nieuws

Licht verontreinigd zand als alternatief

bouwbreed

Bij een openbare aanbesteding mag een inschrijver, naast een aanbieding volgens de stukken, ook een alternatieve aanbieding indienen. Zo’n aanbieding kan echter door de aanbesteder buiten beschouwing worden gelaten. Maar als hij het werk aan de aanbieder van het alternatief gunt, kan de vraag rijzen of hier wel sprake is van een gelijkwaardig alternatief in de zin van het Uniform Aanbestedings Reglement (U.A.R.), dat een en ander regelt.

Het U.A.R. van 1972 bevatte wel al een regeling van de alternatieve inschrijving maar zei niet wat daar onder moest worden verstaan. In de nieuwe regeling van 1986 gebeurde dat wel, zij het niet in het artikel met de begripsbepalingen. Artikel 17 U.A.R. 1986 zegt nu niet alleen dat alternatieve aanbiedingen gedaan mogen worden – ook als het bestek of de nota van inlichtingen daarin niet voorziet – maar ook, dat zo’n aanbieding alleen in beschouwing wordt genomen als:

a) zij betrekking heeft op een wezenlijke wijziging van de voorgeschreven constructie, de bouwstoffen, de werkwijze of de hulpmiddelen;

b) naar het oordeel van de aanbesteder in kwaliteit ten minste gelijkwaardig is aan hetgeen is voorgeschreven.

Verontreinigd

Op 31 maart 1998 werd door een provincie de aanleg van een verbindingsweg openbaar aanbesteed. Een van de inschrijvers op dat werk had daarbij een alternatieve aanbieding gedaan, die bestond uit de levering van zand van categorie I in plaats van categorie 0.

De laagste inschrijver volgens het bestek, die dacht dat daardoor het werk aan zijn neus voorbij zou gaan, maakte een spoedgeschil bij de Raad van Arbitrage aanhangig. Hij vond dat het aangeboden zand van categorie I niet als alternatief in de betekenis die het UAR daaraan geeft, kan worden beschouwd. Daarom vroeg hij om de aanbesteder te verbieden het werk op te dragen aan de aanbieder van het andere zand.

Concurrent

De provincie had er wel belang bij om de weg met behulp van het licht verontreinigde zand, want dat was het ‘alternatief’, aan te leggen. De inschrijfsom voor de alternatieve aanbieding met licht verontreinigde grond bedroeg 1.387.000 gulden. Dat was 180.000 gulden lager dan de som waartoe dezelfde inschrijver gekomen was bij de inschrijving volgens het bestek, dat schone grond voorschreef.

Het bedrag waarvoor de laagste (conforme) inschrijver had ingeschreven was nog 5000 gulden lager. Die eiste nu dat het werk niet aan zijn concurrent gegund zou worden. Zijn belangrijkste argument daarvoor was dat het gebruik van categorie I zand in plaats van categorie O zand geen alternatief is in de zin van het U.A.R. omdat licht verontreinigd zand niet gelijkwaardig is aan schone grond. Vervuilde grond heeft nu eenmaal vanuit milieutechnisch oogpunt bezien een mindere kwaliteit dan de voorgeschreven categorie 0.

De provincie had in het bestek categorie I zand kunnen voorschrijven als zij daarbij binnen de voorwaarden van de Nota ‘Werken met secundaire grondstoffen’ van juni 1997 was gebleven. Zij had er echter voor gekozen om geen gebruik te maken van secundaire grondstoffen. Daarmee had ze de mogelijkheid van een alternatieve inschrijving volgens de laagste inschrijver in feite uitgesloten.

De provincie vond echter dat hier sprake was van twee wezenlijk verschillende bouwstoffen. Bij de toepassing van verschillende stoffen gelden ingevolge artikel 10 van het Bouwbesluit verschillende gebruiksvoorschriften. Dat beide categorieen grond gelijkwaardig zijn volgt volgens de provincie ook uit het Bouwstoffenbesluit dat toepassing van categorie I grond in de grond-, weg- en waterbouw toestaat zonder dat isolerende voorzieningen worden getroffen.

Toekomstig beheer

Wie van de twee had nu gelijk? De drie arbiters van de Raad begonnen met de constatering dat de civieltechnische eigenschappen van de beide categorieen zand op zich gelijkwaardig zijn. Maar zij vonden dat ook de milieutechnische eigenschappen betrokken dienden te worden bij de gelijkwaardigheidsvraag. De aanbesteder moet immers rekening houden met het toekomstige beheer, zoals zij zelf had erkend dat zij verplicht was om bij sloop de verontreinigde grond te verwijderen.

Voor het onderscheid tussen schone en licht verontreinigde grond dient dan ook gekeken te worden naar het Bouwstoffenbesluit. Dat heeft ten doel de milieutechnische randvoorwaarden te geven voor het hergebruik van secundaire bouwstoffen in een werk op of in de bodem, dan wel in oppervlaktewater.

Het enkele feit, dat alle categorie I zand verwijderd zal moeten worden bij eventuele sloop van de aan te leggen weg, betekent al dat beide categorieen zand niet gelijkwaardig zijn.

Bovendien, als de provincie had gevonden dat beide categorieen zand gelijkwaardig zijn, had zij dat in het bestek tot uitdrukking moeten brengen. Dat had zij kunnen doen door het gebruik van categorie I zand voor te schrijven danwel te vermelden dat zij beide categorieen als gelijkwaardig zou aanmerken.

Ongelijk

Toen de provincie op een vraag tijdens de zitting zei dat zij welbewust alleen categorie 0 had voorgeschreven “omdat zij alleen gelijkwaardige aanbiedingen wenste te ontvangen”, erkende zij dan ook dat zij categorie 1 niet gelijkwaardig vond aan categorie 0.

Omdat in het derde lid van artikel 17 U.A.R.staat dat een alternatieve aanbieding alleen in beschouwing wordt genomen als die naar het oordeel van de aanbesteder in kwaliteit ten minste gelijkwaardig is aan hetgeen is voorgeschreven, bevestigde de provincie daarmee haar ongelijk. Zij had de laagste inschrijver niet mogen schrijven dat zij van plan was om het werk te gunnen aan de inschrijver, die de aanbieding met het ‘alternatieve zand’ had gedaan. Haar werd dan ook in het arbitrale vonnis verboden om het werk aan hem op te dragen.

N.B.: Degenen, die voor het door hen bij aanbestedingen te voeren beleid in deze problematiek geinteresseerd zijn, wordt aanbevolen het vonnis, zoals dat in het maandblad Bouwrecht is gepubliceerd, te bestuderen. Daartoe is, zoals gebruikelijk, de vindplaats van dit vonnis hieronder vermeld.

(BR 1998 p. 1044)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels