nieuws

Zeeaquarium van zelfverdichtend beton Hoge slanke wanden, bestand tegen grote waterdrukken

bouwbreed Premium

rotterdam – Het Oceanium, de nieuwe uitbreiding van de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp, vergt ruim vierhonderd kubieke meter zelfverdichtend beton. Dit is nodig vanwege de speciale eisen die gelden voor de wanden van de waterbassins. Het is voor het eerst dat dit materiaal in Nederland op deze grote schaal wordt toegepast.

Hoge slanke wanden van beton, bestand tegen hoge waterdrukken. Met veel uitsparingen voor panoramavensters en met zo min mogelijk naden.

Het zijn zomaar enkele eisen waaraan de bassins van het in aanbouw zijnde Oceanium moeten voldoen. In het complex zullen toekomstige bezoekers van Diergaarde Blijdorp in een middag kennis kunnen maken met tien verschillende kust- en onderwaterwerelden, verdeeld over dertig bassins met in totaal zes miljoen liter zeewater.

De nieuwe bassins krijgen betonnen wanden van vijf tot zeven meter hoog, met een dikte van 250 tot 350 millimeter en talrijke panoramavensters. In verband daarmee bevatten de wanden naast de normale wapening ook twee lagen voorspanning, in meerdere richtingen. Vanwege de waterdichtheid mag bij de aansluiting op de vloeren beslist geen krimp optreden.

Trager

“Vanwege die speciale eisen hebben we wat betreft de bassinwanden niet gekozen B35, maar voor scc, self compacting concrete”, vertelt ir. P.J. Heijboer, adjunct-directeur van hoofdaannemer Van Eesteren. Dit ‘zelfverdichtend beton’ heeft als voordeel dat het door zijn hoge vloeigraad alle hoeken en gaten tussen de bekisting opvult. Daardoor is het gebruik van trilnaalden niet meer nodig. Het gebruik van self compacting concrete vergt wel meer van de bekisting. Zo zijn de speciedrukken veel hoger en veroorzaken de kleinste kiertjes al lekkage. Ook de sterkteontwikkeling is in het begin wat trager dan bij het half zo dure B(eton)35.

De ontwerpmethodiek van scc is anders dan gewoonlijk. Betonleverancier Mebin gebruikt de zogeheten ‘Japanse methode’, waarbij de producent vooraf vaststelt welke combinatie van vloeigedrag en stabiliteit het beoogde verwerkingsgedrag van de betonspecie oplevert. Eerst wordt de minimale waterbehoefte van de gewenste cement/vulstofcombinatie bepaald. De volgende stap is het daadwerkelijk maken van de zand/cementmortel en het optimaliseren van het verwerkingsgedrag met behulp van superplastificeerders.

“We hadden nog niet zoveel ervaring met zelfverdichtend beton”, bekent Heijboer, “en we hebben eerst een paar kleinere wandjes op proef gestort.”

Te hoog gegrepen

De resultaten waren ook zonder het gebruik van trilnaden uitstekend: grindnesten ontbraken, het oppervlak vertoonde uiterst weinig bellen en verdere afwerking was eigenlijk niet nodig. In de meeste gevallen bleek het mogelijk een wand in een keer te storten, zonder horizontale naad.

Bij het onderwaterverblijf voor de haaien bleek dat te hoog gegrepen. Dat bassin krijgt een ‘diepte’ van zeven meter, zodat de imposante vissen hun karakteristieke ‘glijpaden’ kunnen zwemmen.

Het in een keer storten van zo’n hoge wand bleek in de praktijk niet haalbaar. In overleg met de opdrachtgever is de wand nu in twee keer gestort, met een nauwelijks zichtbare naad. Na de afwerking moet ook die zijn verdwenen.

Het Oceanium is ontworpen door Schroeder Design uit Overveen in opdracht van de Stichting Diergaarde Blijdorp. De constructie is in handen van CAE Nederland uit Capelle a/d IJssel en de hoofdaannemer is J.P. van Eesteren uit Rotterdam. De totale aanneemsom bedraagt 70 miljoen gulden.

Voor de bouw is naast 430 kubieke meter zelfverdichtend beton ook ongeveer 2570 kubieke meter B35 nodig en 3050 kubieke meter B25.

De geplande oplevering is eind mei 2000 waarna in mei de officiele opening zal plaatsvinden.

De waterbassins van het Oceanium krijgen wanden van zelfverdichtend beton, met een dikte van 250 tot 350 millimeter en talrijke panoramavensters. In verband daarmee bevatten de wanden naast de normale wapening ook twee lagen voorspanning.

Foto: Henk van der Veen

Reageer op dit artikel