nieuws

Cultuuromslag in keramische industrie Helft aantal baksteenfabrieken al in buitenlandse handen

bouwbreed Premium

amsterdam – In de keramische industrie heeft een grote cultuuromslag plaats. Vijftig procent van de baksteenfabrieken is al in buitenlandse handen. Intercultureel management is daarom een ‘topic’ op het twintigste congres van de Europese Federatie van Fabrikanten van dakpannen en bakstenen (TBE).

“Door de technologische ontwikkelingen worden de fabrieken steeds groter”, aldus drs. J.H. de Muinck Keizer, directeur van het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten in De Steeg. “Die schaalvergroting vraagt enorme investeringen. Als een bedrijf een kritische omvang heeft, zijn er drie mogelijkheden: zelf investeren, sluiten of verkopen aan een concern dat in staat is het bedrijf te moderniseren. Dat laatste is al met een op de twee Nederlandse bedrijven gebeurd. De nieuwe eigenaren zijn Iers, Engels, Oostenrijks of Belgisch. Zij bezitten een groot aantal fabrieken in verschillende landen. Meestal zijn het van oorsprong familiebedrijven. Het management komt echter opeens uit een andere cultuur, moet ervoor zorgen dat het concern een geheel wordt. Daarom is intercultureel management in deze bedrijfstak steeds meer van belang. Het is een semi-wetenschap aan het worden”, aldus De Muinck Keizer.

Kleiwinning

Niet alleen het management in de baksteen- en dakpannenindustrie is aan het veranderen. Ook de kleiwinning wordt aangepast aan nieuwe inzichten. “Het is een totale omslag vergeleken met tien jaar geleden. Toen werd de kleiwinning uit de uiterwaarden van de grote rivieren verdreven. Nu graven we in de uiterwaarden de dichtgeslibde nevengeulen uit. We hebben daarvoor een samenwerkingsovereenkomst met het Wereld Natuur Fonds over de natuurontwikkeling en de terugkeer van het ooibos. Rijkswaterstaat is er ook blij mee, omdat de uiterwaarden met uitgegraven geulen meer water kunnen opvangen. Zij stromen vol bij hoog water. Dan hoeven de winterdijken minder verzwaard te worden”, legt De Muinck Keizer uit. “De afzetting van nieuwe klei langs de rivieren gaat sneller dan wij bakken, zeker als de rivier meandert. Er is dus ruim voldoende grondstof voor de toekomst aanwezig.”

Op het congres van de TBE (in het Engels: European Federation of Tile and Brick Manufacturers) kwamen ook de technologische ontwikkelingen, de milieubelasting en het sociaal beleid aan bod, maar dan wel in besloten commissievergaderingen.

Naar binnen gericht

Het hele congres heeft een ‘naar binnen gericht’ karakter. Het is meer een ontmoetingsplaats van collega’s uit de Europese keramische industrie dan een presentatie van de bedrijfstak aan de buitenwereld. Veel publiciteit wordt er niet aan gegeven.

Een groot deel van het programma bestaat uit excursies naar beroemde architectonische bouwwerken en moderne baksteen- en dakpannenfabrieken. Het is duidelijk de bedoeling dat de deelnemers persoonlijk met elkaar in contact komen.

De voertaal is Engels, maar de deelnemers spreken veel talen. Ze komen uit heel Europa en zelfs uit Rusland (“dat rekenen we er nog bij”) en Tunesie (“vanwege de Franse historie”). Nieuwe leden zijn Servie en Portugal. Iedereen wil een plaats in Europa, hoewel de productie meestal nog gericht is op de traditionele, lokale markt.

Reageer op dit artikel