nieuws

Utrecht heeft geen grip op 100 hectare Leidsche Rijn Perceel rechtstreeks naar kopers van woningen

bouwbreed Premium

utrecht – Het gemeentebestuur van Utrecht vreest dat het niet de beschikking kan krijgen over honderd hectare van het grondgebied van Vinex-locatie Leidsche Rijn. Uitgaande van de norm van 34 woningen per hectare, betekent dit dat zeker 3400 van de 30.000 huizen worden gebouwd door andere partijen dan de projectontwikkelaars waarmee de gemeente afspraken heeft gemaakt.

Dit blijkt uit brieven van burgemeester en wethouders van Utrecht aan minister Pronk en staatssecretaris Remkes, beiden van VROM (Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu). In de brieven dringt het college aan op herziening van de Wet voorkeursrecht gemeenten.

Utrecht heeft een rechtszaak verloren tegen grondeigenaar De Bruijn en onroerendgoedhandelaar annex projectontwikkelaar Oostveen. De laatste twee hebben een overeenkomst gesloten die erin voorziet dat achttien woningen worden gebouwd op de grond van De Bruijn. De grondeigenaar deelt mee in de winst van het project. Pas als de bouw gereed is wordt de grond geleverd aan de kopers.

Gevolg van deze constructie is dat het perceel niet eerst aan de gemeente te koop hoeft te worden aangeboden, ondanks het feit dat de Wet voorkeursrecht gemeenten van kracht is voor het grondgebied waarop Leidsche Rijn moet verrijzen.

Uit de brief aan de bewindslieden blijkt dat burgemeester en wethouders zich ernstig zorgen maken over de situatie die is ontstaan nu de rechter deze constructie in orde heeft bevonden. “We zien veel van dit soort zelfrealisatie-constructies op ons afkomen. Grondeigenaren zullen massaal dergelijke constructies kiezen in de verwachting hogere opbrengsten voor hun grond te krijgen. Een eerste grove schatting van de in geding zijnde oppervlakte bedraagt 100 hectare”, aldus een passage in de brief.

Gaten

De Wet voorkeursrecht gemeenten vertoont volgens het Utrechtse college gaten waaruit tijd en geld weglekken. “Immers lang niet alle kosten die de gemeente moet maken voor de bouw van Leidsche Rijn kunnen worden verhaald bij zelfrealisatie, hetgeen nadelig is voor de grondexploitatie. Het instrumentarium voor kostenverhaal is ontoereikend”, aldus de brief die B en W van Utrecht vorige week naar ‘Den Haag’ stuurden.

Het college schrijft dat de dertig procent sociale woningbouw ter discussie komt als andere partijen dan de ontwikkelaars waarmee afspraken zijn gemaakt, de krenten uit de pap halen.

Overigens laat Utrecht het niet bij het politiek ter discussie stellen van de Wet voorkeursrecht gemeenten. De gemeente heeft ook hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak van de rechter. Volgens Utrecht is sprake van een constructie die bewust is opgezet om de wet te ontduiken. Eigenaren mogen wel zelf ontwikkelen en bouwen, maar in het Utrechtse geval is het volgens het college de onroerendgoedhandelaar annex projectontwikkelaar die die taak op zich neemt en het volledige risico draagt. In die opvatting wordt het stadsbestuur gesteund door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Reageer op dit artikel