nieuws

Detailhandel in de periferie ongewenst

bouwbreed

Een ‘factory outlet’ is niets anders dan detailhandel maar dan op een perifere locatie. Volgens MKB-Nederland woordvoerder Gerrit Sluiskes is de vestiging ervan in strijd met tot nu toe succesvol overheidsbeleid, concurrentievervalsend en een bedreiging voor de samenhang in de bestaande fijnmazige distributiestructuur.

In Nederland is nog geen ‘factory outlet centre’ (foc) operationeel, maar niet alleen voor Lelystad bestaan plannen. In Roermond wordt een foc overwogen die aansluit op het kernwinkelgebied, net als min of meer het geval zou kunnen worden in Hulst en Heerlen. Bij Sas van Gendt en Beverwijk zijn er plannen voor foc’s op perifere terreinen, zoals industrieterreinen.

Bij foc’s gaat het om detailhandel: het branchepatroon bestaat voor ongeveer driekwart uit kleding, schoeisel en sportartikelen. Zonder uitzondering zijn het branches die ook voorkomen in reguliere winkelgebieden. Net als in kernwinkelgebieden ligt de nadruk op recreatief winkelen. Het gaat dus niet om volumineuze goederen zoals keukens en meubels waarvoor het overheidsbeleid, onder zekere voorwaarden, wel perifere vestiging toestaat.

De exploitatie is in handen van dezelfde fabrikanten die in reguliere winkelcentra onder eigen naam hun merkenwinkels hebben, waarbij gedacht kan worden aan winkels/fabrikanten als Leonidas, Benetton en Laura Ashley. Daar heten ze factory outlet shops.

Ook in de reguliere detailhandel worden regelmatig restpartijen afgezet, zowel in de uitverkoop als in speciaal daarvoor geexploiteerde winkels.

Er is dus geen principieel onderscheid tussen aanbieders in een foc en die in een regulier winkelgebied. Planologisch en beleidsmatig moet een foc beschouwd worden als een ‘normaal’ winkelcentrum.

Voorwaarden

De verkoopoppervlakte per inwoner in de detailhandel in Nederland is de hoogste in Europa. Daarom lijkt de vestiging van foc’s niet noodzakelijk. Uitgangspunt bij de beoordeling is niet om alle nieuwe ontwikkelingen tegen te houden, maar deze wel aan voorwaarden te binden.

Het rijksbeleid is terecht gericht op het handhaven van de winkelfunctie van binnensteden en bestaande centra. Dat beleid is succesvol gebleken. Nieuwe investeringen zijn op die plekken terechtgekomen en ten opzichte van andere landen kennen wij sterk florerende centrumgebieden. Gebieden die zijn afgegleden of verpauperen, ontbreken.

Vestiging van foc’s op perifere locaties is ongewenst, omdat het de unieke fijnmazige distributiestructuur aantast. Door zijn grote omvang heeft een dergelijke foc een onacceptabele negatieve invloed op de reguliere detailhandel, niet alleen op de branches die in foc’s zijn vertegenwoordigd maar ook op de overige vestigingen. Daarnaast werken perifere foc’s concurrentievervalsend ten opzichte van de reguliere detailhandel gezien de prijzen van de locaties, parkeertarieven en bereikbaarheid. Want de reguliere detailhandel is het niet toegestaan zich op willekeurige perifere locaties te vestigen. Uit onderzoek blijkt dat de nabij gelegen stad vrijwel altijd meer negatieve dan positieve effecten ondervindt van een foc. Op zijn gunstigst is het effect neutraal.

Nieuwe centra in de periferie zullen een nieuwe stroom autoverkeer op gang brengen, die schadelijk is voor het milieu en in sommige gevallen zelfs voor de bereikbaarheid van de stad, zoals Roermond. Vestiging van een foc in of bij een binnenstad kan wel acceptabel zijn, mits goed wordt afgewogen wat de effecten zijn. Daarbij moeten we ons niet alleen laten leiden door modieuze ontwikkelingen. Willen we de in de afgelopen decennia met zorg opgebouwde, fijnmazige distributiestructuur en de levendigheid in onze binnensteden behouden of niet? MKB-Nederland pleit daarom voor voortzetting van het tot nu toe heldere en succesvolle rijksbeleid.

Binnen de stedelijke economie vormt het midden- en kleinbedrijf de levensader. Door de varieteit van bedrijven blijven steden aantrekkelijk, ook om er te wonen en te werken. In veel steden zijn de laatste jaren door velerlei oorzaken bedrijven de stad uitgetrokken. Ondernemers en overheden werken nu in diverse steden goed samen om de bedrijvigheid terug te krijgen, onder andere door wonen en werken weer samen te brengen.

Strijdigheid

De in Lelystad geplande foc is bedacht op een duidelijk perifere locatie. Er is derhalve sprake van strijdigheid met het ruimtelijk detailhandelsbeleid van het Rijk. Voor de beoogde locatie is geen bestemmingsplan van kracht, zodat geen planherziening is vereist met de daarbij behorende waarborgen (inspraak, bezwarenprocedures, planschaderegeling). Minister Pronk is het er terecht niet mee eens dat Lelystad geen bestemmingsplan in procedure wil brengen. Juist gezien de uitstralingseffecten van een dergelijk groot project zijn waarborgen voor een transparante besluitvorming en rechtsbescherming nodig.

Wat opvalt bij Lelystad en de andere plaatsen waar foc’s worden overwogen, is het opportunistische karakter van de planvorming. Gemeenten vinden het direct prachtig dat ze op deze manier op de kaart komen en zijn laaiend enthousiast over de nieuwe werkgelegenheid. Pas daarna worden de argumenten waarom een dergelijk centrum op die plaats zou moeten komen, erbij bedacht. Wordt daar kritiek op geuit, dan worden de argumenten eventueel ingeruild voor weer andere. Dan gaat het bijvoorbeeld niet meer om winkels, maar om een recreatie-object. Blijkt dat dan een milieu-effectrapportage (mer) nodig is, dan heet de foc ineens weer een winkelcentrum.

De vraag is waarom niet eerst wordt gekeken naar vestigingsmogelijkheden in de steden zelf. Dat geldt voor het ruim opgezette Lelystad, maar ook voor andere steden. Vaak is daar nog genoeg ruimte. Te denken valt bijvoorbeeld aan Enschede, waar de weggetrokken textielindustrie ruimte in de stad heeft achtergelaten. In Hulst is de gedachtevorming van een foc op een dergelijke wijze opgepakt; die zou zich kunnen uitstrekken van de rand van de binnenstad naar buiten toe, waar Morres Wonen is gevestigd als trekker.

De inzet is niet verandering tegen te houden, maar een positief effect te bereiken. Aantasting van de bestaande waardevolle structuur moet worden voorkomen.

G. Sluiskes is specialist detailhandelsbeleid bij MKB-Nederland.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels