nieuws

Reflecterend jasje voor jaren zestig kantoor

bouwbreed Premium

Kleine ramen en reflectoren aan binnen- en buitenkant zorgen voor een optimaal gebruik aan daglicht

Tom Maas

apeldoorn – De roemruchte Brinklaanflat in de binnenstad van Apeldoorn begint aan een tweede leven. In opdracht van het Kadaster als nieuwe eigenaar/gebruiker heeft architect Mart van Schijndel een rigoureus verbouwingsplan ontworpen. Meest opvallende onderdeel is de nieuwe gevel. Een combinatie van kleine ramen en reflectoren aan binnen- en buitenkant moet zorgen voor optimaal gebruik van daglicht en minimaal energiegebruik.

Het imago van de Brinklaanflat is slecht. Het voormalige stadskantoor, eind jaren zestig gebouwd, was lange tijd het hoogste punt van de stad, maar tevens de hinderlijkste windhoek en een grove inbreuk op de binnenstad. Toen het sinds 1994 verzelfstandigde Kadaster nieuwe huisvesting zocht, zag het echter ook voordelen: de locatie is goed en hergebruik van het gebouw zou leiden tot vijftig procent minder milieukosten. Dat laatste is becijferd met het door de Rijksgebouwendienst ontwikkelde programma Greencalc. Hergebruik is afgewogen tegen volledige nieuwbouw buiten het centrum, waarbij gekeken is naar factoren als materiaalgebruik, energieconsumptie en mobiliteit.

De Utrechtse architect Mart van Schijndel kreeg de taak het gebouw een tweede leven te schenken met een beter imago. Om te voorzien in de gewenste ruimte van bijna twaalfduizend vierkante meter is de toren uitgebreid met een driehoekige uitbouw van vier verdiepingen en opgehoogd met een nieuwe dertiende en veertiende verdieping. De toren is niet totaal gestript. Van binnen is allicht alle asbest verwijderd en het interieur totaal vernieuwd, maar de betonnen gevelpanelen zijn behouden en ingepakt in een nieuwe gevel van geemailleerd glas met extra isolatie.

Modelkamer

Opvallend aan de nieuwe gevel is het veel kleinere raamoppervlak dan in de oude gevel. Kleiner ook dan gebruikelijk in kantoren, met de bovenkant van het kozijn net boven ooghoogte. Het zonwerende glas staat bovendien schuin. De enigszins gekromde dorpel aan de buitenkant is van reflecterend materiaal, net als de binnengevel boven het raam. Die reflectoren moeten ervoor zorgen dat er toch voldoende daglicht binnenkomt. Er is geen zonwering aan de buitenkant, wel komen er rolgordijnen aan de binnenkant om hinderlijke lichtinval te reguleren. Met computerberekeningen en een modelkamer is onderzocht of het licht voldoende diep het kantoor binnenvalt.

Bij het bureau van Van Schijndel maken ze er geen geheim van waar het idee voor de gevel vandaan komt. Al in 1977 won de Amerikaanse architect Birkert een milieuprijs voor een kantoor voor IBM in Michigan (V.S.) met vrijwel dezelfde gevel. Door de verbeterde verspreiding van het daglicht in het interieur was minder kunstlicht nodig, luidde toen de theorie.

Daglicht

TNO heeft dat nog eens bekeken met behulp van het computermodel Radiance (ontwikkeld door het Californische Lawrence Berkeley Laboratory en het Zwitserse EPFL). Conclusie: door het beperkte raamoppervlak worden hoge luminanties en dus sterke contrasten voorkomen, en wordt bovendien de warmte die binnenkomt beperkt. De reflecties zorgen dat de binnengevel boven de ramen en het plafond niet donker afsteken en de indruk wordt versterkt dat er voldoende daglicht is in het interieur. Het toegepaste kunstlicht, met een armatuur bovenaan de reflecterende binnengevel en afgeschermde armaturen dieper in de ruimte, past bij die opzet.

Onderzoeker Zonneveldt van TNO tekent daarbij aan dat als de zon niet schijnt het effect beperkt is. Er wordt dan nauwelijks licht gereflecteerd. Voldoende licht echter om het vlak boven de raamstrook op te lichten en de indruk te geven dat het daglicht in het interieur regelmatig gespreid is, zonder grote contrasten.

Reflecties

Reflectoren en andere middelen om zonlicht te sturen lijken steeds meer in de mode te komen. Maar, zoals Zonneveldt aangeeft, ze werken alleen als de zon schijnt. Is het bewolkt en is het licht diffuus, zoals meestentijds in Nederland, dan is er weinig te reflecteren, zoals ieder kind weet dat met spiegeltjes anderen probeert te verblinden. In die omstandigheden zorgt een reflecterend of lichtgekleurd oppervlak hoogstens voor enige verstrooiing van het licht in het interieur.

Verstrooiing

Dat dit toch positief kan uitpakken, zoals Zonneveldt aangeeft bij deze oplossing, komt omdat voor de kantoorwerker niet het absolute lichtniveau bepalend is voor het comfort, maar het relatieve niveau, dat wil zeggen de contrasten tussen licht en donker. Is het contrast tussen binnen en buiten, en tussen raamkant en gangkant dankzij verstrooiing minder groot, dan zal de kantoorwerker minder snel geneigd zijn kunstlicht aan te doen, ook al is het absolute lichtniveau laag.

Daaraan zit natuurlijk een ondergrens. Reflecterende voorzieningen hebben invloed op die ondergrens, omdat ze in en om het raam ruimte innemen waardoor het raamoppervlak en dus het binnenvallende licht geringer wordt. Het is dus zaak om het optimum te vinden tussen de voordelen van verstrooiing en de nadelen van verminderde lichttoetreding; het voordeel van echt weerkaatst zonlicht speelt in het Nederlandse klimaat feitelijk een ondergeschikte rol.

De plaats van de reflectoren luistert ook nauw. Bij de uitbreiding van het Belastingkantoor in Enschede – ontworpen door Ruud Roorda met daglicht-advies van Esbensen uit Kopenhagen – zijn de reflectoren aangebracht op een kalf, op ongeveer twee meter hoogte bovenin het raam. Ze hinderen het uitzicht niet maar nemen wel net het zicht op het lichtste deel van de hemelkoepel weg, zodat het grootste contrast tussen binnen en buiten wordt voorkomen. Voordeel van deze plaats is tevens dat de werking van de reflectoren niet wordt verhinderd als beeldschermwerkers binnenzonwering gebruiken ter voorkoming van hinderlijke reflecties.

In het nieuwe Kadaster in Apeldoorn is de oplossing principieel verschillend met een reflector op de raamdorpel. Doet een gebruiker daar zijn rolgordijn omlaag dan wordt tegelijk minder licht gereflecteerd. Anders dan in Enschede zitten de reflectoren in Apeldoorn bovendien (deels) in het zicht. De praktijk zal moeten uitwijzen of kantoorwerkers dit als hinderlijk zullen ervaren.

Herkansing

Om nog meer redenen kan het leerzaam zijn de ervaringen in Apeldoorn te volgen. Feitelijk gaat het in dit gevelontwerp om een twintig jaar oude ‘uitvinding’ uit het veel zuidelijker gelegen Michigan. In hoeverre kan zo’n idee succesvol worden toegepast in een andere tijd (met meer beeldschermen) en op een andere breedtegraad (met minder direct, hoog zonlicht)? De rigoureuze vernieuwing van het kantoorgebouw is een herkansing, niet alleen voor het vermaledijde gebouw maar ook voor het in de vergetelheid geraakte innovatieve gevelontwerp.

Energie-huishouding

Het energieverbruik in het vernieuwde kantoor voor het Kadaster ligt met een energieprestatiecoefficient van 1,5 twintig procent beneden de voorgeschreven norm. Naar verwachting zal per vierkante meter vloeroppervlak vijf kubieke meter gas per jaar en negentien kWh worden verbruikt. Die extra twintig procent verlaging vergde een investering van f. 30/vierkante meter.

Bepalend zijn de zeer goede isolatie van de gevel, het geringe raamoppervlak met extra warmtereflecterend glas, warmte-krachtkoppeling in combinatie met een hoogrendementsketel, hoogfrequente verlichting met een daglichtafhankelijke dimregeling en mechanische ventilatie met warmteterugwinning. Stralingsverwarming en -koeling zijn geintegreerd in het plafond. De temperatuur kan individueel worden geregeld. De ramen zijn deels te openen.

De nieuwe gevel is als een jas over de oude getrokken, zoals bovenstaande doorsnede laat zien. De schematische tekening rechts toont de reflectie van de zon midden in de zomer. Bij donker weer verlicht een tl-balk de reflector van binnen.

In vergelijking met het oorspronkelijke gebouw (boven) is het glasopppervlak in de vernieuwde versie (rechts) drastisch verkleind. Het gebouw is opgehoogd met twee verdiepingen en aan de voet is een nieuwe uitbouw toegevoegd. Luifels moeten de windhinder verminderen.

De vernieuwing wordt uitgevoerd door HBM. Als adviseurs zijn erbij betrokken: DGMR (bouwfysica, akoestiek), Ketel (installaties), Aronsohn (constructie) en Arcadis/Bouwinfra (projectmanagement). Architect Van Schijndel maakt gebruik van Kraaijvanger Urbis als facilitair bedrijf.

Foto’s: Harry Noback

Reageer op dit artikel