nieuws

Consulent: Met grensarbeiders wordt te weinig rekening gehouden

bouwbreed

sittard – Overheden houden nauwelijks rekening met grensarbeiders. De groep is te klein en te gedifferentieerd. De grensarbeider bestaat niet; alleen maar soorten grensarbeiders. Daarvan zijn er vier; twee per grens. Een regeling die voor de ene groep goed uitpakt, kan voor de andere verkeerd vallen. Persoonlijke omstandigheden bepalen of sommige grensarbeiders problemen ondervinden. Wie actief is ontmoet minder problemen dan wie niet (meer) actief is.

“Grensarbeid levert problemen op omdat het over minstens twee rechtssystemen gaat,” legt euroconsulent voor het FNV-district Limburg G. Essers uit. “Dat blijkt vooral bij de belastingen. De fiscus kijkt altijd naar het gezinsinkomen. Aan belasting betalen valt om die reden niet te ontkomen.

In theorie zou iemand zijn verdiensten bijvoorbeeld zodanig over drie landen kunnen verdelen dat hij in elk land onder de belastingvrije voet blijft. De fiscus van het woonland telt alle inkomens echter bij elkaar. De inkomsten die aanvankelijk buiten de belasting en premieheffing bleven, schuiven dan zo het vijftig procents-tarief in.”

Nederland en Belgie overwegen momenteel of Nederlandse grensarbeiders aan de Belgische fiscus moeten afdragen. Instemming betekent dat die arbeiders er duizenden guldens op achteruitgaan. Volgens sommige becijferingen kan dit oplopen tot een daling van dertig procent nettoloon.

Topgeheim

Esser haast zich te zeggen dat het zover nog niet is. “Het ontwikkelen van belastingverdragen duurt doorgaans een jaar of tien. Het Nederlandse ministerie van Financien staat open voor problemen van de grensarbeiders en zoekt naar een creatieve oplossing. Het middel voor de huidige grensarbeiders blijkt nu erger dan de kwaal. Het maakt namelijk een eind aan hun voordelige positie.”

De euroconsulent adviseert de politiek over alternatieven. “Onderhandelingen over belastingverdragen zijn echter topgeheim omdat ze bijvoorbeeld ook over belastingvlucht gaan. Zulke verdragen dienen het belang van de staat. Ook Kamerleden krijgen niet meer dan wat globale informatie. In het geval van de grensarbeiders gaat het niet om traditionele belastingverdragen, maar om recht voor de betrokken werknemers. Ik twijfel niet aan de goede intenties, wel aan de competentie van de ambtenaren.”

Gescheiden

De problemen komen voort uit het feit dat Nederland en Belgie belastingen en premies gescheiden heffen.

Esser noemt het voorbeeld van een Nederlands bouwbedrijf met Belgisch personeel. Het brutoloon van die werknemers ging in de afgelopen jaren niet omlaag. Evenals hun Nederlandse collega’s droegen ze wel meer premies af. Het Nederlandse personeel kreeg ter compensatie een belastingverlaging. De Belgische fiscus bracht daarentegen geen mindering in rekening. Als gevolg daarvan houden de Belgische bouwvakkers netto minder over.

Esser: “En dat is zuur want ze gingen er jaarlijks tot zevenduizend gulden op achteruit. Dat is niet het probleem van de werknemer maar van de werkgever, die zo een ongemotiveerde werknemer krijgt.”

Nederlanders die in Duitsland werken lopen volgens Essers eveneens tegen problemen aan, hoewel ze welbeschouwd marginaal blijken. Helemaal sluitend en tot ieders tevredenheid zijn ‘grensregelingen’ niet te maken; alle coordinatie van de EU ten spijt.

De toestand is nog het beste te vergelijken met het ‘prisoners dilemma’, houdt Essers voor. “Daar is enigszins uit te komen, mits je met de andere overheid maatregelen bespreekt. In dergelijk overleg duiken echter telkens weer onvertaalbare en moeilijk te omschrijven begrippen op als bijvoorbeeld de Nederlandse overhevelingstoeslag.”

Een 62-jarige Limburgse wao’er woonde en werkte altijd in Nederland. Hij is lid van een politiehondenvereniging en leent zo nu en dan, tegen een kleine vergoeding, zijn hond uit aan een Duits politiekorps. Volgens ‘de regels’ wordt hij beschouwd als iemand die in Nederland een uitkering ontvangt en in Duitsland werkt en dus is de verzekering van het werkland van toepassing. De Duitse politie huurt de hond voor minder dan DM620. Wie in de Bondsrepubliek minder dan dit grensbedrag verdient, is niet verzekerd. De toewijzingssystematiek brengt de man evenwel in de Duitse verzekering onder. Het Duitse recht bestempelt hem echter als niet-verzekerd. En zo blijkt hij nergens verzekerd, want ook het Nederlandse GAK houdt geen premies in.

In zulke kwesties kan hij bij hoge uitzondering teruggrijpen op het stelsel, waar hij op grond van de verordening niet bij hoort. De administratieve afhandeling van deze noodgreep duurt meestal enkele maanden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels