nieuws

Laten we weer spelen in Nieuw Babylon

bouwbreed

Het nadeel van de gebouwde omgeving is dat die onbeweeglijk is. De bouw legt onwrikbaar alles vast. In de jaren zestig heeft kunstenaar Constant Nieuwenhuys daarom Nieuw Babylon ontworpen: een vorm van stedenbouw die alle vrijheid laat aan de spelende mens. Het plan is nu voor het eerst volledig gedocumenteerd en blijkt nog niets van zijn kracht te hebben verloren.

In de jaren vijftig broeide er iets. Zoals doorklinkt in De Avonden van Gerard van het Reve, stond een nieuwe generatie te popelen om de vruchten van de welvaart te plukken en een eind te maken aan een al te benepen cultuur van alleen maar werken en gehoorzamen.

Het broeide ook in de kunstwereld, waarin nieuwe vormen werden beproefd. CoBrA werd beroemd met de ‘kindertekeningen’ van Karel Appel. Een groep die zich de Internationale Situationnisten noemde maakte ruimtelijke kunstwerken door bijvoorbeeld wandelingen in een stad in beeld te brengen met collages van stukjes plattegrond.

Constant Nieuwenhuys (1920) was thuis in beide genoemde kringen, toen hij in 1956 besloot de schilderkunst vaarwel te zeggen en te gaan werken aan een nieuw soort stad. Een stad van vrijheid en ongebreidelde creativiteit. Zodra automatisering productiewerk overbodig maakt, zo meende Constant, zou het leven een groot spel worden. Spelenderwijs moesten mensen vorm kunnen geven aan hun eigen omgeving. Architecten en stedenbouwers zouden hun sturende, dwingende rol moeten opgeven. De wereld zou er heel anders uit kunnen zien.

Zelfwerkzaamheid

Hoe die eruit zou kunnen zien heeft Constant tussen 1956 en 1974 uitgebeeld in talloze maquettes, tekeningen en schilderijen. Bij een hernieuwde confrontatie met dit werk, dat nu voor het eerst volledig te boek is gesteld en kortgeleden was tentoongesteld in Rotterdam, is het fascinerende dat het verrassend actueel oogt. De reusachtige hangconstructies voor daken die alle mogelijke activiteiten kunnen overspannen, de stukken stad die op slechts een paar steunpunten boven de grond zweven, de gewelfde vormen van plexiglas die gebouwen in de vorm van oesters voorstellen – het is een vormentaal die weer opgeld doet in de avant-gardistische architectuur van dit moment. Met de nieuwste tekenprogramma’s is die op de computer gemakkelijk te modelleren.

Niet alleen de vormen zijn weer actueel, ook de achterliggende ideeen. Bijvoorbeeld dat stedenbouw niet meer zoveel moet vastleggen, dat het een neutrale bedding moet zijn voor het steeds wisselende leven dat het stedelijk milieu kenmerkt. Daarbij wordt gedacht in activiteiten en stromen in plaats van statische functies. Tevens wint de overtuiging veld dat er meer ruimte moet zijn voor de zelfwerkzaamheid van de bewoners en gebruikers; die moeten de stad maken en niet de stedenbouwers.

Krakersrellen

Natuurlijk is Nieuw Babylon niet een reeel bouwplan, hoever de plannen ook zijn uitgewerkt en hoezeer Constant zelf steeds het realiteitsgehalte benadrukte. Het zijn denkoefeningen en oefeningen in verbeelding. Ze verkennen de relatie tussen maatschappij, politiek, stedenbouw en architectuur. Het boek waarin al het door Constant vervaardigde materiaal is verzameld geeft in zijn ondertitel daarom terecht aan dat het gaat om ‘The Hyper-Architecture of Desire’.

Als ‘hyper-architectuur’ is het wel degelijk architectuur maar van een hoger abstractieniveau. Constant is een kunstenaar die speelt dat hij architect is, en dat ‘spelen’ moet worden opgevat als een serieuze bezigheid, als een wetenschap van de verbeelding waarin niet zomaar lukraak van alles verzonnen kan worden. Juist de spelregels spelen een cruciale rol. Onder welke condities is een vrije omgeving mogelijk, is de te beantwoorden vraag.

Opvallend is dat die vrijheid tot uiting komt in een geheel kunstmatige, volledig stedelijke omgeving. Nieuw Babylon is een megastructuur, waarbinnen het spel van de bewoners zich afspeelt. Het geheel staat op poten, los van het landschap. Op de maquettes is geen boom te bekennen; de aarde is een gladde, neutrale vlakte die van geen belang lijkt.

Dat on-aardse karakter is wellicht de zwakke stee van het project. Te weinig heeft Constant onderkend dat de mens gemaakt is uit modder, om een bijbels beeld te gebruiken. Het is dezelfde blindheid voor de duistere kant van de mens en zijn cultuur waardoor de speelsheid van provo en kabouter kon doodlopen in de agressie van de krakersrellen. Constant kreeg daar pas oog voor nadat hij in 1969 de laatste maquettes voor Nieuw Babylon had gemaakt. Op de schilderijen die hij tot 1974 maakte sloop steeds meer geweld binnen en – al dan niet toevallig – sex.

Reele utopie

Het invloedrijke onderzoek van Constant stond, internationaal gezien, niet op zichzelf. Er waren meer architecten en kunstenaars met vergelijkbare projecten bezig. Binnen Nederland was en is zijn werk nog steeds uniek. De enige anderen die consequent met alternatieve stedenbouw zijn bezig geweest, zijn de gebroeders Das. Maar dat werk is van een geheel andere orde. De tekeningen van Das zijn zeer gedetailleerd en specifiek. Daardoor zeggen ze meer over de tijd waarin ze zijn getekend, dan dat ze als laboratorium kunnen fungeren voor experimenten met onvermoede uitkomsten. Geafficheerd als futuristisch, zijn ze sterker verouderd dan Nieuw Babylon, dat altijd als reeel en eigentijds is geafficheerd. Het is de toekomst zoals die er gisteren uitzag. Doordat Constant als kunstenaar in staat was tot abstractie, blijven zijn beelden actueel. Het is een reele utopie.

De documentatie van Nieuw Babylon is van actueel belang in deze tijd van stress, werk, werk en nog eens werk, waarbij alles een uitdaging is en weinig een spel.

M. Wigley: ‘Constant’s New Babylon – The Hyper-Architecture of Desire’. Uitg. 010, 256 blz. f. 95,00, ISBN 90-6450-343-5.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels