nieuws

Architect Ton Alberts ‘Architectuur moet steeds meer natuur worden’

bouwbreed Premium

Architect Ton Alberts mag worden beschouwd als de wegbereider voor organische architectuur in Nederland. De doorbraak van de begin deze week op 72-jarige leeftijd overleden architect was het inmiddels wereldberoemde hoofdkantoor van de NMB – nu ING – in Amsterdam Zuid-Oost, dat hij begin jaren tachtig samen met zijn compagnon Max van Huut tot stand bracht. “Het was een fantastisch project, waar we dag en nacht aan hebben gewerkt. Een leerzaam proces ook door de samenwerking met onze opdrachtgevers”, blikt Van Huut terug.

In de jaren daarvoor had Ton Alberts in projecten van veel kleinere schaal en in seriematige woningbouw een eigen handschrift ontwikkeld. Met het gemeenschapscentrum Meerzicht in Zoetermeer wekte hij midden jaren zeventig de eerste interesse onder vakgenoten. Opmerkelijk was de invloed die hij daarna de metselaars gaf bij het bouwen van woonhuis De Waal in Utrecht. Door zijn grillige vormen trok het bij een breder publiek de aandacht. Nog tijdens dit eerste werk dat voluit organisch kon worden genoemd, wonnen Alberts en Van Huut de meervoudige opdracht voor de NMB.

Het in 1987 gereedgekomen bankgebouw is een meesterwerk, waarin constructie, detaillering, interieur en klimatisering geheel met elkaar verweven zijn. Uit vele enquetes kwam het gebouw als grootste publiekslieveling uit de bus en lange tijd liep het storm voor bezichtigingen. Het succes leidde tot een stroom van nieuwe opdrachten, waaronder het niet minder grote hoofdkantoor voor de Gasunie in Groningen.

Het werk groeide Alberts en zijn compagnon Van Huut boven het hoofd. Van Huut: “We zaten met meer dan vijftig mensen op ons bureau in Amsterdam en waren meer manager dan architect. Het was daarom een geweldige opluchting dat we begin jaren negentig de tekenaars en medewerkende architecten konden onderbrengen bij Saarberg, Van der Scheer en Partners in Haarlem, waar ze de technische uitwerking doen, om zelf weer een klein ontwerpbureau te worden. We konden ons weer helemaal concentreren op de projecten zelf.”

De organische architectuur viel in de smaak bij een groot publiek. Mede daardoor won het bureau de afgelopen jaren veel prijsvragen. Door het hele land zijn tal van stadhuizen en kantoren gebouwd. Onder vakgenoten groeide echter kritiek dat het werk een oppervlakkig ‘maniertje’ leek te worden. Voor Ton Alberts, die zich twee jaar geleden uit het bureau terugtrok, was het belangrijkste dat architectuur steeds meer natuur zou worden, verankerd op de eigen plek.

Reageer op dit artikel