nieuws

Looncontrole maakt detachering helder

bouwbreed

amsterdam – Het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) uit Amsterdam heeft weinig zicht op buitenlands personeel dat in Nederland is gedetacheerd. Deze werknemers vallen niet onder de Nederlandse premieplicht en hoeven dus niet te worden aangemeld. Aannemers doen slechts zelden vrijwillig een melding.

Twee jaar geleden richtte het SFB daarvoor een apart loket in, maar constateerde dat het nauwelijks werd gebruikt. Enig zicht op detachering ontstaat bij de driejaarlijkse looncontroles van het SFB. Ook de fiscus zou dit zicht kunnen vergroten. De belastingdienst staat evenwel niet te springen om een extra taak uit te voeren.

“Alleen invoering van een Wet op het uitzenden van personeel zoals in Duitsland kan de kwestie goed regelen,” weet juridisch medewerker drs. N. Ridder. “De bondsrepubliek regelt dat op cao-niveau. Dat is niet voldoende, er moet ook controle op de naleving komen.”

Florissanter

Vooralsnog is er in Nederland geen noodzaak een dergelijke regeling op te zetten. De bouwmarkt ligt er florissanter bij dan in Duitsland. Bouwvakkers vinden makkelijk een andere baan. Daarentegen komen bouw(gebonden) bedrijven moeilijk aan vakbekwaam personeel, met als gevolg dat zij bijvoorbeeld in Groot-Brittannie personeel werven. Nederlandse aannemers haasten zich niet om Britse bouwvakkers op de loonlijst te zetten. In dat geval moeten zij immers ook de verschuldigde premies betalen.

Op hun beurt zullen de Britse bouwvakkers weinig interesse meer tonen voor Nederland als ze bij een aannemer op de loonlijst staan. Na aftrek van de Nederlandse premies blijft een beduidend lager nettoloon over. “ZZP’ers dragen in Groot-Brittannie maar weinig af, omdat ze uitsluitend tegen ziektekosten zijn verzekerd,” legt Ridder uit. “Andere verzekeringen moeten ze uit het nettoloon betalen. In Engeland en Ierland werven steeds meer Nederlandse tussenpersonen via advertenties personeel.” De politiek kijkt voor zover het SFB weet nog niet naar deze kwestie. Maatregelen lopen ook een beetje stuk op de grondgedachte van het Europese Verdrag. Werknemers zijn vrij om van de ene naar de andere lidstaat te gaan. Ook Duitsland zegt dit verdrag te respecteren. De Wet op het uitzenden van personeel lijkt haaks op die stelling te staan. Volgens de Bondsrepubliek gaat het evenwel om niet meer dan een toetsing of buitenlandse werknemers net zoveel verdienen als de Duitse.

Uitzenden

Het SFB overweegt uitvoering van de aanmeldingsprocedure voor de Wet op het uitzenden van personeel voor de Nederlandse aannemers. “Een zakelijke dienstverlening,” verwacht Ridder. “De mogelijkheden liggen al klaar omdat alle bouwwerknemers in het bestand zitten. Aanmelding is dan mogelijk door middel van een standaard arbeidsovereenkomst. Duitsland eist dan een exacte omschrijving van werkzaamheden. De vermelding dat iemand bijvoorbeeld timmerwerk doet volstaat niet.”

De Nederlandse bouw-cao omschrijft de taken wel precies. Duitsland vindt een verwijzing naar een vertaalde cao echter niet genoeg en wil per geval een beschrijving. Ridder: “Het arbeidsbureau stelt ook vertaalde loonstroken verplicht, die bij een controle beschikbaar moeten zijn. Sommige aannemers hebben daarentegen de ervaring dat ook niet-vertaalde loonstroken worden geaccepteerd. Een oplossing bieden Duitstalige standaard loonstroken.”

Vrijwaringsbewijzen

De organisatie verstrekt ook bewijzen dat bedrijven ingeschreven staan en premies hebben betaald. Voor het Duitse vakantiefonds (ULAK) verstrekt het SFB vrijwaringsbewijzen. Per werknemer kost dat 25 gulden. Mogelijk wordt de regeling die nu voor de ULAK bestaat uitgebreid met het Risicofonds.

Met Belgie is inmiddels een akkoord gesloten over de ‘getrouwheidszegels’. Een Nederlandse aannemer die personeel naar Belgie stuurt en deelneemt aan het Nederlandse vakantiefonds hoeft die zegels niet te kopen en andersom.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels