nieuws

Kosten koophuis meer gestegen dan huurlasten Woningvoorraad is jong, woningbezetting blijft afnemen

bouwbreed Premium

den haag – De maandlasten van een koopwoning stegen in de periode 1990-1998 meer dan de woonlasten van huurders. In die periode waren huurders gemiddeld 250 gulden meer per maand kwijt aan woonlasten, inclusief energielasten en onroerendezaakbelasting. Voor huiseigenaren stegen de woonuitgaven met maandelijks 400 gulden.

Dat blijkt uit het Woningbehoefte Onderzoek 1998 van het ministerie van VROM en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Huurders geven een derde deel van hun inkomen uit aan wonen, huiseigenaren een kwart. Aan de gestegen woonkosten van de laatste groep liggen vooral de toegenomen hypotheeklasten ten grondslag.

Huurders en kopers tot 35 jaar besteden vrijwel een gelijk deel van hun inkomen aan woonlasten. Met de toename van de leeftijd neemt het woonlastenaandeel bij eigenaar-bewoners echter af, terwijl de woonkosten voor huurders veel minder schommelen met de leeftijd. Dat komt doordat huizenbezitters vaker doorgroeien naar een hoger inkomen.

Vijfenzestig-plussers met een huurwoning betalen ongeveer een kwart van hun inkomen aan huur. Eigenaren in die leeftijd hebben hun hypotheek vaak voor een groot deel afbetaald. Ze geven daar gemiddeld nog maar acht procent van hun inkomen aan uit.

Eengezinswoningen

Uit het Woningbehoefte Onderzoek blijkt dat het aantal inwoners per woning blijft dalen. In 1990 woonden gemiddeld nog 2,61 personen in een huis. Vorig jaar was dat aantal afgenomen tot 2,46.

Meer dan de helft van de huizen is na 1970 gebouwd. De laatste twee decennia werden meer eengezinswoningen gebouwd dan in de periode ervoor. Ongeveer driekwart van de voorraad bestaat uit eengezinswoningen.

Huizen van tien jaar of jonger zijn voorzien van de meest gangbare isolatievoorzieningen. Het omgekeerde geldt voor huizen ouder dan zestig jaar, tenzij de eigenaar zelf maatregelen heeft genomen. In dat geval komt het aanbrengen van dubbel glas het meest voor. In tweederde van deze vooroorlogse woningen blijkt deze vorm van isolatie aanwezig.

Bewoners van het landelijk gebied zijn slecht te spreken over voorzieningen in hun buurt, zoals scholen, winkels en openbaar vervoer. Dit vindt vooral zijn oorzaak in de gespreide bouw. In de steden echter toont negentig procent van de bewoners zich hierover tevreden.

Aan de sociale veiligheid in de woonomgeving mankeert daarentegen nogal het een en ander. Vijftien procent van de huishoudens – vooral in de steden – is bang voor beroving. In de stedelijke gebieden wordt ook meer geklaagd over milieuhinder, vandalisme en verkeersoverlast. Stedelingen tonen zich tevreden over hun woning, maar geven een laag waarderingscijfers voor het woonmilieu.

Steekproef

Het CBS en het ministerie van VROM hielden het onderzoek onder 120.000 inwoners. De uitkomsten van het onderzoek dienen als basis voor het volkshuisvestingsbeleid. Sinds 1970 houden het ministerie en het CBS eens in de vier jaar een dergelijke steekproef. Vanaf dit jaar heeft het onderzoek jaarlijks plaats. Het Rijk wil een beter inzicht krijgen in de huurders, kopers en hun inkomen uitgesplitst per leeftijdsgroep en provincie.

Reageer op dit artikel