nieuws

‘Overheid moet gebruik secundaire grondstoffen in beton bevorderen’

bouwbreed Premium

houten – “Als de overheid geen maatregelen treft, komt er geen gram secundair zand in het beton,” waarschuwt algemeen secretaris E. Schut van de Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval (BRBS) uit Houten. Dat laat volgens hem onverlet dat de sector met dit zand de grondstoffenvoorziening veilig kan stellen als zich na 2008 inderdaad een tekort voordoet.

Op de markt gaan enkele tientallen miljoenen tonnen secundair zand om, vooral bedoeld voor ophogingen. Enkele honderdduizenden tonnen vinden een specifieke toepassing als bestratingszand. Secundair zand als vervanging van primair betonzand staat nog in de kinderschoenen. Het kennisinstituut CUR doet constructietechnische studies naar toepassingen van secundair zand. Dat doen ook onderzoekers van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Die verwerken hun resultaten in het Implementatieplan Alternatieve Materialen Beton- en Metselzand, dat dit najaar verschijnt. “De eerste bevindingen zijn gunstig”, zegt Schut.

Fijner zand

Het plan gaat tevens in op het zogeheten fijner zand. Onder deze categorie valt de fractie 04 en kleiner. Verwerkt in beton(waren) vraagt ‘fijner zand’ meer cement. Daarom wil de betonindustrie het liever niet, want meer cement doet afbreuk aan het positieve milieubeeld dat de bedrijven overeind willen houden. Goed betonzand vergt voldoende korrels van 1 tot 2 millimeter. De grootte mag niet minder dan 63 s zijn. Secundair zand is iets kleiner dan het ideale betonzand. De betonindustrie zegt met secundair zand goed uit de voeten te kunnen.

Met secundair zand zijn eventuele tekorten in de levering van primair zand goed op te vangen. “De productiekosten zijn echter hoger,” rekent Schut voor. “Het materiaal staat te boek als afvalstof en dat moet eerst worden gereinigd.” Evenals bij primair zand blijft aan het einde van het zeefproces slib over. In het geval van het primaire zand kan die fractie zonder meer terug in de winput. Slib uit secundair zand moet echter naar de stortplaats. Per ton kost dit momenteel 150 tot 180 gulden. Een eventuele milieuheffing kan dat bedrag aanmerkelijk verhogen. Als gevolg daarvan kost een ton secundair zand om en nabij een tientje meer dan dezelfde hoeveelheid primair zand.

Verwijderingsbijdrage

Hier spreekt Schut de overheid aan. “Het prijsverschil valt weg te werken met een heffing op primair zand. De voorkeur gaat uit naar een verwijderingsbijdrage. Per woning kan daarvoor 100 gulden worden gereserveerd. Te denken valt ook aan een specifieke extra heffing op bouw- en sloopafval.”

In de loop van het volgende jaar moet daar meer duidelijkheid over komen. Een algemene verhoging van het acceptatietarief zou ook kunnen. De brekers moeten dan wel verzekerd zijn van voldoende materiaal. “De eisen voor puinverwerking worden evenwel versoepeld,” stelt Schut. “Het aantal vergunningen stijgt terwijl ook mobiele brekers worden gedoogd.”

Schut wil de overheid duidelijk maken dat het aandeel secundair zand in de grondstofketen alleen door passende maatregelen stijgt. Het Rijk legt met het Structuurschema Oppervlakte Delfstoffen (SOD) provincies taken op voor de winning van primair zand. Een dergelijke aanpak zou volgens Schut ook bij het secundaire zand passen.

Reageer op dit artikel