaren is het productieproces bij Kemira ingrijpend veranderd. Er is overgeschakeld op een nieuwe kwaliteit sulfaaterts, die veel minder vervuiling oplevert. Want het is niet zozeer het gips waar het om te doen is, maar de vervuiling aan zware metalen en radionucliden die daarbij meekwamen. Wat momenteel wordt geloosd, is volgens Van Selst niet te vergelijken met wat tien jaar terug in zee verdween. Daar heeft het bedrijf onderzoek naar gedaan en investeringen voor gepleegd voor een bedrag van twaalf miljoen gulden.

Verplicht

Het materiaal is onder de noemer rekristallisatiegips zelfs opgenomen in het nationaal pakket duurzaam bouwen. Dat betekent dat VROM gebruik ervan toejuicht ter bevordering van het gebruik van reststoffen. Alleen wil de gipsindustrie er nog niet echt aan. En ondertussen dreigt Rijkswaterstaat, daartoe verplicht door het internationale Rijnwaterverdrag, de lozingsvergunning in te trekken.

Begin jaren negentig leek er al een oplossing voor het gipsprobleem in zicht. Samen met Intron had Kemira een briket ontwikkeld van gips, vliegas en cement, die uitstekend dienst kon doen als ophoogmiddel bij de aanleg van wegen. Toen het product alle tests goed had doorstaan, bleek vliegas nauwelijks voorhanden en werden met het Bouwstoffenbesluit ineens aanvullende eisen gesteld aan het materiaal. Bovendien bleek de markt voor ophoogmiddelen veel cyclischer dan Rijkswaterstaat had voorgespiegeld. Kemira zou gigantische voorraden moeten aanleggen om te kunnen leveren wanneer er vraag is. En die ambitie had het bedrijf niet; het wilde alleen van een afvalprobleem af, maar was niet van plan in de bouwmaterialenhandel te stappen.

Concurrent

In 1995 kregen Kemira en concurrent Hydro Agri, die aan de overkant van de Nieuwe Waterweg hetzelfde goedje dumpt, van Rijkswaterstaat een laatste kans. Als er eind 1999 geen zicht zou zijn op een structurele oplossing, moesten de fabrieken de poorten sluiten.

Alhoewel flinke vorderingen werden geboekt om het productieproces schoner te maken, heeft Hydro Agri inmiddels de handdoek in de ring geworpen. De gipsindustrie hapte naar de zin van het Noorse bedrijf niet snel genoeg toe. De activiteiten in Nederland worden gestaakt.

“Dat zouden wij ook kunnen doen”, zegt engineering manager Peter Mertens van Kemira, “maar een ketenanalyse wijst uit dat het milieu daarmee uiteindelijk slechter af is. Alles is beter dan stoppen. Want dan verhuist de kunstmestfabricage vermoedelijk naar Marokko, waar dicht bij de fosfaatmijnen al enkele kunstmest- en fosforzuurfabrieken gevestigd zijn. Niet alleen is het erts daar zwaar verontreinigd, zodat ter plekke veel viezer gips in zee wordt gedumpt, het levert uiteindelijk ook viezere kunstmest op, die de Nederlandse akkers bevuilt.”

Kemira heeft zijn zinnen nog steeds gezet op toepassing van het gips als bouwmateriaal. Talloze onderzoeken wijzen uit dat dat geen kwaad kan. De straling die vrijkomt is niet noemenswaardig hoger dan die van het rookgasontzwavelings- of natuurgips en bovendien stukken lager dan bij andere gangbare bouwmaterialen als beton en baksteen.

Door de naaldvormige structuur van de kristallen is het soortelijk gewicht van het Progips zelfs iets lager dan van andere gipssoorten. Dat heeft voordelen voor de toepassing als pleister. Verder zijn er nauwelijks verschillen. Volgens Mertens zal geen bouwer er iets van merken.

Een onderzoek van bureau Booz-Allen and Hamilton wijst uit dat de markt voor gips de komende jaren een tot twee procent zal groeien. Maar tegelijkertijd neemt het traditionele aanbod af. Het rookgasontzwavelingsgips wordt schaarser naarmate meer elektriciteitscentrales overschakelen op gas. En het aanbod van natuurlijk gips daalt, doordat overheden minder geneigd zijn concessies af te geven voor het delven van gips. Het landschap wordt er immers niet fraaier op.

Afspraken

Daarmee ontstaat er dus ruimte op de gipsmarkt, maar gesprekken met de industrie leverden Kemira tot noch toe niets op. Er zijn geen afspraken te maken over gegarandeerde afnames, die voor de kunstmestfabrikant investeringen van 35 miljoen gulden rechtvaardigen. Het gips moet immers ontwaterd worden en daar is een grote installatie voor nodig.

Mertens denkt dat de gipsfabrikanten gebruik maken van de situatie. Ze weten namelijk dat Kemira in de knel zit. Ze hebben nu nog comfortabele, langlopende contracten, waardoor ze betrekkelijk goedkoop het rookgasontzwavelingsgips krijgen. Maar die contracten lopen binnenkort af en alles wijst er volgens Mertens op dat de prijzen dan meer in de buurt van het natuurgips komen. En dan is het ProGips een concurrerend alternatief.

“Het is allemaal zo jammer”, verzucht Mertens bijna moedeloos. “We zitten bovenop een enorme gipsmijn. Het is toch doodzonde om die onbenut te laten?”

Kunstmest en bouwgips?

De belangrijkste componenten van kunstmest zijn stikstof en fosfaat. Stikstof bevordert de groei van planten, fosfaat komt de wortelgroei ten goede.

Het fosfaat wordt onder andere gewonnen uit fosforzuur dat geproduceerd wordt uit fosfaaterts en zwavelzuur. Daarbij komt gips vrij. Door een schoon productieproces en het gebruik van schoner erts is het Progips, anders dan het beruchte fosforgips, goed bruikbaar als bouwmateriaal. Het is onder de noemer rekristallisatiegips opgenomen in het nationaal pakket duurzaam bouwen.

In een proefopstelling in Pernis produceert kunstmestfabrikant Kemira gips dat geschikt is als bouwmateriaal.

Tussen de naalden van de gipskristallen van Progips is veel ruimte. Daardoor heeft Progips een laag soortelijk gewicht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels